Soms verander ik wekelijks iets aan mijn interieur. Dan ruimen er kasten, spiegels of schilderijen plaats voor nieuwe trouvailles", zo zegt Chantal Thomass al snel tijdens ons bezoek. Het klinkt als een verontschuldiging, omdat het appartement inderdaad wat veranderd is sinds de foto's werden gemaakt. Maar aan de stijl van het decor is niet geraakt. Integendeel, de surrealistische accenten worden almaar duidelijker. "Ik ben de laatste tijd gek op spullen uit de jaren veertig. Niet het koele design van toen, maar de grappige ontwerpen van Italianen als Gio Ponti en Piero Fornasetti. Hun ongewone stijl is simpelweg heerlijk. Ik heb zopas nog een offsetplaat gekocht met prints op van Fornasetti, waarvan ik een tuintafeltje laat maken. Zijn zoon verkoopt momenteel wat stukken. Op die manier valt er nog een en ander op de kop te tikken. Maar gemakkelijk is het niet, want de prijzen voor design uit de jaren veertig en vijftig swingen de pan uit. Gelukkig ben ik al vroeg beginnen verzamelen, jaren gel...

Soms verander ik wekelijks iets aan mijn interieur. Dan ruimen er kasten, spiegels of schilderijen plaats voor nieuwe trouvailles", zo zegt Chantal Thomass al snel tijdens ons bezoek. Het klinkt als een verontschuldiging, omdat het appartement inderdaad wat veranderd is sinds de foto's werden gemaakt. Maar aan de stijl van het decor is niet geraakt. Integendeel, de surrealistische accenten worden almaar duidelijker. "Ik ben de laatste tijd gek op spullen uit de jaren veertig. Niet het koele design van toen, maar de grappige ontwerpen van Italianen als Gio Ponti en Piero Fornasetti. Hun ongewone stijl is simpelweg heerlijk. Ik heb zopas nog een offsetplaat gekocht met prints op van Fornasetti, waarvan ik een tuintafeltje laat maken. Zijn zoon verkoopt momenteel wat stukken. Op die manier valt er nog een en ander op de kop te tikken. Maar gemakkelijk is het niet, want de prijzen voor design uit de jaren veertig en vijftig swingen de pan uit. Gelukkig ben ik al vroeg beginnen verzamelen, jaren geleden, toen nog maar weinig mensen er oog voor hadden."Thomass is tuk op vlooienmarkten. Soms komt ze ook in Brussel rondneuzen. "Het voordeel van een brocanteur is dat hij gewoon van alles door elkaar verkoopt. Een antiquair heeft zijn spullen netjes geselecteerd, waardoor de fun van het zoeken minder groot is. Op een vlooienmarkt kun je een vondst doen en dat is spannend. Het hoeven heus niet altijd objecten te zijn van hoge waarde, maar wel dingen die gewoon mooi zijn of uitstraling hebben." En aangezien ze veel rondreist, krijgt ze de kans om overal vlooienmarkten te bezoeken. "Het eerste wat ik doe bij het aanmelden in een hotel, is vragen waar er zich een dergelijke markt bevindt. Zo heb ik zelfs in Latijns-Amerika flink wat puces bezocht. Vooral in Mexico zijn ze onwaarschijnlijk interessant. Je vindt er veel spullen uit de jaren veertig, maar het is uiteraard moeilijk om alles mee naar huis te nemen." De Française loopt niet hoog op met hedendaags design en eigentijdse architectuur, die ze nogal koel, afstandelijk en te modieus vindt. "Ze verouderen ook niet zo goed. Je voelt dat veel ontwerpers computerwerk leveren. Ik mis een beetje de kunstenaars die in een atelier werken. Veel designers van vroeger deden dat wel. Ze waren niet zelden autodidacten die met de handen werkten. De computer maakt de stijl een beetje steriel en fantasieloos. Dat is ook in de fotografie voelbaar. De foto's worden steeds herbewerkt en verliezen hun naturel. Anderzijds gebruik ik deze moderne technieken ook wel, maar je moet er iets extra's aan toe kunnen voegen."Chantal Thomass is een autodidact. "Toen ik negentien jaar oud was, maakte ik mijn kleren zelf, omdat ik niets vond dat leuk genoeg was. Ik ging veel uit en iedereen vond mijn extravagante outfits tof. Toen ze begonnen te vragen of ik ze ook niet verkocht, ging de bal aan het rollen. Als autodidact beginnen is zeker niet slecht, maar je verliest toch enkele jaren, omdat je zoveel extra dingen moet leren. Al voel je wel een grotere vrijheid als ontwerper."Hoewel de mode haar actieterrein werd, heeft ze altijd een flinke belangstelling gekoesterd voor interieurdecoratie. "Ik hou wel niet van alle stijlen", nuanceert ze. "Art deco is bijvoorbeeld niet mijn ding. En ook landelijke Franse meubels in gewoon hout zie ik niet graag, die zijn te saai. Maar ik ben wel tuk op Italiaanse meubels uit de achttiende eeuw, versierd met beschilderde decors. Of met veel smeedwerk en kristal. Een interieur mag best overgedecoreerd zijn. Veel mensen vinden mijn flat vermoedelijk kitscherig. Vaak zeggen mannen meteen dat ze hier niet zouden kunnen leven. Maar ik heb gelukkig een echtgenoot die me laat doen. En sommige mannen vinden het dan wel weer mooi, die hebben een portie vrouwelijke gevoeligheid in zich. Want het is natuurlijk een zeer vrouwelijk interieur. De link met de lingerie is duidelijk. Alleen al in de kleuren, zwart en roze, en de gouden accenten, die je ook in mijn collectie terugvindt."De kitscherige elementen zijn eigenlijk heel speels, zoetzuur en humoristisch bedoeld. Bekijk dit interieur als een operadecor waardoor je helemaal opgenomen wordt. Inderdaad een beetje als de interieurcreaties van Piero Fornasetti, Jean Cocteau of Carlo Mollino. Maar dan gehuld in een Parijse kamerjas. Voor Chantal Thomass is dit meer dan een woning, want het is ook een beetje haar werkplek. Omringd door heel haar persoonlijke collectie verzamelobjecten vindt ze hier inspiratie om lingerie te ontwerpen. Wie niet alleen haar collectie, maar ook haar huisstijl wil bewonderen, raden we aan een bezoek te brengen aan haar schitterende boetiek in de rue Saint-Honoré 211 in Parijs : een sensuele plek vol glamour, chic en verleiding. Hoewel deze Parisienne veel en graag reist, van New York tot in Tokio, heeft ze haar hart verpand aan haar geboortestad. "De levenskwaliteit is hier hoog, dus blijf ik hier maar wonen", zegt ze kordaat. Voor meer informatie en een kijkje in de boetiek : www.chantalthomass.fr. Door Piet Swimberghe I Foto's Bieke Claessens