Ik herkende mijn vrouw niet meer." Aan het woord is Frans (60), de man van Annelies (56). Haar hele leven een evenwichtige, opgewekte vrouw, gedreven in haar werk als lerares, een toegewijde moeder en enthousiaste jonge grootmoeder. En ineens, nota bene tijdens een familievakantie in het buitenland, sloegen de stoppen door. Annelies werd agressief, schold iedereen uit, gebruikte schuttingtaal. Consternatie alom. Wat bezielde haar ? En wat moest er gebeuren ? Het was niet simpel om Annelies bij een psychiater te krijgen, "iedereen was tegen haar". Na veel vijven en zessen kreeg ze toch de juiste medicatie en stemde zelfs toe in een gesprekstherapie. Een half jaar later was Annelies duidelijk aan de beterhand, maar van het harmonische gezinsleven bleef niet veel meer over. Frans was bang van zijn vrouw geworden, de kinderen hielden de kleinkinderen bij haar weg : "Ze zou zo eens opnieuw moeten beginnen..." Net nu Annelies de steun van haar geliefden het hardst nodig had, lieten ze haar in de steek. Het is een verhaal zoals Paul Arteel, jurist met ruime ervaring in jeugdwelzijn en volwassenenvorming en sinds 1991 directeur van de Vlaamse Vereniging voor Geestelijke Gezondheid, er al veel gehoord heeft.
...

Ik herkende mijn vrouw niet meer." Aan het woord is Frans (60), de man van Annelies (56). Haar hele leven een evenwichtige, opgewekte vrouw, gedreven in haar werk als lerares, een toegewijde moeder en enthousiaste jonge grootmoeder. En ineens, nota bene tijdens een familievakantie in het buitenland, sloegen de stoppen door. Annelies werd agressief, schold iedereen uit, gebruikte schuttingtaal. Consternatie alom. Wat bezielde haar ? En wat moest er gebeuren ? Het was niet simpel om Annelies bij een psychiater te krijgen, "iedereen was tegen haar". Na veel vijven en zessen kreeg ze toch de juiste medicatie en stemde zelfs toe in een gesprekstherapie. Een half jaar later was Annelies duidelijk aan de beterhand, maar van het harmonische gezinsleven bleef niet veel meer over. Frans was bang van zijn vrouw geworden, de kinderen hielden de kleinkinderen bij haar weg : "Ze zou zo eens opnieuw moeten beginnen..." Net nu Annelies de steun van haar geliefden het hardst nodig had, lieten ze haar in de steek. Het is een verhaal zoals Paul Arteel, jurist met ruime ervaring in jeugdwelzijn en volwassenenvorming en sinds 1991 directeur van de Vlaamse Vereniging voor Geestelijke Gezondheid, er al veel gehoord heeft. Paul Arteel : "Daarom ook de poster hier in de gang. Daarop zie je twee vrouwen : één met haar been in een gips vol handtekeningen en beterschapswensen en omringd door familie en vrienden en een tweede, depressief, die in haar eentje bij de telefoon zit. Psychische patiënten torsen nog altijd een groot stigma met zich mee, in ons collectief denken zit een grote angst voor alles wat met geestesziekte te maken heeft. Zelfs bij sommige artsen voel je die angst. Ik denk hier aan het geval van een oude dame met een vergevorderde kanker. Haar dochter vond dat moeder ook geestelijk niet in orde was en wil er een psychiater bij halen. Waarop de behandelende oncoloog heel kwaad werd : "Je gaat dat toch niet psychiatriseren zeker, over mijn lijk."Je mag niet vergeten dat de psychiatrie een heel jonge wetenschap is. Een 'somatische' geneesheer kan terugvallen op twintig eeuwen ervaring, de psychiater op amper vijftig jaar. Alles wat met geestesziekte te maken had, was lang omringd door mythes en mysterie. Zelfs in het begin van de twintigste eeuw was men nog niet veel wijzer. In het Museum Dr. Guislain hier in Gent krijg je een beeld van de bizarre of ronduit onthutsende behandelingen waaraan patiënten onderworpen werden : hen in shock brengen door hen een brug met een valluik over te sturen zodat ze in het water terechtkwamen of hen op een sneldraaiende stoel doen plaatsnemen zodat in de schedelpan alles goed door elkaar geklutst werd. Maar meestal kwam het er op neer dat mensen met een afwijkend gedrag gewoon opgesloten en vergeten werden. Gerard Duivelsteen nabij Sint-Baafs, La Salpêtrière in Parijs, dat waren gesloten gemeenschappen waar je, eens geïnterneerd, nooit meer buitenkwam. De grote kentering kwam er na de Eerste Wereldoorlog. Al die voorheen gezonde jongemannen die niet alleen fysiek, maar vaak ook mentaal gehavend uit de loopgraven kwamen, dat waren er te veel om zomaar op te sluiten. Ze waren ook moeilijk te stigmatiseren : dit waren geen marginale zwakkelingen of dronkaards, het ging om het actieve deel van de bevolking. Er was ook de grote impact van de ideeën van de Amerikaan Clifford Beers, een jonge afgestudeerde van Yale, die na een zelfmoordpoging opgesloten werd in een privé-instelling in Connecticut en daar de grofste fysieke en mentale vernederingen onderging. In 1908 schreef hij zijn wedervaren neer in A mind that found itself en zijn hele leven zette hij zich in voor het lot van geesteszieken. Zijn National Committee for Mental Hygiene zou ook in Europa navolging vinden. Freud was al langer bezig, maar de psychoanalyse, zijn verklarings- en behandelingsmodel voor geestesaandoeningen dateert toch maar van begin vorige eeuw. In de jaren vijftig lag ze al sterk onder vuur. Ongeveer tegelijk werden onder andere door Paul Janssen in Beerse de eerste moleculen ontdekt die hallucinaties konden onderdrukken. Pas in de jaren zestig werd de psychiatrie echt een medisch concept. Tot 1962 waren psychiatrische instellingen afhankelijk van justitie, pas een jaar later werden ze door het RIZIV erkend. Het hoofdstuk van de wet van 1850 waarin sprake was van 'de beveiliging van de openbare wegen tegen loslopende honden en krankzinnigen' werd nog veel later gewijzigd. In de jaren zestig was er de beweging van de antipsychiatrie. Met mensen zoals de psychiater Franco Basaglia, wiens werk ter sprake komt in de film La meglio gioventu. Als minister liet hij in Italië veel oude psychiatrische instellingen met de grond gelijk maken. Bij ons had je Jan Foudraine met zijn boek Wie is van hout ?, de grote pleitbezorger van de vermaatschappelijking van de psychiatrie. Je moet mensen niet opsluiten, je moet met ze praten. Tussen 1950 en nu is er dus enorm veel vooruitgang geboekt, zowel qua wetenschappelijk inzicht in geestesziekten als in de behandeling en opvang van patiënten en de opleiding van gespecialiseerd personeel. Er is een tweede en derde generatie medicamenten, waaronder neuroleptica met minder bijwerkingen ; naast de psychoanalyse werden nog een twintigtal andere therapieën ontwikkeld. In plaats van grote psychiatrische instellingen buiten de stad te bouwen, is er nu sprake van ambulante verzorging, beschut wonen, nachthospitalisatie, sociale netwerken. Sinds 1975 is het aantal bedden in de psychiatrie gehalveerd. Maar dat wil niet zeggen dat alle problemen nu opgelost zijn. Van de vijfentwintig procent van alle mensen die met een geestesstoornis geconfronteerd wordt, komt ongeveer de helft niet aan zorg toe. Omdat ze de weg niet vinden, bij de huisarts niet de nodige respons krijgen bijvoorbeeld en dan maar blijven sukkelen. Hoe vaak hoor ik niet dat iemand er vijf jaar over deed om de juiste therapeut te vinden, die hem of haar dan in zes maanden genezen heeft. Maar intussen is die mens misschien zijn partner en zijn werk kwijt en van zijn familie en vriendenkring vervreemd. Eén van de basisactiviteiten van de Vereniging voor Geestelijke Gezondheid is het op alle manieren verstrekken van informatie over psychische stoornissen. Mensen bij wie de stoppen doorslaan of die merken dat het misloopt bij hun partner of kind weten niet wat hen overkomt. De ontreddering is groot. Wat is er mis, hoe komt dat, waar kan ik terecht, hoe lang gaat dat duren en wat kost het ? Eén van de grootste misverstanden terzake is dat een psychiatrische behandeling vreselijk duur is. Psychiaters zijn de goedkoopste specialisten die je kunt raadplegen. Daar staat tegenover dat de ziekenhuisfactuur van een chronisch psychiatrisch patiënt hoger is dan die van andere chronisch zieken. Alle hospitalisatieverzekeringen sluiten psychische problemen uit. Een ander probleem is de opvang van de kinderen. Als vader of moeder al dan niet gedwongen in een psychiatrische kliniek opgenomen wordt, kunnen de kinderen in het beste geval terecht bij de andere ouder of familie. Lange tijd kwam het niet bij de psychiaters op dat die zogenaamde kopp-kinderen (kinderen van ouders met psychische problemen) ook andere bijstand nodig hadden. Wat zeg ik op school als ze naar papa of mama vragen ? Wat doe ik als een vriendje komt spelen ? Veel hangt af van de psychiater bij wie je terechtkomt. Een goede behandeling rust op drie pijlers : medicatie, een gesprekstherapie en een sociaal netwerk in de vorm van familie, vrienden of een zelfhulpgroep. Jammer genoeg wordt de psychiatrische zorg in sommige gevallen nog altijd gereduceerd tot het geven van medicatie. Wat patiënten het zwaarst grieft, is dat ze niet als persoon behandeld of ronduit belogen worden. Mensen die zich laten overreden om zich te laten opnemen, te kennen geven dat ze geen medicatie willen, maar meteen na de opname toch een spuit in hun achterste krijgen. Dat soort schrijnende toestanden komt helaas nog steeds voor, en ze laten diepe littekens na. Maar er is ook goed nieuws : steeds meer mensen in de zorgsector zien in hoe belangrijk de samenspraak tussen hulpverlener, patiënt én zijn omgeving is. Ook een vooruitgang is het feit dat op steeds meer spoedafdelingen een psychiater aanwezig is. De helft van de patiënten die op een zaterdagnacht binnenkomen, zijn mensen die geprobeerd hebben zelfmoord te plegen. Het volstaat niet hun maag leeg te pompen of hen op te lappen, ze moeten ook psychische hulp krijgen, anders komen ze daar binnen de kortste keren opnieuw terecht. Dan beginnen de problemen opnieuw. Want de familie, de buren en de collega's weten allemaal : die heeft zes maanden binnen gezeten. En eens zot, altijd zot, dat is een heel taai vooroordeel. Ex-patiënten bellen mij : "Ik zou opnieuw willen gaan werken, maar hoe verklaar ik dat gat van twee jaar in mijn curriculum ?" Vaak is het heel moeilijk om weer aan de slag te geraken. Je moet de mensen ook geen te rooskleurige vooruitzichten geven : als een voetballer zijn been op twee plaatsen breekt, zal hij daarna ook niet meer in eerste klasse spelen. Net zo goed kunnen mentale incidenten serieuze littekens geven. Maar dat betekent nog lang niet dat de ex-patiënt totaal niet meer kan functioneren. Er zijn ook succesverhalen. Zo ken ik een jonge vrouw die jarenlang leed aan manische depressie, die zelfs een paar zelfmoordpogingen achter de rug had, maar via een zelfhulpgroep weer greep op het leven kreeg en nu een hoge administratieve functie heeft. Sinds 1988 zijn daarin, naast deskundigen van psychiatrische ziekenhuizen en uit de ambulante verzorging, ook patiënten en hun familie vertegenwoordigd. We zijn ook meer en meer afgestapt van de puur academische aanpak : hier is een boekje, lees dat maar eens. Nu brengen we mensen in contact met geesteszieken. Ik heb het meegemaakt met parlementairen : zet zo'n hoogopgeleide intellectueel op een bankje in het park van een psychiatrische instelling, waar drie geïnterneerden komen bijzitten die hun leven vertellen. Ik garandeer je, zo'n mens leert in één middag meer over psychiatrie dan in de rest van zijn carrière. Het is ook zeer aangrijpend : dat is geen boekske, geen film, dat zijn mensen van vlees en bloed. Een zeer succesvol project was Hoe anders is anders ? waarin we jaarlijks zo'n 1500 leerlingen uit vijftig scholen introduceerden in de wereld van de geestelijke gezondheid via inleefstages in psychiatrische instellingen en projecten met patiënten. Dat werkte heel goed, maar na vijftien jaar hebben we het project moeten opgeven wegens een gebrek aan subsidies. Een nieuw project is Anders gewoon, waarmee we de beeldvormingsacties uit de zorgsfeer proberen te halen door samen te werken met het lokale verenigingsleven, sportclubs, theatergezelschappen, de openbare bibliotheek. Zo hebben we een Dag van de Geestelijke Gezondheid op het filmfestival van Gent, werd in de instelling Sint-Annendael in Diest de cd Te gek opgenomen. Waar wij van dromen is een soort Open Bedrijvendag waarbij iedereen kan kennismaken met de wereld van de anderen die eigenlijk helemaal niet zo anders zijn. Ik herinner mij een groepje jongeren uit Grimbergen die van hun ouders altijd de raad kregen een omweg rond het psychiatrisch ziekenhuis te maken, "want daar zitten gevaarlijke gasten". Wel, na een kennismakingsproject maakten ze een omweg naar die instelling om hun maten te gaan opzoeken. Door Linda Asselbergs I Illustratie Arpaïs Du Bois