Exact één jaar geleden keerde ik terug van de Milanese modeweek naar huis. Blij om na een week mijn gezin terug te zien en in mijn eigen bed te slapen. Ik wist toen niet dat het voorlopig de laatste keer zou zijn dat ik in een vliegtuig zat. De laatste keer dat ik in Italië was. Of dat ik in het daaropvolgende jaar niet meer zou reizen voor mijn job. Iets wat ik voordien geregeld deed.
...

Exact één jaar geleden keerde ik terug van de Milanese modeweek naar huis. Blij om na een week mijn gezin terug te zien en in mijn eigen bed te slapen. Ik wist toen niet dat het voorlopig de laatste keer zou zijn dat ik in een vliegtuig zat. De laatste keer dat ik in Italië was. Of dat ik in het daaropvolgende jaar niet meer zou reizen voor mijn job. Iets wat ik voordien geregeld deed. Van een pandemie was toen nog geen sprake. Er waren wel berichten over de verspreiding van het virus in Bergamo, maar daar was in Milaan - amper vijftig kilometer verderop - nauwelijks iets van te merken. Bij aankomst in de luchthaven werd enkel onze temperatuur gemeten. En op de laatste dag van de Milanese modeweek kondigde ontwerper Giorgio Armani als eerste aan dat zijn show zonder publiek zou doorgaan. Wat toen door velen als 'paniekerig' en 'overdreven' werd omschreven. Eén jaar later is alles anders. Niemand zegt nog dat Armani overdreef. De modeweken gaan nu grotendeels digitaal door. Een trip naar Milaan zal ten vroegste voor september zijn. En zelfs dan keert de fysieke show misschien nooit meer terug naar zijn klassieke vorm, met aan weerszijden van de catwalk rijen vol genodigden, schouder aan schouder. Een defilé is uiteraard maar een instrument, een spaak in het wiel van de mode-industrie. En dat wiel draaide het afgelopen jaar vierkant. Een recent verslag van de website The Business of Fashion samen met consultancybureau McKinsey & Company noemt 2020 het slechtste jaar ooit voor de mode-industrie, en voorspelt een winstdaling van negentig procent en een omzetdaling tot dertig procent in vergelijking met 2019. Achter die cijfers schuilt veel slecht nieuws. In de winkelstraten regent het sluitingen. Merken gaan failliet. En in de fabrieken blijven textielarbeiders onbetaald en werkloos achter. Toch is er ook goed nieuws. Midden vorig jaar gingen er stemmen op om deze crisis aan te grijpen als een kans om het modesysteem te veranderen. Om de reset-knop in te drukken en orde op zaken te stellen. "Ik droom al jaren van een mode-reset en die droom is vandaag, in een tijd waarin mensen niet samen kunnen zijn, nog relevanter geworden", zei ook Alber Elbaz (zie p. 32) vorige maand bij de lancering van zijn nieuw merk, AZ Factory. In een open brief, geschreven door Dries Van Noten en prominenten uit de modewereld, werd toen gepleit "om de zaken te vereenvoudigen, wat merken niet alleen milieuvriendelijker maar ook sociaal duurzamer maakt." Die oproep kreeg gehoor. De stap naar een duurzamere mode lijkt eindelijk gezet. Door de consument, die het afgelopen jaar lokaler en groener is gaan shoppen. En door modeprofessionals zoals Van Noten en Giorgio Armani, die hebben verklaard minder collecties te zullen maken om overproductie tegen te gaan en zo de afvalberg te verkleinen. We kunnen terugkijken op 2020 en besluiten dat het een vreselijk jaar was, waarin we noodgedwongen thuisbleven en de cijfers in het rood gingen. Of we kunnen het zien als het jaar waarin we eindelijk onze ogen openden en de eerste stappen zetten naar een betere toekomst.