Straks gaat 2012 de geschiedenis in als een gigantisch jaar voor Nendo. In Milaan, tijdens de designweek van april, was er niet te ontkomen aan het Japanse ontwerpbureau. Met maar liefst vijf afzonderlijke, geheel aan eigen werk gewijde tentoonstellingen. Plus nieuwe producten bij een dozijn fabrikanten (fauteuils, lampen, een volledige badkamercollectie), enkele limited editions (waaronder tafelvoorwerpen vervaardigd met 3D-printtechniek, bij de gereputeerde galerie Nilufar), en een vitrine voor het luxemerk Tod's.
...

Straks gaat 2012 de geschiedenis in als een gigantisch jaar voor Nendo. In Milaan, tijdens de designweek van april, was er niet te ontkomen aan het Japanse ontwerpbureau. Met maar liefst vijf afzonderlijke, geheel aan eigen werk gewijde tentoonstellingen. Plus nieuwe producten bij een dozijn fabrikanten (fauteuils, lampen, een volledige badkamercollectie), enkele limited editions (waaronder tafelvoorwerpen vervaardigd met 3D-printtechniek, bij de gereputeerde galerie Nilufar), en een vitrine voor het luxemerk Tod's. "We hebben in Milaan tachtig nieuwe ontwerpen getoond, op zeventien verschillende locaties", zegt Oki Sato, stichter en gezicht van Nendo. "In feite hadden we nog meer nieuwigheden gepland, maar niet alles is op tijd afgeraakt. Dat geeft niet. Die andere ontwerpen tonen we volgend jaar wel, of het jaar erna. Design is een proces. Een product is pas klaar als het af is. Design mag niet louter bestemd zijn voor een moment, of voor een evenement als een meubelbeurs." Een product gaat, als alles meezit, veel langer mee. Milaan, waar Nendo sinds 2005 een permanent kantoor heeft, was überhaupt niet meer dan een momentopname van een beestig druk jaar. De website van Nendo vermeldt onder het jaar 2012 54 voltooide projecten. Waaronder winkels voor de Spaanse schoenenfabrikant Camper in Istanbul en Osaka, vitrines voor Hermès in Tokio en Osaka, een hele verdieping voor La Rinascente, de Italiaanse grootwarenhuisketen, een sliert interieurprojecten in de rest van Azië, een boomhut in de Japanse prefectuur Nagano, en verpakkingen voor onder andere noedels en roomijs. En er waren lezingen, prijsuitreikingen en tentoonstellingen : twee in Parijse galeries, en één in het V&A in Londen, waar Nendo vorige maand voor zeven museumzalen evenveel banken ontwierp. Er zit zoals gezegd nog veel meer in de pijplijn, waaronder de installatie voor Interieur 2012 en een samenwerking met Coca-Cola. "We werken op dit moment aan 230 projecten, van gebouwen over mobiele telefoons tot cosmetica en luchtzuiveraars", aldus Sato. "Ik breng op zijn minst de helft van elke maand door in het buitenland. Ik vlieg de wereld rond." Je zou een blaaskaak verwachten, een theorietjes spuiende egotripper die in dezelfde fabriek van de lopende band is gerold als een Philippe Starck, een Karim Rashid of een Marcel Wanders. Niet dus. Oki Sato, die 35 is en geboren in Canada, houdt geen pretentieus discours. Zijn filosofie is simpel : "Goed design is iets dat je door de telefoon aan je grootmoeder moet kunnen uitleggen." (Vico Magistretti was van dezelfde mening.) Hij blijft liever op de achtergrond. Zijn werk, dat misschien minder duidelijk een persoonlijke signatuur draagt dan dat van hoger vernoemde vedettes, spreekt voor zich. Hij ontwerpt niet voor zichzelf, of voor zijn eigen glorie, maar voor zijn opdrachtgevers. "Ik leid een heel gewoon leven", zegt hij tijdens een ontmoeting in Tokio. "Ik breng veel tijd door op kantoor, of op meetings bij klanten. En ik breng veel tijd door in het buitenland. Als ik niet werk, blijf ik graag thuis met een boek. Ik ga naar Starbucks. Ik laat mijn hond uit. Ik vind zulke gewone dingen heel belangrijk. In de grond ben ik heel saai. Veel van mijn klanten vinden dat verrassend. Ik ben dikwijls normaler dan zij, en dat helpt me als ik aan een opdracht werk." (Vraag hem niet naar zijn favoriete adressen in Tokio : zijn gezicht verkrampt en hij put zichzelf uit in uitvluchten en excuses.) Het hoofdkwartier van Nendo is al even normaal. Het ligt verspreid over de twee hoogste verdiepingen van een onopvallend, om niet te zeggen banaal kantoorgebouw in Meguro, Tokio. We zitten in de vergaderzaal : een klinisch witte ruimte met een immense tafel en langs de muur een plank waarop miniaturen van een aantal van de ontwerpen van Nendo staan uitgestald. Waaronder een doosje kauwgom. Sato is met Nendo begonnen in 2002, na een bezoek aan de meubelbeurs van Milaan, samen met een handvol klasgenoten. "We waren net afgestudeerd en Milaan was voor ons allemaal een openbaring. Er werd op een heel vrije manier met design omgegaan. Dat sprak ons aan. Terug in Japan zijn we met Nendo begonnen. Omdat we toch niets anders te doen hadden. In 2003 konden we deelnemen aan het Salone Satellite ( kort samengevat : de jongerenafdeling van de meubelbeurs in Milaan). We waren met zes. Intussen hebben we een veertigtal mensen op de loonlijst, onder wie 38 designers en architecten. Ik beschouw Nendo nog altijd als een groep. Design is teamwerk. Op je eentje bereik je veel minder. En het duurt een stuk langer." Nendo werkte zich relatief snel in de kijker. In Japan kwam de eerste belangrijke opdracht - de inrichting van een restaurant - van een vriend van de middelbare school. "Het restaurant, in de wijk Shinagawa, heette Canvas. We hadden een heel klein budget, en we werden er niet voor betaald. Maar het was een mooi project. We hebben een rol canvas gekocht, en daarmee de muren bekleed. En ook het meubilair, dat we omzeggens zo van een stort hadden gerecupereerd. We hebben canvas gebruikt voor de menu's, voor de luciferdoosjes. Canvas werd een van de favoriete restaurants van Issey Miyake. Hij nam er geregeld zijn buitenlandse gasten mee naartoe." Miyake, die kan terugkijken op een imposante modecarrière, heeft een bijzondere affiniteit met design. Hij werkte voor zijn modemerk samen met illustere ontwerpers als Shiro Kuramata en Ronan en Erwan Bouroullec, en is een van de oprichters van 21-21 Design Sight, een door Tadao Ando gebouwd designmu- seum in Tokio. Nendo kreeg verschillende opdrachten van Miyake : een aantal winkel- inrichtingen en een stoel, de Cabbage Chair, gemaakt van het restmateriaal van de collecties van Pleats Please. In Europa waren Giulio Cappellini en Maddalena De Padova, twee groten van de designsector, vroege fans. "Zij hebben veel deuren voor ons geopend." Tien jaar later werkt Nendo voor zowat alle belangrijke Italiaanse merken, van Moroso over Cappellini tot Poltrona Frau. Hoe verklaart hij dat succes ? "Ik heb er geen idee van", poogt hij. "Ik weet ook niet of je me succesvol kunt noemen." Dat kan hij niet menen. "Het klopt natuurlijk wel dat we bijzonder veel werk hebben. Misschien omdat we niet alleen aan de esthetiek van een product denken. Wat ons interesseert, dat is het oplossen van problemen. Of juister gezegd : het vinden van problemen, en er dan een oplossing voor vinden. De vorm van een voorwerp, of een interieur, komt pas achteraf." "We proberen goed te luisteren naar onze klanten. Wat willen ze zeggen ? Wat willen ze bereiken ? We willen hen helpen. Hùn boodschap uitdragen. Dat wordt op prijs gesteld, vooral als onze ontwerpen ook nog eens een succes blijken. En dus komen ze terug met nieuwe opdrachten en nieuwe problemen, en zo blijft de bal rollen." Sato is opgegroeid in Canada. Op zijn tiende is hij met zijn ouders teruggekeerd naar Japan. "Tokio was voor mij een schok. Canada was stil en rustig. Japan, daarentegen, is druk en chaotisch en vol energie. Zaken die voor Japanners heel normaal lijken, vind ik vaak bijzonder. Ik kijk naar de Japanse cultuur als een gaijin, een vreemdeling. Ik ben een Japanner, maar misschien toch ook nog altijd een outsider." Sato zegt dat hij niet onmiddellijk een lijn ziet tussen zijn werk en de Japanse ontwerpcultuur. "Natuurlijk ben ik beïnvloed door de grote Japanse meesters, door onze traditie op het gebied van craftmanship. Ik probeer vooral open van geest te zijn. Ik voel me niet aangetrokken door een bepaalde stijl, een bepaalde techniek, een bepaald mate- riaal. Ik sta voor alles open." Hij voelt naar eigen zeggen weinig affiniteit met andere Japanse designers en architecten, en volgens hem bestaat er niet zoiets als een Japanse designscene. "Ik kom Tokujin ( Yoshioka) en Naoto ( Fukasawa) tegen in Milaan of Parijs, maar in Tokio zien we elkaar nooit. Er is nauwelijks gelegenheid voor. We werken natuurlijk allemaal erg hard." De Japanse designsector is volgens hem ook heel anders dan de Europese. "Japan blijft een geïsoleerde markt, met weinig internationaal georiënteerde designbedrijven. Veel grote bedrijven hebben een interne designafdeling, waar in pak en das gestoken salary men het ene product na het andere ontwerpen. Sony heeft misschien duizend designers, Panasonic misschien dubbel zoveel. Het is een heel ander, veel bureaucratischer systeem. In de Verenigde Staten wordt op een gelijkaardige manier gewerkt. Onafhankelijke designers en kleine studio's hebben het in Japan vaak moeilijk. Europa is veel vrijer. Daarom prijzen we onszelf gelukkig dat we veel Europese klanten hebben. Zestig procent van onze opdrachten komt uit het buitenland. Die balans proberen we in evenwicht te houden." Volgens Sato is design op dit moment geen prioriteit in Japan. "Sinds de rampspoed van vorig jaar heerst het gevoel dat het nu geen goed moment is voor design. Dat is jammer. Maar anderzijds worden we wel gedwongen om onze horizon te verbreden. Door naar Europa te gaan, of elders in Azië klanten te zoeken. En ik denk dat de jongere generaties dat gemakkelijker zullen doen. Enfin, ik hoop dat." Nendo heeft al een bastion in de schaduw van China : een pas geopend filiaal in Singapore. Dat kwam er na de samenwerking met K %, een meubelfabrikant uit Singapore die in Milaan zijn eerste door Nendo ontworpen collectie voorstelde. De meubels worden in China geproduceerd. Een bewijs, misschien, dat designmeubilair niet noodzakelijk in Europese ateliers hoeft te worden getimmerd. Een waarschuwing ook : de Europese designhegemonie duurt allicht niet eeuwig. "China is niet ver, voor ons is het evident om die markt te verkennen. Maar de studio in Singapore dient vooral ter ondersteuning van K %. Het gebeurt niet vaak dat we met een jong Aziatisch bedrijf samenwerken. De mogelijkheden zijn grenzeloos. We willen hen helpen. Singapore is ook een goede uitvalsbasis voor de rest van Azië. Het heeft een sterke Europese component, net als Hongkong." Op het Chinese vasteland heeft Nendo op dit moment vooral interieurprojecten lopen. "Het is een andere manier van werken. Alles gaat veel sneller. Die energie stimuleert ons. Je voortdurend aanpassen, flexibel zijn, dat is belangrijk. Het was ook van bij het begin een van de doelstellingen van Nendo. Nendo, dat is Japans voor plasticine. Flexibel zijn. Niet één weg kiezen, maar openstaan voor alternatieven, grenzeloos zijn." "Ik heb niet echt een droomproject. Elk project kan dat zijn. Neem dat doosje kauwgom waarvoor we de verpakking hebben ontworpen. Dat was een uitdaging. De meeste snoepgoedverpakkingen in Japan zijn felgekleurd omdat je in een fractie van een seconde de aandacht van de consument moet kunnen trekken. Nieuwe producten hebben soms niet meer dan een week om zichzelf te bewijzen. Als de verkoop tegenvalt, worden ze onverbiddelijk van de rekken gehaald. En daarom zijn de meeste verpakkingen zo schreeuwerig. Wij hebben een stap teruggezet. Als we nu eens fluisteren, misschien horen de mensen dan wat we willen zeggen. Een simpel logo, weinig kleur. Onze strategie bleek de juiste. Acuo is al vijf jaar een van de best verkopende kauwgoms in Japan." DOOR JESSE BROUNS