V erdomme toch, verleden week wist ik van niks en nu ben ik keel- kankerpatiënt", schrijft een man met wie ik zo'n beetje bevriend ben geraakt. Griezelberichten als dit bereiken mij de laatste tijd te vaak, van verwanten van geliefden en geliefden van verwanten. Voor je het weet ben je omsingeld. Kanker laat zich niet afschrikken door de zomervakantie of door verse regen. Zelfs niet door stapelwolken in de vorm van een koekenpan. Onverwacht duikt de ziekte op in je leven, als een kerel met een kapmantel en een valse lach, bij voorkeur als je dacht eindelijk weer over rimpelloos water te kunnen zeilen.
...

V erdomme toch, verleden week wist ik van niks en nu ben ik keel- kankerpatiënt", schrijft een man met wie ik zo'n beetje bevriend ben geraakt. Griezelberichten als dit bereiken mij de laatste tijd te vaak, van verwanten van geliefden en geliefden van verwanten. Voor je het weet ben je omsingeld. Kanker laat zich niet afschrikken door de zomervakantie of door verse regen. Zelfs niet door stapelwolken in de vorm van een koekenpan. Onverwacht duikt de ziekte op in je leven, als een kerel met een kapmantel en een valse lach, bij voorkeur als je dacht eindelijk weer over rimpelloos water te kunnen zeilen. Ik kan me voorstellen hoe alles daardoor op slag verandert. De dingen waar je vroeger doodsbenauwd voor was, verbleken tot infantiele angsten. De grootste clichéwijsheid aller tijden wordt een waarheid in koud neonlicht : gezondheid is wat werkelijk telt. Ik kan me voorstellen hoe je de banaalste dingen opeens prachtig kunt vinden. Een meisje dat voorbijrijdt op een omafiets. Zelfs regendruppels op een raam, met daarachter boomtoppen die wuiven, doen een gretigheid in je opwellen die je in geen twintig jaar meer hebt gevoeld. Op de vlucht voor naderend onheil dwaal je door de stad, met haar erkers en smeedijzeren tralies, met haar geuren van duistere kelders en Indiase restaurants. Al die mensen die je nooit zult leren kennen. Elke ochtend springt, kort na het ontwaken, de waarheid weer als een kwabbige worstelaar in je nek. De rest van de dag zit die ergens in je kop te zeuren. "Soms kan ik het negeren", lees ik in een nieuwe mail van mijn onfortuinlijke kameraad. "Soms sla ik ronduit in paniek. Zoals eergisteren bij de petscan die uitsluitsel moest geven over verdere uitzaaiing. Terwijl ik met allerlei buisjes in mijn keel zat te kokhalzen, kwam het hoofd oncologie (de naam alleen al doet denken aan de inquisitie) met een stalen gezicht zeggen dat de resultaten binnen waren en dat ze die met hun team gingen bespreken. Dat duurde zowat een half uur, waarin ik 15 jaar ouder ben geworden."Hoe zou ik zelf reageren als mij zo'n jobstijding werd gebracht ? Misschien zou ik aan een winkelstraat moeten denken op een vrieskoude dag in december, met veel rode kerstballen en vooruitzicht op kalkoen. Of aan mijn moeder, die liedjes voor de kat zingt terwijl ik zit te lezen in De Koning van Katoren en het buiten stormt. Ik kan me voorstellen dat ik mijn nek breek doordat ik met mijn grote teen blijf haperen achter de mat. Maar kanker is mijn ziekte niet, heb ik altijd zonder geldige reden gedacht. Dachten waarschijnlijk ook al die andere mensen, die op een goede dag een vlekje op hun enkel kregen en vier maanden later naar hun kuil werden gebracht, in de lente, als de poort van de kerk openzwaait en zicht geeft op bloeiende Japanse kerselaars. Such a perfect day. Dat liedje verdraag ik sindsdien niet meer goed. Gelukkig genéés je tegenwoordig van kanker. Tal van BV's hebben ons dat voorgedaan, andere helaas ook weer niet. Het blijft Russische roulette, met aan de trekker de worstvinger van een wezen dat blindelings te werk lijkt te gaan. Waar halen zovelen van ons de verbeelding vandaan om zich god voor te stellen als rechtschapen en fijnbesnaard, terwijl uit zo ongeveer alles valt af te leiden dat Hij een hooligan is, die te veel lauwe Jupiler heeft gezopen en nu wild in het rond slaat met zijn baseballbat ? Ik denk wel dat ik zou vechten. En vloeken. En bidden misschien, of woorden van wijsheid lezen. In tijden van voorspoed zoeken wij de waarheid in de Makro, in kwade dagen bij de dalai lama. Zoals de meesten zou ik mij waarschijnlijk heftig vastklampen aan het leven, dat ik toen ik nog schandalig gezond was vaak zo waardeloos vond. De mogelijkheid om een boek te zitten lezen, in zomaar een fauteuil onder zomaar een schemerlamp, zou mij het kostbaarste goed lijken ter wereld. Ik zou versteld staan van de schoonheid van de kleur rood. "Leef je leven vent", drukt mijn verre bekende mij nog op het hart. "Er zijn van die dingen waarop je geen vat hebt."Zijn petscan was gelukkig in orde. De dokters geven 70 procent kans op genezing. Ik schrijf hem dat ik, voor wat het waard is, een goed gevoel heb over de afloop hiervan. Reacties : jp.mulders@skynet.be Jean-Paul Mulders