Glasgow stond jaren synoniem voor industriële overlast, voor verpaupering en onveiligheid. Die tijd is voorbij en wanneer ik me op een zonnige donderdagmiddag van het Glasgow Central Station naar het hotel laat rijden, tussen drommen winkelende shoppers, uit ik tegen de taxichauffeur mijn verbazing over het zonnige weer. "There is nothing like bad weather, there is only bad clothing", lacht hij luidop en gaat door met zijn verhaal over de renaissance van de havenstad. Ik zie overal haastige, blije mensen terwijl ik een bedruktere stemming had verwacht. Diezelfde positieve sfeer hangt in het moderne Langs Hotel waar ik voor een paar dagen mijn tenten opsla en in de fraaie bar uitkijk op het dynamische bezoek.
...

Glasgow stond jaren synoniem voor industriële overlast, voor verpaupering en onveiligheid. Die tijd is voorbij en wanneer ik me op een zonnige donderdagmiddag van het Glasgow Central Station naar het hotel laat rijden, tussen drommen winkelende shoppers, uit ik tegen de taxichauffeur mijn verbazing over het zonnige weer. "There is nothing like bad weather, there is only bad clothing", lacht hij luidop en gaat door met zijn verhaal over de renaissance van de havenstad. Ik zie overal haastige, blije mensen terwijl ik een bedruktere stemming had verwacht. Diezelfde positieve sfeer hangt in het moderne Langs Hotel waar ik voor een paar dagen mijn tenten opsla en in de fraaie bar uitkijk op het dynamische bezoek. Ooit was Glasgow de zesde grootste stad ter wereld en dat had alles te maken met de industriële revolutie, toen de zware industrie langs de boorden van de Clyderivier wortel schoot en er massaal scheepswerven ontstonden. Die produceerden in twee eeuwen meer dan twintigduizend schepen. In 1913 werkten meer dan honderdduizend mensen bij de 38 shipyards en aanverwante bedrijven en datzelfde jaar rolden 374 vaartuigen van de band, een absolute top. En toen kwam het verval. Langs de boorden van de rivier overleefden slechts vier scheepsbouwers en een handvol kranen. Eén ervan wordt als een soort monument vereerd, vlakbij de plaats waar de oude Weaverly voor anker ligt en de Armadillo rust - Norman Fosters gedateerde bouwwerk uit de jaren zeventig. Terwijl Glasgow in verval raakte, trok Edinburgh alle aandacht naar zich toe, geruggensteund door zijn klassieke troeven : de Royal Mile - de hoofdstraat met toeristische winkeltjes - en alle gebouwen eromheen. De Glaswegian hielden er zowaar een kater aan over, maar de ommezwaai kwam er in 1990 toen de stad tot eerste culturele hoofdstad van Europa werd uitgeroepen, tot verbazing van velen. Met wat Europese fondsen erbovenop kon Glasgow aan een langzame wedergeboorte beginnen. De stad werd booming, trendy, dynamisch en vorig jaar kozen de lezers van Condé Nast Traveller de havenstad als de meest attractieve bestemming van het Verenigd Koninkrijk. Dat ze niet ver naast de waarheid zitten, mag blijken uit een ander, officiëler cijfer : de huurprijzen in Buchanan Street zijn op twaalf andere steden na, de hoogste ter wereld. Het centrum van Glasgow met zijn dambordpatroon is een wakkere metropool waar elke wandelaar vroeg of laat in Buchanan Street terechtkomt. De brede, verkeersvrije ader van de stad die van noord naar zuid loopt, is een paradijs voor shoppers waar moderne gebouwen zoals de Buchanan Galleries, The House of Fraser of de Bordersboekhandel afgewisseld worden met half verborgen, meer historische locaties. Heel aardig is Princes Square, een ingesloten warenhuis met binnenplaats dat verschillende verdiepingen hoog reikt en waar de chiquere winkels en gelagzalen de dienst uitmaken : van het restaurant Etain en de Zinc bar naar boetiek Fifi & Ally. In een zijstraatje van Buchanan Street bevindt zich restaurant Rogano dat alle trends en stijlen wist te doorstaan en zich staande heeft gehouden met een heel eigen stijl waarin luxe, elegantie en visgerechten centraal staan. Persoonlijk hou ik een prima herinnering over aan de gezellige drukte bij Fratelli Sarti in Renfield Street waar een bijzondere sfeer heerst en het aanbod absoluut meevalt. Maar ook die andere verkeersvrije ader, Sauchiehall Street, die dan weer van west naar oost loopt, gonst van de bedrijvigheid. Al moeten shoppers die de stad doorkruisen rekening houden met de onverwachte hellingen onderweg. Over de moderne kunst in Glasgow heb ik al veel gehoord en samen met enkele andere kunstliefhebbers haast ik mij naar de Gallery of Modern Art maar ter plekke snap ik vrijwel niets van het daar tentoongestelde. Boven al dat moderne geweld bleef wel de geest van designer Charles Rennie Mackintosh overeind en zeker niet ten onrechte. Behoorlijk indrukwekkend is de Glasgow School of Art, een langwerpig gebouw dat duidelijk de sporen van zijn vernieuwende vormentaal weerspiegelt en nog altijd meer dan het bekijken waard is. De Willow Tearooms daarentegen voelen dan weer onecht en gekunsteld aan en wie er voor een middagthee neerstrijkt, merkt al snel dat de moderne commercie de bovenhand genomen heeft op de authenticiteit. Toch zijn vernieuwende initiatieven ten overvloede aanwezig in de stad, vooral in Merchants City, het geheel van pakhuizen van de Tobacco Lords in het oosten van de stad, niet ver van de kathedraal en Provand's Lordship, het oudste huis van de stad. De kathedraal zelf werd opgetrokken op de plaats waar Saint Mungo, de patroonheilige van de stad, begraven ligt en wordt algemeen aanzien als de geboorteplaats van Glasgow. Her en der blijft nog wat over van de gebouwen van de achttiende-eeuwse ondernemers die dankzij hun handel in tabak, suiker en katoen Glasgow tot bloei hebben gebracht, maar dit stadsdeel is vooral in voortdurende evolutie. Er staan volledig nieuwe gebouwen waarin de sfeer van toen nauwelijks nog te ontdekken valt, maar over enkele jaren zal de buurt allicht harmonieuzer opgebouwd zijn. Wakkere, jonge inwoners hebben daarop niet gewacht en alvast een plek gekocht. De buurt herbergt nieuwerwetse koffieshops, bars, galeries en dure lofts, maar ook prachtige graffiti op de afsluitingen van de braakliggende gedeeltes die op invulling wachten. Voor een snel ontbijt gaan we naar The Coffee Merchant in Candleriggs, we verkennen wat galeries ten zuiden van Trongate en zoeken op zaterdag aan de rand van Merchant City, daar waar de meest verpauperde gebouwen liggen, naar de Barrasmarkt. Die markt is, om het beleefd te zeggen, een zootje waar oorlogsmedailles, ingelijste foto's, boeken, oude cd's en plastic bloemen worden verhandeld en waar overal de geur van overjarige, vetgebakken hamburgers hangt. We lopen westwaarts, op zoek naar een sterke koffie en ontdekken meer Soho-eske straten waar oude stapelhuizen schouder aan schouder staan met galeries voor moderne kunst. Moderne accenten vind je ook in de Tinderbox Espresso Bar waar we even halt houden alvorens tussen de vele winkelenden via Ingram Street terug te lopen naar het centrum. De industriële revolutie had ook haar keerzijde. Om de pollutie te lijf te gaan werden zeventig parken aangelegd maar die overleefden de staalindustrie moeiteloos en zijn nu evenzoveel troeven voor de stad. West End is tegenwoordig een erg aantrekkelijke buurt die over een grote oppervlakte verspreid ligt. Bijzonder charmant zijn de heuvelachtige buurten bezuiden de Great Western Road waar schattige cottages in het heuvelende groen verborgen liggen. Langsheen Byres Road schieten nieuwe eetzaken wortel, zoals Kember & Jones, een nieuwe locale delicatessenzaak die ook een kleine eethoek heeft. Die buurten worden een beetje vergeten door de bezoekers die gehaast zijn om het indrukwekkende Kelvingrove Art Gallery & Museum te bezoeken dat zo nadrukkelijk uit het parklandschap oprijst. Het gebouw was meer dan een eeuw het meest bezochte museum buiten Londen, maar werd gedurende vier jaar gesloten voor renovatie. Sinds juli van vorig jaar herrees het in al zijn glorie, met een geheel vernieuwd gelijkvloerse verdieping en 22 galerijen, elk met hun eigen thema - van de Schotse eigenheid in de kunst tot het designwerk van Mackintosh. Liefhebbers van schilderkunst vergapen er zich aan Salvador Dalí's Gekruisigde Christus, aan Rembrandts Man in Harnas of aan de betere penseelstreken van Van Gogh, Monet en Botticelli. Maar er hangen ook maskers, en zelfs een heuse Spitfire, zodat het museum echt voor elk wat wils te bieden heeft. Liefhebbers van Mackintosh vinden er in de onmiddellijke nabijheid van het Kelvingrove ook The Mackintosh House, een recreatie van het woonhuis dat de designer en zijn vrouw tussen 1906 en 1914 bewoonden. Het oorspronkelijke huis werd in de jaren zestig afgebroken maar later op deze plek in min of meer getrouwe vorm gekopieerd. The Mackintosh House mag dan een aardige plek zijn, persoonlijk waren we meer gecharmeerd door een heel andere, in het groen gelegen verwezenlijking van de beroemdste Glaswegian. House for an Art Lover is een ontwerp uit 1901, toen de kunstenaar in Duitsland aan een wedstrijd deelnam, uitgeschreven door het Zeitschrift für Innendekoration, om een huis te ontwerpen dat op en top modern zou zijn en waarbij architecten gevraagd werden hun verbeelding de vrije loop te laten. Mackintosh en zijn vrouw Margaret MacDonald haalden niet de eerste prijs, maar werden uitvoerig gelauwerd voor hun zeer originele bijdrage. Vreemd genoeg moest de wereld tot in 1996 wachten eer het ontwerp in drie dimensies werd uitgevoerd, in de prachtige, groene omgeving van het Bellahouston Park. Meer dan welke andere realisatie van de meester geeft dat ontwerp een bijzonder goed beeld van 's mans ideeën en stijluitvoeringen. Een must voor eenieder die de havenstad bezoekt. Maar er ligt nog een andere schat voor architectuurliefhebbers in de groene omgeving van Glasgow te wachten. Alexander Greek Thomson, die in 1817 in Balfron geboren werd, bracht vrijwel zijn hele leven in zijn geboortestreek door maar dat verhinderde hem niet om kwistig met elementen uit de Egyptische, Indiaase maar vooral Griekse oudheid om te springen. Hij bouwde kerken, monumenten, warenhuizen en straten met als meest bekende Saint Vincent Street Church. Omdat nagenoeg niemand zijn interieurs heeft bekeken, loont het de moeite om bezuiden de stad Holmwood House te ontdekken. Wie meer wil begrijpen van het industriële verleden van de stad kan tegenover Kelvingrove het Transport Museum induiken en ontdekt dan ook de verscheidenheid van wat in en rond Glasgow geproduceerd werd, van treinen en auto's tot motorfietsen. Maar het allermooist is zonder twijfel de rijkdom aan schaalmodellen van elegante passagiersschepen die aan de boorden van de Clyde ineengetimmerd en geklinknageld werden : van de Brittannia over de Queen Mary tot de QE2 uit 1967 of de tarbotvormige Livadia die in 1880 voor tsaar Alexander II werd gebouwd naar een design van admiraal Popoff. Door Pierre Darge I Foto's PPI