Dan komt opeens, met veel kabaal, een soort open autobus de straat in gezwenkt. Er is muzak en er zijn ballonnen en boven op de bus zitten mannen te knipperen tegen de zon. Ik zie het vanuit mijn ooghoek, door het glasgordijn. Ik zou de straat kunnen oplopen, dansend en zingend en vastbesloten mijn bevrijders te omhelzen, maar het enige dat ik kan denken is : o nee, dit kan niet waar zijn, een verkiezingsautobus ! Ik blijf binnen en hou me stil. Als ik ergens een gloeiende hekel aan heb dan is het aan dit soort propaganda, die zo hol klinkt als duizend rammelaars - waarmee ik voor één keer niet het mannetje van konijn en haas bedoel, maar het stuk speelgoed dat zeer jonge kinderen wel gebruiken, ter lering en vermaak.
...

Dan komt opeens, met veel kabaal, een soort open autobus de straat in gezwenkt. Er is muzak en er zijn ballonnen en boven op de bus zitten mannen te knipperen tegen de zon. Ik zie het vanuit mijn ooghoek, door het glasgordijn. Ik zou de straat kunnen oplopen, dansend en zingend en vastbesloten mijn bevrijders te omhelzen, maar het enige dat ik kan denken is : o nee, dit kan niet waar zijn, een verkiezingsautobus ! Ik blijf binnen en hou me stil. Als ik ergens een gloeiende hekel aan heb dan is het aan dit soort propaganda, die zo hol klinkt als duizend rammelaars - waarmee ik voor één keer niet het mannetje van konijn en haas bedoel, maar het stuk speelgoed dat zeer jonge kinderen wel gebruiken, ter lering en vermaak. Dat is het wat de mannen op de bus blijkbaar denken dat wij zijn : zeer jonge kinderen. Kleuters die geen vermogen des onderscheids hebben en niet zelfstandig kunnen denken, maar zich laten betoveren door gerinkel en gerammel, door ballonnen, spiegeltjes en primaire kleuren. Twee jaar lang al ijveren we met het buurtcomité voor een verkeersluwe straat, met bijvoorbeeld bloembakken of verkeersremmers van ander allooi, zodat auto's en vliegtuigen er niet zomaar meer doorheen zouden kunnen razen. Twee jaar lang wordt ons van alles beloofd waar niets van in huis is gekomen. En een paar weken voor de verkiezingen zet de partij van de burgemeester dan aan met die foorkaravaan. Wansmakelijk is het, en zelfs beledigend. Hetzelfde geldt voor de duizenden koppen en kopjes die je overal ziet langs de weg, en waarop politici glimmend en glunderend, olijk of met vochtige alcohologen de wereld in loeren, hopende zo onze stem te veroveren. Meestal zie je op die affiches alleen een foto, een nummer en een naam. Soms ook een stompzinnige slogan. "Sterke schouders onder de toekomst", bijvoorbeeld. "Omdat besturen teamwork is." Van zoveel scherpzinnigheid sla je pal achterover. Een tijdlang heb ik mij voorgenomen om dit jaar te stemmen op de enige kandidaat van wie ik het smoelwerk niét langs de kant van de weg had zien pronken. Na enkele dagen heb ik mijn notitieboekje opgeborgen ; het bleek onbegonnen werk. Terwijl ik onder de douche sta, gaat de bel. Later vind ik een pamfletje met de bekende zwartgeblokte bolletjes in de brievenbus. Daarop staat te lezen dat de kandidaten van bliep (in deze verdachte periode onthoud ik mij ervan de naam van de partij in kwestie te noemen) zich te mijnent hebben aangeboden. En of ik misschien op ze zou willen stemmen. Even vervloek ik mezelf omdat ik zo'n propere jongen ben, die zich de oren stond te wassen uitgerekend op dat cruciale moment dat 'de politiek' naar me toe is gekomen. Ik had ze hun vet kunnen geven, ze geconfronteerd kunnen hebben met alle loze beloftes. Maar ach, maak ik mij sterk, mijn woorden zouden van ze afgedropen zijn als regendruppels van een gans. Ze zouden zich eruit hebben gekletst met wederwoorden die zo glad waren als een paling, opgelegd in afgedraaide smeerolie van het type SAE 10W-40. Wansmakelijk is het, en zelfs beledigend. Het heeft met kwaliteit te maken, die eigenschap die schaars is geworden in onze samenleving. Het heeft te maken met wat ik gemakshalve beleefdheid zal noemen, en dat in deze omstandigheden niet eens zoveel meer betekent dan : je ervan onthouden je kiezer te schofferen. Pikante bijkomstigheid is dat onze burgemeester onlangs in Het Grootste Buurtonderzoek eindigde op de bijna driehonderdste plaats. Nu weet ik niet precies hoeveel burgemeesters Vlaanderen alles samen telt, maar gek veel meer dan driehonderd kunnen dat er niet zijn. Een normaal mens zou zich bij een dergelijke uitslag verschuilen onder een steen. Zo niet deze plaatselijke bewindsman, integendeel : bliep (in de verdachte periode onthoud ik mij ervan de naam van de politicus in kwestie te noemen) grijpt naar de telefoon en bestelt een bus vol affiches en bijpassend gejengel. Je verstand staat erbij stil. Toch zou het mij geen haar verwonderen als hij straks gewoon opnieuw werd verkozen. Voor alle duidelijkheid : dit is geen ode aan de antipolitiek. Dit is alleen maar een impressie, al ben ik wellicht niet de enige die ze heeft.Reacties : jp.mulders@skynet.beJean-Paul Mulders