Het decor : een spierwitte sneeuwvlakte op 2800 meter hoogte in het Zwitserse kanton Wallis. Rondom ons een schier eindeloze reeks vierduizenders, met de iconische Matterhorn als een potige piramide middenin. Het is begin april en we hebben afgesproken met Tanja Hengartner, een sportieve twintiger die ons die dag zal vergezellen bij het sleeën.
...

Het decor : een spierwitte sneeuwvlakte op 2800 meter hoogte in het Zwitserse kanton Wallis. Rondom ons een schier eindeloze reeks vierduizenders, met de iconische Matterhorn als een potige piramide middenin. Het is begin april en we hebben afgesproken met Tanja Hengartner, een sportieve twintiger die ons die dag zal vergezellen bij het sleeën. In sappig Zwitsers-Duits vertelt Tanja dat schlitteln een lange traditie kent in Zwitserland. Ook in Zermatt, waar we logeren. "Omdat het dorp autovrij is, wordt de slee in de winter vooral gebruikt als vervoermiddel, om boodschappen, hout of zelfs kinderen te vervoeren. De wielen van een buggy raken immers niet door de sneeuw. In de bergen is sleeën bij de Zwitsers vooral populair als afwisseling met het skiën, bijvoorbeeld als het eens een dagje minder goed skiweer is. Dan zie je vooral groepjes tienervrienden, maar evengoed ouders of grootouders met de kleinkinderen de hellingen afsuizen." Over de technieken kan onze gids kort zijn : sturen doe je door tegelijk aan het koord te trekken en met je voeten bij te sturen. Remmen doe je ook met de voeten. "En als het dan nog te snel gaat, moet je je gewoon laten vallen. Er staan op het hele parcours geen bomen of obstakels waar je tegenaan kunt knallen, de sneeuw is zacht genoeg om je val te breken", verzekert Tanja ons. Wij hebben geluk : vandaag straalt de zon uitbundig, zodat we vol zicht hebben op het parcours. Dat is 1470 meters lang en loopt van Rotenboden op 2812 meter hoogte tot beneden aan Riffelberg op 2579 meter, goed voor een hoogteverschil van 233 meter. Op papier lijkt dat misschien weinig, maar in de realiteit ziet de piste er behoorlijk indrukwekkend uit. In niets te vergelijken met de korte hellingen die we gewoon zijn in de Ardennen. Benieuwd wat dàt gaat geven ! Na een korte initiatie beseffen we meteen dat het hard zal gaan. Eens je je voeten op de slee plaatst en loslaat, is er geen houden meer aan. Voor alle zekerheid zal dochter Marie (10) vooraan op de slee van gids Tanja plaatsnemen. Zoon Felix (12) is groot genoeg om zijn eigen slee te besturen. Zelf zal ik achterop zitten bij mijn man, om zo goed en kwaad als het kan onderweg plaatjes te schieten. Al na de eerste meters is het duidelijk dat dit een bijzondere sensatie wordt. De snelheid is hoog en de piste slingert door het weidse witte landschap. Sommige stukken van het traject zijn vlakker, zodat je tussendoor een beetje kunt ademhalen, maar andere zijn bochtig en steil, en daar vliegen we met een rotvaart overheen, zodat je het diep in je buik voelt kriebelen. Joelend en juichend roetsjen we de baan af, nu en dan waait er een muts af, of houden we halt voor een foto. En als we, met de nodige tussenstops, na een kwartiertje beneden aankomen, hebben de kinderen maar één wens : "Nog eens !" En dat kan gemakkelijk, we hoeven alleen even te wachten op het treintje, de Gornergrat Bahn, dat elke tien minuten langskomt. En zo gaat het de hele middag. Op en af. Sturen, stoppen, sleeën, we worden er steeds behendiger in. We wisselen al eens van positie, maar toch laten we Marie niet alleen de flanken af suizen. Daarvoor gaat het écht te snel. Op het einde van de namiddag zijn we het er allemaal roerend over eens : dit was een topervaring ! Doordat je zo dicht tegen de grond aan ligt, beleef je alles heel intens en lijkt het panoramisch zicht nog adembenemender. Voor het avondmaal houden we halt in bergrestaurant Blatten in Furi, al sinds 1850 uitgebaat door de familie Taugwalder. Deze plek is van een klein theehuis uitgegroeid tot een hotspot in de bergen. Vader Leander staar er samen met zijn vrouw Simone aan het fornuis, terwijl de kinderen Sarah en Hans voor de bediening zorgen. Je kunt er plaatsnemen aan stoere tafels, of buiten op één van de terrassen met zicht op de Matterhorn. Op het menu staan imposante Wallisertellers met Trockenfleisch, maar ook de Rösti en de truffel- of kaasfondue zijn er berucht. Wij laten ons verleiden door een andere Blattenklassieker : de Steinpilzsuppe mit Blätterteighaube, een fluwelige paddenstoelensoep die verstopt zit onder een krokant dekseltje van deeg. Als afsluiter is er Gili Gili, warme pruimenlikeur met een toefje slagroom, een echte aanrader. De volgende dag kruist Janine Imesch ons pad, die als marketingverantwoordelijke het toeristische Zermatt nog meer op de wereldkaart moet zetten. Janine loopt met ons door het kindvriendelijke Matterhornmuseum, en vertelt waarom de berg wereldwijd zo aantrekkelijk is. "Weinig bergen zijn zo prachtig van vorm, zo piramidaal en zo alleenstaand. Hij is bekend tot in het kleinste dorp van Japan. Chocolade van Toblerone, potloden van Caran d'Ache, zelfs ijsblokjes vonden hun inspiratie in de mythische berg." Het verhaal van de eerste beklimming gaat er bij de kinderen in als zoete koek : "Het was de mondaine Britse dandy Edward Whymper die met een legertje berggidsen in 1865 als eerste mens op de top van de Matterhorn stond. Net voor zijn rivaal Jean-Antoine Carrel, die het langs de Italiaanse kant probeerde. Maar op de afdaling naar Zermatt stortten enkele van zijn touwgenoten te pletter, waarna er een reusachtig kruis verscheen aan de horizon." In het museum staat ook een volledig dorp, helemaal op schaal nagebouwd. Daar kun je tussen de chalets door lopen en op allerlei knopjes en schermen drukken. Een kudde opgezette zwartneusschapen maakt het plaatje af. Het is een schapenras dat je alleen in Wallis vindt, horen we nog van onze gids. "De schapen zijn helemaal wit, op hun karakteristieke zwarte neus na. Het vlees wordt in veel lokale restaurants geserveerd. Het is vetarm en daardoor erg zacht van smaak. De vachten zijn bijzonder decoratief en worden ook gebruikt voor accessoires zoals iPhone-hoesjes." Datzelfde schaap heeft het ook tot Wolli geschopt, een levensgrote pluchen mascotte met een groot knuffelgehalte die we regelmatig in de straten van Zermatt zullen tegenkomen. Of zelfs hoger in de bergen, waar de kinderen de rest van de week skiles volgen. Onze laatste bestemming is kaasmakerij Horu-Käserei, vlak boven het dorp. Eigenaar Reto Gobba toont er ons fier zijn zelfgemaakte kazen. Dagelijks wordt hier 300 liter melk van zeven koeien verwerkt, maar voor het productieproces zelf hadden we vroeger moeten opstaan. De kinderen proeven er van fijne fruityoghurts en een harde kaas in de vorm van - hoe kan het ook anders ? - de Matterhorn. TEKST EN FOTO'S KARLIJN NIJSEens je je voeten op de slee plaatst en loslaat, is er geen houden meer aan "Weinig bergen zijn zo prachtig van vorm als de mythische Matterhorn"