Eigenlijk was ik van plan om na mijn job bij Anderlecht wat tot rust te komen, zes maanden vrijaf te nemen, een beetje voetbal bekijken in het buitenland. Om mezelf te herbronnen, mijn oor her en der te luisteren te leggen. Zien waar ikzelf naartoe wou. Maar toen speelden we tegen Cercle Brugge en heb ik met een paar van hun mensen gepraat. De dag daarna kreeg ik een telefoontje. Of ik interesse had om te praten over de trainersvacature. Die eerste afspraak was op zondag, de zaterdag daarop kon ik aan meneer Schotte, de voorzitter van Cercle, mijn visie uitleggen. Ik sprak over het totaalplaatje, hoe ik voetbal zag, en coaching, over mijn inzichten om het psychologische aspect en het voetbalistieke met elkaar te verenigen. 'Als je wilt, ben je morgen trainer van Cercle Brugge', zei hij daarop. Op maandag hebben we de financiële aspecten geregeld."
...

Eigenlijk was ik van plan om na mijn job bij Anderlecht wat tot rust te komen, zes maanden vrijaf te nemen, een beetje voetbal bekijken in het buitenland. Om mezelf te herbronnen, mijn oor her en der te luisteren te leggen. Zien waar ikzelf naartoe wou. Maar toen speelden we tegen Cercle Brugge en heb ik met een paar van hun mensen gepraat. De dag daarna kreeg ik een telefoontje. Of ik interesse had om te praten over de trainersvacature. Die eerste afspraak was op zondag, de zaterdag daarop kon ik aan meneer Schotte, de voorzitter van Cercle, mijn visie uitleggen. Ik sprak over het totaalplaatje, hoe ik voetbal zag, en coaching, over mijn inzichten om het psychologische aspect en het voetbalistieke met elkaar te verenigen. 'Als je wilt, ben je morgen trainer van Cercle Brugge', zei hij daarop. Op maandag hebben we de financiële aspecten geregeld." Glen De Boeck is een rijzige man, afgetraind ook, met een scherpe blik in de ogen. Stipt ook, voorkomend, maar afwachtend. Als we een rustige hoek opzoeken in het Antwerpse Crown Plaza Hotel en ik koffie bestel waarbij mijn kredietkaart door de dienster wordt gegijzeld, kijkt hij verbaasd op. "Vertrouwt u meneer dan niet ?" Een paar maanden na zijn aanwerving kon De Boeck al resultaten laten zien. Cercle stond derde, en vooral, de Brugse underdog stond vóór Anderlecht. In Brugge konden ze hun ogen niet geloven. Het publiek verdriedubbelde, er was ambiance in het stadion en de spelersgroep had een gedaanteverandering ondergaan. Het kleine ploegje dat gewend was om te vechten tegen de degradatie, moest alleen stadsgenoot Club en Standaard laten voorgaan. En dat in De Boecks debuutjaar als trainer, na enkele jaren in de schaduw als assistent van Franky Vercauteren bij Anderlecht, waar hij zonder duidelijke reden moest opstappen. "Toen ik in Brugge aankwam, heb ik met elk van de spelers een gesprek gehad van pakweg een halfuur. Om te peilen naar hun persoonlijkheid, om te weten hoe ze in elkaar staken, ook sociaal, hoe ze over het leven dachten. Aan de hand van die gesprekken heb ik mijn eerste analyse gemaakt. Een van de meest in het oog springende dingen was het gebrek aan ambitie. Zowel van ieder afzonderlijk als van de groep in haar geheel. Ze waren al lang tevreden als ze niet degradeerden of als ze een keertje konden winnen van Club. Of een goede prestatie konden neerzetten tegen Anderlecht. Voor de rest maakten ze zich niet te druk. Toen ik dat merkte en dat koppelde aan de voetbalkwaliteiten, die ik toch wel aanwezig zag bij een aantal jongens, voelde ik dat er meer uit te halen viel en ik heb ze ook in die richting gepusht. Met een doorgedreven en zware fysieke voorbereiding wilde ik de grenzen verleggen." "Ik liet hen ook verstaan dat ik het beste met hen voorhad, dat ze me konden vertrouwen, ook op extrasportief gebied. Die aanpak lukte niet alleen, we raakten zowaar in een sportieve, opwaartse spiraal die nog altijd duurt. En het leuke is dat ze nu zelf die drive vertonen om elke wedstrijd te winnen. Terwijl ze vorig jaar al blij waren als ze niet verloren. Natuurlijk heb ik daarin een rol gespeeld, maar het zat er ook echt in. Het feit dat je iets aanraakt, dat je ze iets meegeeft en dat ze daar wat mee doen, pleit ook voor de intelligentie in de ploeg. Ik kan veel willen als trainer, als ze het morgen niet kunnen invullen, sta ik nergens. Als ze het niet pikken, kan ik wel op mijn kop gaan staan." Ik ben pas aan mijn eerste jaar als trainer toe. Ik probeer gewoon uit mijn ervaring te plukken en verder op mijn gevoel voort te gaan. Even achteromkijken waarom ik zelf zo'n mooie carrière heb opgebouwd, waarin ik qua rendement heel hoog gescoord heb. Mensen verwarren talent vaak met technisch vermogen, terwijl ik dat breder zie. Talent is het rendement van verschillende factoren, zoals techniek, fysiek, tactiek, mentale weerbaarheid. Zonder wilskracht heb je geen talent, en mentale weerbaarheid blijf ik nog altijd het allerbelangrijkste vinden. Er is van mij vaak gezegd dat ik technisch geen kraan was als voetballer en daar kan ik voor een stuk in meegaan. Ik dribbelde geen vijf spelers om daarna nog een schitterende goal te maken. Ook het mentale en het tactische hebben een zeer grote invloed en daar was ik sterk in, al wordt dat vaak vergeten. Maar ik schat die mentale weerbaarheid zeer hoog in en die kun je nu eenmaal niet leren. Dat zit in je, en maakt het verschil tussen de mensen die het maken aan de top. Of net niet. Iemand met veel techniek die mentale weerbaarheid ontbeert, haalt het nooit. Bij Cercle was er vroeger nooit druk op de ketel. Tevreden met 32 punten aan het eind van het seizoen, terwijl er 108 te rapen vallen. Ik heb die druk gecreëerd, omdat die nu eenmaal broodnodig is om vooruit te komen, maar dat betekent ook dat je met die druk moet om kunnen. Als dat je niet lukt, kun je nooit op het hoogste niveau presteren. Dat komt doordat je een bepaalde sfeer creëert. Ik had die voorstellen ook verwacht, en heb er daarom op voorhand met mijn spelers over gepraat. Stel dat er morgen een Russische ploeg langskomt met een lucratief voorstel. Wat zou je dan doen, vroeg ik. We hebben daar zeker een uur lang over gepraat, echt een goed gesprek gehad en dat heeft hen doen inzien dat ze beter nog een tijdje bij Cercle bleven. Ik heb zelf lang genoeg gevoetbald om te weten dat als een speler klaar is om die stap te zetten en veel geld te verdienen, hij dat ook moet doen. Ik zal overigens de eerste zijn om op zo'n moment te zeggen : "Ga, dit is je moment, doe het." Maar als het te vroeg is, en dat heb ik meegemaakt, gaat het ook snel weer de andere kant op. En dat gaat sneller dan bergop, bergaf kun je het gewoon niet meer tegenhouden, dan gaat alles aan het rollen. Ik geniet het vertrouwen van mijn spelers omdat ik geen onzin vertel. Als ik morgen ervaar dat Stijn De Smet of Tom De Sutter klaar zijn om te vertrekken, dan moeten ze dat doen, want dan wordt het de combinatie van een financieel en sportief succes. Ik praat zeer veel met mijn spelers en op een bepaald moment voelde ik dat ik die jongens aan het verliezen was, dat ze ongelukkig waren. Dan wil je weten waarom, ga je in de entourage rondsnuffelen, uitzoeken wat ze hele dag uitrichten, waar ze rondhangen, wat ze eten. Ik heb ze dan meegenomen naar Antwerpen, in de auto hebben we veel gepraat, een heel open gesprek. Over hun familie, hoe ze zich hier in België voelden en dan wist ik dat ze andere dingen om handen moesten hebben. Ik besefte dat ze als voetballers wel enorm gegroeid waren, maar dat ze dezelfde jongens waren die uit Zimbabwe vertrokken waren. Dat ze als mens, dat ze sociaal waren blijven stil staan. Ze konden nog altijd niet voor zichzelf zorgen, ze konden niet koken, geen boterham smeren. Ze zaten constant op de computer of op Play Station, kwamen niet naar buiten. Daar wilde ik dus iets aan doen. Ik heb anders niet de gewoonte om me met het privéleven van mijn spelers te moeien, maar zij hadden dat duidelijk nodig. Tenslotte kwamen ze van zo ver en ik wou dat ze als mens gingen evolueren en beter functioneren. Ik heb ze dan wel niet zelf leren koken, maar ik heb iemand gezocht die met hen naar Delhaize is gegaan, hen uitlegde hoe ze een pasta konden bereiden of een kip moesten klaarmaken. Ze hebben intussen Nederlands geleerd, ze kunnen met hun ploegmaats praten, als ik een opmerking maak zijn ze mee, ze antwoorden me in het Nederlands. Ja, ik ben daar trots op, want ze voelen zich nu zoveel beter in hun vel en een speler die zich beter in zijn vel voelt, gaat ook beter spelen. Daar ben ik honderd procent van overtuigd. De enige droom die ik als zesjarige had, was een profcarrière als voetballer. Die droom is ook uitgekomen. Ik heb een boeiend, maar hectisch leven gehad, en nu ik iets ouder ben, moet ik niet langer dromen, maar de essentiële zaken proberen te vast te houden. Ik kijk niet te ver vooruit, dat heeft namelijk geen zin. Ik probeer wat ik doe, ook voor het volle honderd procent te doen. Ik ben nu met een project bezig met de mensen van Cercle Brugge om iets op poten te zetten dat stabiel is, en dat kan blijven. Zowel structureel als financieel heeft Cercle Brugge de intelligentie om een stabiele subtopper te worden. En in Brugge heb ik een heel warm publiek leren kennen, met een enorm gevoel voor humor en dat trekt me wel aan. Van thuis uit heb ik respect en discipline meegekregen en altijd geleerd dat dat de twee bouwstenen zijn voor een goede relatie tussen mensen. Een goede, correcte opvoeding, geen strenge. Die probeer ik nu door te geven aan mijn eigen kinderen, ook al voel ik me soms wat schuldig omdat ik daar niet genoeg tijd voor heb kunnen uittrekken. Ik ben zeker geen strenge papa, zal nooit roepen tegen mijn kinderen, tegen mijn spelers doe ik dat ook nooit. Ik ben correct, heb een visie, een lijn en die houd ik aan. Als het nu de opvoeding van mijn hond, van mijn kinderen of van mijn spelers betreft. Ik heb veel geleerd van Franky Vercauteren : het uitsluiten van het toeval, het organiseren, het anticiperen op situaties en niet pas ingrijpen als de problemen er zijn. Er op voorhand over nadenken, zodat je op het moment zelf geen tijd meer verliest. Simulaties maken en het sterkste eruit halen. Over het psychologische aspect van de sport heb ik veel gehad aan het boek van Sven-Goran Eriksson ( Leadership The Sven-Goran Eriksson Way). Zijn aanpak van de spelers sluit aan bij veel van wat ikzelf doe. Centraal daarin staat de vaststelling dat een speler zich goed moet voelen in zijn vel. Hij moet respect en vertrouwen voelen om te kunnen presteren. Eriksson ziet er misschien koel uit, maar ik vermoed dat hij een zeer warme persoonlijkheid is. Dat koele heb ik niet, ik ben ook twintig jaar jonger en ik heb vaker mijn emoties getoond. Tijdens de wedstrijd heb ik dat aardig onder controle. Nadien niet echt. Maar hoort emotie niet bij de sport ? Ik begrijp dat men me hautain vindt, maar ik ben het daar niet mee eens. Dat heeft enkel te maken met het feit dat ik gesloten ben, dat ik mezelf niet zomaar zal blootgeven. Ik ben niet iemand die zomaar meteen met iemand een gesprek begint. Lorenzo Staelens dacht ook dat ik hautain was, tot we vier jaar de kamer deelden als we op afzondering gingen en het perfect bleek te klikken. Ik hou altijd een beetje afstand. Het leven is vallen en opstaan, het komt eropaan te leren uit die situaties. We maken allemaal fouten, maar we moeten verder. Het heeft geen zin om te blijven kniezen en jezelf onderuit te laten halen. Dat is al te gemakkelijk en dan verval je in zelfbeklag. Dan ga je zeuren van, ik ben gepakt, mijn carrière is om zeep. Zo ben ik niet, we komen weer bij mentale weerbaarheid, misschien is dat mijn belangrijkste kwaliteit. Het vertrek bij Anderlecht heeft me enkele dingen geleerd, net zoals de situatie met Aimé Antheunis ( toen De Boeck en keeper Filip De Wilde de trainer aangaven dat de spelerskern met hem niet verder wilde, maar ze bij een stemming bakzeil haalden). Op de cruciale momenten sta je alleen, dat besef ik nu heel goed. Dat je niemand kunt vertrouwen. Het klopt dat ik niet helemaal open ben, ik ben argwanender dan vroeger. Nee, ik ben niet veranderd, ik ben geëvolueerd. Ik kan ermee leven als ik opzij gezet word, zoals bij Anderlecht is gebeurd, maar ik wil dan wel weten waarom, zodat ik ervan kan leren. Alleen is dat bij Anderlecht nooit uitgeklaard. Morgen zeker niet, overmorgen evenmin, zelfs niet volgend jaar. Ik heb gekozen voor Cercle en voor een project. Ik kan daar geen termijn op plakken en dat weet de voorzitter ook. We weten wat we willen en als ik voel dat mijn missie is volbracht, zal ik misschien klaar zijn voor een stap hoger. Eerder niet.Door Pierre Darge I Foto Charlie De Keersmaecker