Het zoeken is wat mij drijft. Wat je als onderzoeker vindt, is weinig romantisch. "Het is als een kind dat weken probeert een koekjestrommel open te breken. Als het daar eindelijk in slaagt, stelt het vast dat de inhoud beschimmeld is", verwoordde auteur Kurt Vonnegut het ooit. De mens is geen doetje, dat heeft de geschiedenis bewezen. Als je bedenkt dat, telkens in Gaza een Scudraket valt, ergens de kassa rinkelt... Het heeft natuurlijk geen zin om als wetenschapper te zeggen dat je liever een idioot was geweest. Er is geen weg terug.
...

Het zoeken is wat mij drijft. Wat je als onderzoeker vindt, is weinig romantisch. "Het is als een kind dat weken probeert een koekjestrommel open te breken. Als het daar eindelijk in slaagt, stelt het vast dat de inhoud beschimmeld is", verwoordde auteur Kurt Vonnegut het ooit. De mens is geen doetje, dat heeft de geschiedenis bewezen. Als je bedenkt dat, telkens in Gaza een Scudraket valt, ergens de kassa rinkelt... Het heeft natuurlijk geen zin om als wetenschapper te zeggen dat je liever een idioot was geweest. Er is geen weg terug. Mijn ouders hebben zich nooit met mijn beroepskeuze bemoeid. Ik was de oudste kleinzoon van een hardwerkende West-Vlaamse familie. Na de oorlog was er veel werk. Mijn vader, een metser, ging met een ploeg huizen bouwen. De kinderen werden aan de grootouders toevertrouwd. Ik ben op een boerderij opgegroeid. Hoe de organische wereld in elkaar zat, begon me als kind te fascineren. Ik vroeg me bijvoorbeeld af hoe honden met elkaar communiceerden. Met mijn vriend Pierre ving ik vogels om ze te catalogiseren. Toen we 14 waren en op het atheneum van Kortrijk zaten, stond het vast dat wij biologie zouden gaan studeren. In de jaren zeventig werd sociobiologie langs alle kanten aangevallen. Wij wilden het gedrag van de mens verklaren vanuit de evolutie. De behavioristen waren toen nog aan zet ; zij geloofden dat de mens geboren werd als onbeschreven blad. Een onderzoekscel in Nederland die, net als ik, de erfelijkheid van gedrag bestudeerde, werd gewoon uitgeschakeld. Ik beuk al jaren op de reclamewereld, maar er beweegt weinig. Mijn onderzoeksmodel, gebaseerd op de natuurlijke en seksuele selectie van Darwin, blijft op weerstand botsen. Het probleem is : de evolutieleer is niet eenvoudig uit te leggen. Neem de survival of the fittest. Het zijn niet noodzakelijk de sterksten die meer overlevingskansen hebben, wél zij die zich het best kunnen aanpassen. Dat kunnen evengoed fysiek zwakkeren zijn. Een goede marketeer moet boeken over gedragsbiologie lezen. Creatievelingen denken vaak spontaan volgens de regels van de evolutiepsychologie. Zij begrijpen dat de esthetiek aan mathematische wetmatigheden beantwoordt. In reclameboodschappen zie je altijd symmetrische gezichten. Vrouwen met lang haar, een smalle taille boven brede heupen. De oeroude verklikkers van vruchtbaarheid. In het onderwijs wordt volgzaamheid nog altijd beloond. Stoute kinderen, die vaak het creatiefst zijn, krijgen de minste punten. In de reclamewereld kom je er véél tegen die op school niet succesvol waren, omdat ze op alles een eigen visie hadden. Of reclame voor kinderen kan ? Je zou evengoed de godsdienstlessen in vraag kunnen stellen. Is dat niet even indoctrinerend ? Toegegeven, de frustratie wordt soms gevoed. Hoe moet het aanvoelen voor migrantenkinderen uit Tsjetsjenië om hier geconfronteerd te worden met het gigantische aanbod aan speelgoed en gadgets dat hun ouders niet kunnen betalen ? We weten wat de gewelddadige gevolgen van naijver kunnen zijn. Ik wil de reclame niet verantwoordelijkheid stellen voor de agressie op scholen maar het stemt toch tot nadenken. Hoe meer vrouwen onderdrukt worden, hoe meer ze zich versieren. Dat leerde ik uit mijn vele reizen. Ik denk aan vrouwen in Rusland die zware mascara dragen en lippenrood . Met opvallende kleuren willen ze verleiden om te overleven, zoals mannetjes in de dierenwereld. Vrouwen die competitief zijn in een mannenwereld ontwikkelen meer testosteron. Dat is bewezen. Ik ken drie vrouwelijke directeurs die met een 4X4 rijden. Ze gaan zich tools toe-eigenen die oorspronkelijk bedoeld waren voor mannen om hun macht te etaleren. Belangrijke conclusie : reclame voor 4X4 wagens moet zich ook tot dat soort vrouwen gaan richten. Gino Delmotte (56), gedragsbioloog, is stichter van reclamebureau Markee en leidt het marktonderzoeksbureau BrandSpecies. Hij schreef samen met Agnes Goyvaerts het boek 'Verleiden : De Biologie Van Het Bekoren' (Uitg. Vrijdag, 160 blz., 17,90 euro, ISBN 978 94 6001 030 9). Uit op 10 maart. Door Peter Van Dyck / Foto Charlie De Keersmaeker