Ik beken. Voetbal heeft voor mij veel geheimen. Ik weet nog net dat ze bij een penalty - of is het bij een vrije schop? - met tien keurig naast elkaar gaan staan, met de handen op het kruis. Verder reikt mijn kennis niet. Al de uren die ik als een verliefde puber sleet in de kantine van een Kempense voetbalclub ten spijt. Toen was ik nog zo gek om elke zondag vrij te houden voor een lief dat alleen maar wou sjotten. Verstand komt met de jaren, zeggen ze. Feit is dat de naam van de club voorgoed uit mijn geheugen is gewist. Freudiaanse verdringing. Ik herinner me alleen nog de klok aan de muur die maar niet sneller wou tikken, terwijl ik met de andere madammen cola's en koffies dronk om de tijd door te komen. Het eerste halfuur vond ik het nog amusant om te zien hoe al die mannetjes achter hetzelfde balletje liepen, maar na een uur was de pret er voor mij af en begon ik bij wijze van bezigheidstherapie de grassprietjes van het voetbalveld te tellen. De liefde was snel voorbij. Sindsdien heb ik er alles aan gedaan om voetbal te bannen uit mijn leven.
...