Niets verandert er zonder strijd. Maar dat betekent niet per se een strijd tegen een vijand. Het is slimmer om energie te steken in een alternatief waarin je gelooft. Daarom investeer ik mijn dagen én nachten in correcte en anticynische berichtgeving over de hele wereld.
...

Niets verandert er zonder strijd. Maar dat betekent niet per se een strijd tegen een vijand. Het is slimmer om energie te steken in een alternatief waarin je gelooft. Daarom investeer ik mijn dagen én nachten in correcte en anticynische berichtgeving over de hele wereld. Ook wanneer er niets ontploft in Afghanistan of Congo zijn daar evoluties aan de gang. Ik geloof in slow journalism en menselijke verhalen. Als we de eersten zijn om een beweging, trend of richting mee te geven, en als we daarna het verschil maken met andere nieuwsmedia, ben ik een tevreden hoofdredacteur. Beperkingen zorgen ervoor dat we de realiteit ter plekke alleen maar beter kunnen vatten. Als ik, zoals vorige maand in India, een treinreis van 25 uur moet maken omdat een vliegtuigticket te duur is, zie ik dat niet als verloren tijd, want de ontmoetingen onderweg zijn onbetaalbaar. Ik weet dat beperkingen ook stimulerend werken. Ik kom uit een mijnwerkersfamilie, mijn vader is maar tot zijn elfde naar school gegaan, mijn moeder tot haar dertiende, maar toch zijn ze in wezen intellectuelen met een grote openheid voor de wereld. The journey is the destination, en al gaande wordt de weg gebaand. Dat zijn twee wijsheden die ik in mijn achterhoofd houd. Einddoelstellingen heb je zelden helemaal in de hand, dromen nog minder. Bovendien ontdek je pas in de praktijk je talenten. Ik studeerde eerst Grieks-Latijnse, dan elektriciteit-elektronica, en vervolgens godsdienstwetenschappen. Ik ben verschrikkelijk onhandig en zou nooit als leerkracht godsdienst kunnen functioneren, maar via mijn burgerdienst bij Broederlijk Delen heb ik een parttimejob te pakken gekregen en daar ben ik beginnen schrijven. Al doende ben ik journalist geworden. Als je tegen de stroom in zwemt, moet je de botsingen aanvaarden. Ik wil eerlijk zijn tegenover mezelf en de gevolgen van mijn keuzes dragen. Ik ben er trots op dat mijn drie kinderen dat ook doen, ook al is het voor prille dertigers geen gemakkelijke tijd om individuele of maatschappelijke keuzes te maken. Er is geen lijden dat mij meer aangrijpt dan dat van ouders die hun kind verliezen. Dat heb ik van heel dichtbij gezien bij mijn eigen moeder en vader toen mijn broer negentien jaar geleden verongelukte. Toen ik onlangs in Kasjmir een vrouw sprak in de kamer van haar doodgeschoten zoon, raakte mij dat erg. Maar gewoonlijk probeer ik een professionele afstand te bewaren. Niet alleen de plek waar je geboren bent definieert je, maar ook je gezin. Toch kan alle menselijke warmte een gewelddadige omgeving als Oost-Congo natuurlijk nooit counteren. Ik geloof dat het Einstein was die ooit gezegd heeft dat je nooit helemaal gelukkig kunt zijn in een wereld waar niet iedereen gelukkig is. Ik ben geen optimist, maar ik draag ook niet het leed van de wereld op mijn schouders. Je moet de duisternis recht in de ogen kijken. Dat leerde ik onder andere uit De troost van het pessimisme, een essay van Herman De Coninck. Ik wil niet vluchten in optimisme als morele plicht, ik wil het onrecht zien én bestrijden. Gie Goris (57) is hoofdredacteur van Mo* Magazine, dat deze maand zijn tiende verjaardag viert en zijn honderdste nummer uitbrengt. In november werd hij door het Nederlandse Humanistisch Vredesberaad uitgeroepen tot Journalist voor de Vrede in het Nederlandse taalgebied. Info : www.MO.be. DOOR LEEN CREVE & PORTRET FILIP VAN ROE