GHADA ZUGHAYAR (35), voorzitster van het Palestijnse "Jeruzalem Center for Women" in Oost-Jeruzalem, is vrijgezel. Haar familie, die uit Hebron komt, vestigde zich in 1948 in Jeruzalem waar Ghada geboren werd. In 1967 werden ze, nadat de Israëli's in de zesdaagse oorlog Oost-Jeruzalem veroverd hadden, uit hun huis in bezet gebied verdreven. Ze trokken naar de oude stad. In 1969 werd hun huis daar in beslag genomen voor het onderbrengen van joodse kolonisten. Toen ging de familie Zughayar buiten de muren wonen, in Wadi El Joz. Ook daar werden grote lappen grond van Palestijnse families onteigend voor de vestiging van de Hebreeuwse universiteit. De Palestijnse Ghada Zughayar heeft een Jordaans paspoort
...

GHADA ZUGHAYAR (35), voorzitster van het Palestijnse "Jeruzalem Center for Women" in Oost-Jeruzalem, is vrijgezel. Haar familie, die uit Hebron komt, vestigde zich in 1948 in Jeruzalem waar Ghada geboren werd. In 1967 werden ze, nadat de Israëli's in de zesdaagse oorlog Oost-Jeruzalem veroverd hadden, uit hun huis in bezet gebied verdreven. Ze trokken naar de oude stad. In 1969 werd hun huis daar in beslag genomen voor het onderbrengen van joodse kolonisten. Toen ging de familie Zughayar buiten de muren wonen, in Wadi El Joz. Ook daar werden grote lappen grond van Palestijnse families onteigend voor de vestiging van de Hebreeuwse universiteit. De Palestijnse Ghada Zughayar heeft een Jordaans paspoort en een Israëlisch identiteitsbewijs. Het gezin waaruit ik kom, was zeer traditioneel en behoudsgezind. Ik ben niet getrouwd omdat het niet eenvoudig voor mij is om een gepaste man te vinden, iemand die in gelijkheid gelooft. Een man kan gemakkelijker zijn manier van leven opleggen aan een onschuldig jong meisje dan aan een volwassen gestudeerde vrouw. Ik liep middelbare school in Ramallah op de Westelijke Jordaanoever en kreeg een beurs van het Jordaanse ministerie van Onderwijs om aan de universiteit van Amman Engels te gaan studeren. Mijn vader vond het ongepast dat zijn dochter alleen naar het buitenland wou trekken. Financieel had hij het trouwens ook niet zo breed. Toen een paar familieleden in Amman beloofden voor mij te zorgen, was hij een beetje gerustgesteld. Thuis was ik de baanbreker. Een paar van mijn broers en zussen zijn sinds begin de jaren '80 ook aktief geworden in de studentenbeweging en de vrouwenbeweging. Na mijn afstuderen in 1981 werd ik lid van de Palestijnse Kommunistische Partij. Op de universiteit al geraakte ik politiek geïnteresseerd. Na de ondertekening van de Camp David-akkoorden in 1978 waren er veel studentenbetogingen. En we hadden frekwente clashes met de Jordaanse staatsveiligheid. Tien jaar ben ik lerares Engels geweest en ook daar maakte men het mij niet makkelijk. Toen ik ontslag nam om het Jeruzalem Center for Women te gaan leiden, vernam ik dat ik op het punt stond om ontslagen te worden door de administratie die verantwoordelijk is voor de moskeeën en Palestijnse scholen in Jeruzalem. Volgens hen had ik een slechte invloed op de meisjes : ik diskussieerde met hen over hun rol in de moslimmaatschappij. Het feit dat ik tot drie keer toe door de Israëli's werd gearresteerd bij steunmanifestaties voor Palestijnse politieke gevangenen, was hen ook een doorn in het oog. Ze waren heel bang dat mijn studenten in mijn voetsporen zouden treden. Ik werd te veel een heldin in de ogen van die meisjes. Het opstarten van het Jeruzalem Center for Women was een harde dobber. Eén voorbeeld slechts : de aanvraag tot registratie bij de Israëlische autoriteiten werd door dezelfde advokaat gedaan als die van Bat Shalom, in één dossier. Voor Bat Shalom kwam het oké vrijwel onmiddellijk. Voor ons heeft het een eeuwigheid geduurd. Pas eind augustus van dit jaar konden we ons kantoor openen, het dossier liep van maart 1994. We zijn toch veel eerder beginnen werken, zonder de toestemming en zonder dat we infrastruktuur hadden. We beseffen volkomen dat er op dit moment geen gelijkheid is tussen Palestijnse en Israëlische vrouwen, we zijn niet van een evenwaardige basis vertrokken. Bezetting en gelijkheid zijn onverzoenbaar. Palestijnse en Israëlische vrouwen ontmoeten elkaar vaak binnen Jeruzalem Link, maar het is niet eenvoudig om samen te werken. Ondanks het feit dat vrouwen beter dan mannen over moeilijkheden en frustraties heen kunnen stappen. Wij hebben zoveel gemeen, vooral in deze mannenmaatschappijen. Zowel bij de joden als bij ons moslims krijgen vrouwen de tweederangsrol toebedeeld. Om maar één voorbeeld te noemen : in de joodse maatschappij hebben vrouwen niet het recht om te getuigen voor de rabbinale rechtbank, in onze moslimgemeenschap is volgens de sharia het getuigenis van één man gelijk aan dat van twee vrouwen. We maken ook deel uit van één en hetzelfde konflikt. De motivatie van de Israëlische vrouwen om voor dat konflikt een oplossing te zoeken, is wel verschillend van de onze. Ze willen van hun schuldgevoel af, van het slechte imago. Ze zijn er niet op uit om het hele konflikt te elimineren op een manier dat de Palestijnen hun rechten als volk krijgen. Elke oplossing is voor hen oké als ze maar verlost worden van dat schuldgevoel. Ze hebben ook begrepen dat de joodse waarden in gevaar zijn als de Israëli's doorgaan met de bezetting, en ons volk op een onmenselijke manier blijven behandelen. Voor ons, Palestijnse vrouwen, is de motivatie politiek en dat zit veel dieper. Het gaat om onze vrijheid, om leefruimte. Het opstarten van dit projekt ging moeizaam van beide zijden. Maar wij hebben het nog steeds lastiger, wij zijn de zwakkeren in het samenspel. Toen men in de Palestijnse gemeenschap hoorde over dit projekt, was men heel bang voor paternalisme van Israëlische kant, vooral in deze belangrijke tijden waar alles zo gevoelig ligt. In alle vredesakkoorden blijven de Israëli's immers de sterken die hun wil opleggen. Veel Palestijnen zijn niet tevreden met wat er aan de onderhandelingstafel gebeurt, ze vinden dat de Palestijnse onderhandelaars niet in staat zijn om zaken af te dwingen. Vandaar hun angst, dat projekten als Jeruzalem Link een vals beeld geven van wat er werkelijk gebeurt tussen Palestijnen en Israëli's. Kijk de vrouwen werken samen : alles ik oké. Ondanks alle ondertekende protokols beseft iedereen dat Israël zich steeds meer afsluit. 120.000 Palestijnen mogen het land niet meer in om te werken, dat betekent armoede voor evenzoveel gezinnen. Ik ben er echt van overtuigd dat Israël dit vredesproces stimuleert omdat het een manier is om terrorisme te bestrijden, niet met het vooruitzicht op een goed nabuurschap met een volk dat al zijn rechten heeft verkregen. Ik ga door met dit werk, omdat ik er persoonlijk van doordrongen ben dat het belangrijk is om met Israëli's te blijven praten. Niet alleen op een officieel niveau maar ook onder gewone mensen. Als wij vrouwen bij elkaar zitten, is het plafond veel hoger dan in formele gesprekken : er zijn geen voorwaarden, er is geen betutteling, er zijn geen diktaten. De gesprekken en samenkomsten binnen Jeruzalem Link zijn belangrijk omdat het een manier is van bruggen slaan en om stereotiepen over de anderen, die in beide gemeenschappen leven, te torpederen. Ik vind dat onze vrouwengroepen flink hebben meegebouwd aan het pad naar de officiële dialoog. Natuurlijk zijn wij niet de reden geweest waarom die op gang is gekomen. De plaatselijke en internationale kondities waren zo dat de Israëlische en Palestijnse leiders niet meer aan het gesprek konden ontsnappen. Maar wat binnen Jeruzalem Link gebeurde, heeft zeker invloed gehad op de publieke opinie. Vrouwen van het Jeruzalem Center for Women zijn tijdens de Intifada naar Tel Aviv, naar Haifa, naar overal gegaan om korrekte informatie te geven over wie we zijn, wij Palestijnen. Geen gevaarlijke mensen, vijanden, terroristen, maar realistische, redelijke mensen die Israël als staat erkennen maar die vragen om ook onze rechten te erkennen. Het recht op een eigen staat, naast Israël. Binnen Jeruzalem Link hebben we krisissen gehad en er zullen er nog komen. Op dit moment staan onze relaties op een laag pitje omdat drie leden van de raad van bestuur van Bat Shalom in de Knesset, bij een stemming over het statuut van Jeruzalem, een ander standpunt hebben ingenomen dan het gemeenschappelijke : Jeruzalem, twee hoofdsteden voor twee staten. Dit was een breekpunt. Heeft Daphna dat niet verteld ? Daphna Golan en ik hebben samen een protestmemo ondertekend dat naar die drie Knessetleden gestuurd is, waarin we vragen dat zij de princiepsverklaring van Jeruzalem Link nogmaals zouden onderschrijven. In mei was er een ander incident : op 28 mei vierden de Israëli's wat zij de hereniging van de stad noemen en wat voor ons de bezetting van Oost-Jeruzalem blijft. Daphna en ik zouden samen stelling nemen over het statuut van de stad en over het recht van de Palestijnen op Jeruzalem als hoofdstad. Jeruzalem, twee hoofdsteden voor twee staten, was nog een gemeenschappelijke slogan op de vrouwenvredesmanifestatie op 8 maart. Wij zijn niet tot een akkoord gekomen. Zelfs onze bondgenoten, zo kan ik ze wel noemen, in de Israëlische maatschappij zijn onder druk van de ultrarechtse fanatieke kolonisten veel voorzichtiger geworden. De moord op Rabin legde duidelijk het konflikt binnen de Israëlische maatschappij bloot. Wat gebeurd is, heeft me niet verbaasd. Het is het resultaat van een maatschappij die het militarisme met de moedermelk heeft ingezogen. Vergeet niet dat de moord op 29 Palestijnen in de Al-Ibrahimi Moskee in Hebron (1994) ook gepleegd is door een fanatieke kolonist die in het Israëlisch leger gediend heeft. Ik ken Daphna Golan beter dan welke Israëlische vrouw ook die ik heb ontmoet, wij praten elke dag met elkaar. Maar om eerlijk te zijn, we hebben geen persoonlijke relatie. Hoewel ik sommige dingen in haar bewonder, ontdek ik in haar trekken waarop ik kritiek heb. Af en toe kan ik haar heel moeilijk begrijpen, hoewel ze veel oprechter is dan veel andere Israëli's. Soms probeert ze te vermijden om voor haar mening uit te komen, dan is ze zwak en neemt ze geen moedige houding aan. Het is vaak ook voor mij niet simpel. Ja, het klopt dat ik dreigtelefoons heb gekregen. Maar ze komen niet uit de hoek van Hamas. Het bleken fanatieke individuen die het niet eens zijn met ons werk. Maar ik kreeg ook lof en appreciatie voor wat we bereikt hebben, vooral hier in Oost-Jeruzalem. Een vertegenwoordiger van Hamas belde mij onlangs om mij te bedanken voor mijn interventies om de onmenselijke behandeling van Palestijnen in de kantoren van het Israëlisch ministerie van Binnenlandse Zaken hier te verbeteren. Het werk binnen Jeruzalem Link heeft mij veel kracht gegeven, ik heb het gevoel dat we mee het beslissingsproces beïnvloeden. Ik heb ook moeten leren mijn eigen principes naar de achtergrond te schuiven en diplomatisch te zijn in de dialoog met de Israëlische vrouwen. Iedereen kende mij als een heel koppig mens wanneer het over rechten van de Palestijnen gaat. Niet dat ik nu toegeef, maar ik heb taktiek geleerd, overredingskracht. Dat is het leven en het leven is niet makkelijk. We moeten kijken en luisteren naar de anderen. Dat is een rijke ervaring voor alle leden van Jeruzalem Link. Soms is het verwarrend. Soms wil ik deze job opgeven. Waarom laad ik al deze moeilijkheden op mijn schouders, vraag ik me wel eens af. Maar dit werk is buitengewoon belangrijk en ik word er zelf ook een beter mens door. Er is niet veel verschil tussen Palestijnse vrouwen van verschillende generaties : wat overheerst in ons leven is deze strijd voor zelfbeschikkingsrecht. De ouderen zijn koppiger, vasthoudender, zij hebben al zo vaak gruwelijke momenten en zo lang slechte tijden meegemaakt. De jonge vrouwen die onder de bezetting geboren werden, hebben nog geen dag vrijheid gekend. Veel hoop hebben ze niet, maar hun geest is nog open en het is makkelijker om te proberen hen te overtuigen dan hun moeders en grootmoeders. Die zitten vast omdat ze te zeer gekwetst zijn. Ik hoop dat dit een goede plaats om te leven wordt voor de komende generaties. Maar ik ben niet uitgesproken optimistisch over de toekomst. Soms voelt het alsof we een stap terugzetten, hoewel ik niet geloof dat de klok echt kan teruggedraaid worden. Soms denk ik dat we weer net zo ver staan als toen de strijd voor mij begon, bij de bezetting van Oost-Jeruzalem in 1967. Toch hoop ik dat het konflikt ooit overgaat. De vernedering, de druk verstikt ons. De vicieuze cirkel van bloedvergieten maakt ons allemaal doodziek. Als ik naar Zuid-Afrika kijk, vraag ik me wel eens af : wanneer komt de dag dat wij Palestijnen al onze aandacht zullen kunnen besteden aan het onderwijs van onze kinderen, aan gezondheid en welzijn ? De dag dat we niet langer moeten vechten voor basisrechten, zoals het recht om vrij rond te reizen in ons land ? Elke gewelddaad brengt weer een andere voort. Wraak gaat altijd maar door en zal nooit iets oplossen. Maar ik kan niet anders dan steeds teruggaan naar de wortels van dit geweld. Zolang de bezetting voortduurt, zo lang de settlers in het hart van de Palestijnse steden blijven, zo lang zal het geweld duren. We moeten ervoor zorgen dat de nederzettingen in Palestijns gebied verdwijnen, dat de bezetting ophoudt. Dat is de belangrijkste taak voor vrouwen aan beide zijden, veel belangrijker dan geweld veroordelen in de zoveelste verklaring. Al die statements veranderen de werkelijkheid niet. Ze veranderen niets aan het feit dat jonge mensen zo wanhopig zijn dat ze zelfmoordoperaties uitvoeren en daarbij het bloed van onschuldige mensen vergieten. We moeten niet de symptomen bestrijden, maar aan de wortels van het kwaad werken. Zolang er geen politieke oplossing is, zullen mensen het hier moeilijk hebben met leven. Er is geen vredevol samenleven mogelijk, zolang de Palestijnen niet erkend worden als volk. Ghada Zughayar ziet vanuit haar kantoor in Oost-Jeruzalem de Israëlische kontrolepost op de weg naar Ramallah.Een Palestijnse jongen van 13 wordt weggedragen nadat hij door een Israëlische soldaat in het hoofd is geschoten.