Geboren tussen 1980 en '96 ? Dan zou u een vrijwillige jobhopper worden, luidde destijds de voorspelling. De mondige millennials waren immers ondernemend, verslaafd aan autonomie en nieuwe uitdagingen en snel verveeld - niet meteen een profiel waarbij langdurig engagement ten opzichte van een werkgever past. Nu generatie Y volwassen is en de arbeidsmarkt verkent, blijkt echter het tegendeel. "Ruim de helft van de Belgische jongvolwassenen hoopt ooit te kunnen zeggen dat ze langer dan twintig jaar bij dezelfde werkgever heeft gewerkt, en 45 procent denkt ook een hele loopbaan bij hetzelfde bedrijf te kunnen uitbouwen", zegt Mark Elchardus (VUB). De socioloog onderzocht samen met Petrus te Braak en de Stichting P&V de toekomstverwachtingen van bijna tweeduizend Belgen tussen de 25 en 35 en publiceert daar later dit jaar een boek over. "Minder dan een kwart omarmt een flexibele loopbaan met verschillende jobs en verschillende soorten werk. Bij de keuze voor een job speelt werkzekerheid een grote rol. Dat wijst niet op een generatie die permanent verandering zoekt."
...

Geboren tussen 1980 en '96 ? Dan zou u een vrijwillige jobhopper worden, luidde destijds de voorspelling. De mondige millennials waren immers ondernemend, verslaafd aan autonomie en nieuwe uitdagingen en snel verveeld - niet meteen een profiel waarbij langdurig engagement ten opzichte van een werkgever past. Nu generatie Y volwassen is en de arbeidsmarkt verkent, blijkt echter het tegendeel. "Ruim de helft van de Belgische jongvolwassenen hoopt ooit te kunnen zeggen dat ze langer dan twintig jaar bij dezelfde werkgever heeft gewerkt, en 45 procent denkt ook een hele loopbaan bij hetzelfde bedrijf te kunnen uitbouwen", zegt Mark Elchardus (VUB). De socioloog onderzocht samen met Petrus te Braak en de Stichting P&V de toekomstverwachtingen van bijna tweeduizend Belgen tussen de 25 en 35 en publiceert daar later dit jaar een boek over. "Minder dan een kwart omarmt een flexibele loopbaan met verschillende jobs en verschillende soorten werk. Bij de keuze voor een job speelt werkzekerheid een grote rol. Dat wijst niet op een generatie die permanent verandering zoekt." Ook op andere vlakken kiezen millennials voor vastigheid. Zo leert het jongste onderzoek van kenniscentrum ILIV dat ze zich bewust zijn van de stijgende woningprijzen en de schaarser wordende woonruimte, maar dat bijna zeven op de tien toch graag woningeigenaar willen worden - 45 procent van de 27- tot 30-jarigen heeft daar trouwens al werk van gemaakt. Huren en nieuwe oplossingen als woningdelen zijn weinig populair : slechts een op de vijf ziet het zitten om onder één dak te leven met vrienden of familie. Ook generatie Y houdt van de zekerheid van een thuis, concludeert het rapport : het is een ankerpunt in een snel veranderende wereld. Ook het traditionele gezin spreekt nog steeds aan. Toen De Morgen en InSites Consulting onlangs duizend twintigers naar hun persoonlijke ambities vroegen, voerden 'een eigen gezin' en 'relationeel geluk' het lijstje aan. Hun ideale levensloop - samenwonen op 23 jaar, trouwen en een huis kopen op 26 jaar, kinderen op 27 - verraadt een drang om zich te settelen, en dat mag duidelijk vooruitgaan. "In de opvoeding van millennials stond passie centraal", zegt Tom Palmaerts van onderzoeksbureau Trendwolves. "Thuis kregen ze te horen dat ze hun hart moesten volgen en dat alles mogelijk is. Maar nu ze volwassen zijn, is er een crisis die veel verder gaat dan het economische en is de toekomst hoogst onvoorspelbaar. Dan is het niet verwonderlijk dat een grote groep mensen teruggrijpt naar concepten die zekerheid lijken te bieden, zoals een vaste baan of een huwelijk." Zo'n 'crisiseffect' klinkt aannemelijk. Jongvolwassenen zijn pessimistisch over de toekomst van de arbeidsmarkt, leert de VUB-studie. Zo denkt ruim tachtig procent dat de werkzekerheid nog zal afnemen, en gaat zeventig procent ervan uit dat we zullen werken in almaar zwakkere statuten die weinig sociale bescherming bieden. Ook het idee dat mensen harder zullen moeten gaan werken voor minder welvaart wint terrein. "Op de vraag of de overheid het makkelijker of moeilijker moet maken om mensen te ontslaan, kiest de overgrote meerderheid trouwens voor de laatste optie - nog een teken dat deze generatie zich zorgen maakt over de werkzekerheid ", zegt Elchardus. Toch is er geen sprake van een echte angstgeneratie, benadrukt de socioloog : "Jongvolwassenen zijn pessimistisch op maatschappelijk vlak, maar over hun eigen toekomst zijn de meeste jongeren uiteindelijk toch optimistisch." Zo lijkt het slechts twee op de tien waarschijnlijk of zeer waarschijnlijk dat ze zelf hun job zullen verliezen, terwijl nog minder jongvolwassenen rekening houden met schulden of armoede. "In veel opzichten ziet de arbeidssituatie van deze generatie er trouwens goed uit : tachtig procent is aan het werk, en de meesten zijn tevreden over hun job." De VUB-studie vroeg de jongvolwassenen ook om zich hun situatie op hun veertigste voor te stellen in vergelijking met die van hun ouders toen die veertig waren. De resultaten zijn verrassend : "Qua wooncomfort en de meeste andere aspecten van de levenskwaliteit gaan ongeveer vier op de vijf ervan uit dat ze het minstens zo goed of beter zullen doen dan hun ouders. Zelfs qua persoonlijke werkzekerheid en hun financiële situatie, aspecten van de levenskwaliteit die al meer zorgen baren, denkt nog altijd een overtuigende meerderheid dat ze het beter zullen doen dan hun ouders. Blijkbaar denken velen dat het zelf wel zullen redden, hoe ongunstig de omstandigheden ook zijn." Tekenend zijn het open toekomstbeeld van twintigers en jonge dertigers - voor de meesten lijken alle wegen nog open te liggen - en de vaststelling dat ook onder laag- en middengeschoolden en mensen uit sociaaleconomisch eerder zwakke gezinnen het optimisme overheerst. "Ook zij zien in onze samenleving mogelijkheden om erop vooruit te gaan", stelt Elchardus. "Wellicht speelt het een rol dat deze generatie aangemoedigd werd door hun ouders en opgroeide in tijden van economische voorspoed, net als het gebod dat optimisme een morele plicht is. In onze samenleving mag een mens niet bij de pakken blijven zitten. Maar hoe ook is dit geen 'no future'-generatie. Wat hun eigen toekomst betreft, leeft het vooruitgangsdenken volop. Jongvolwassenen kiezen dus niet voor een stabiele loopbaan en werkzekerheid omdat de toekomst hen afschrikt." "We leven in een conservatieve tijd", zei auteur Nina Polak vorig jaar in De Telegraaf over de huwelijkswens van jonge Nederlanders. "Het gezin en huisje-boompje-beestje vieren hoogtij. Wat dat betreft zijn we terug in de jaren vijftig. Facebook staat vol huiselijk geluk." Zijn millennials de nieuwe ouderen ? Ze staan anders in het leven dan de generaties voor hen, zegt Elchardus. "Het eerste verschil is het grote belang dat deze generatie hecht aan zelfontplooiing. Niet alleen in de vrije tijd, maar ook in het werk. Werk moet boeiend zijn, en voor een grote groep primeert die vereiste op extrinsieke beloningen als meer vrije tijd, promotiekansen of de omvang van het loon. Dat is niet een of ander vaag principe : in onze studie verkiest 63 procent een boeiende job boven werk dat twintig procent meer loon geeft, maar minder boeiend is." Van een werkschuwe generatie is dan ook geen sprake, integendeel. "De ondernemerslust piekt, net als de werkmotivatie van jongvolwassenen. Dit zijn mensen die in het leven en hun job willen bijten, die betrokkenheid en engagement in hun werk zoeken en een betekenisvolle bijdrage willen leveren." Anders dan hun carrièregerichte ouders willen millennials echter ook volop investeren in hun gezinsleven. In de VUB-studie noemt 82 procent het gezin het belangrijkste in het leven en opteren ruim zes op de tien in het geval van een gedwongen keuze tussen werk en gezin altijd voor het gezinsleven. "Deze generatie is zich bewust van de impact die werken kan hebben op het gezin, en dat beïnvloedt heel sterk haar loopbaankeuzes", zegt Elchardus. "Veel jongeren zien werken aanvankelijk als een passie, en vanuit het opzicht van zelfontplooiing klinkt jobhoppen dan aantrekkelijk. Van dat loopbaanperspectief stappen jongvolwassenen echter snel af naarmate ze gaan samenwonen, trouwen en een huis kopen, en al helemaal als er kinderen komen. Dan worden werkzekerheid en meer vrije tijd belangrijker en geeft een grote meerderheid de voorkeur aan een vaste loopbaan. Zeker vrouwen, die nog steeds de grootste gezinslasten dragen. Blijkbaar leert de ervaring mensen dat een flexibele loopbaan het moeilijker maakt om werk en gezin te combineren." Ook aan de vaste loopbaan kan echter nog gesleuteld wordt, benadrukt de socioloog. "Mensen houden niet op met zelf-ontplooiing in hun werk te zoeken wanneer ze een gezin stichten. In ruil voor meer vrije tijd en zekerheid zijn veel jongvolwassenen dan echter bereid om minder boeiend werk te aanvaarden, alsof ze zich erop instellen dat je nu eenmaal niet alles kunt hebben en dus moet kiezen." De uitdaging bestaat erin om mensen ruimte te geven om een gezinsleven uit te bouwen, en ondertussen hun sterke werkmotivatie gaaf te houden, zegt Elchardus. "Bestaande recepten als loopbaanonderbreking zijn daar weinig geschikt voor. Stoppen met werken is immers geen oplossing voor jongvolwassenen die gepassioneerd en geëngageerd met hun job bezig zijn, terwijl het vaak ook nefast is voor hun carrière. Zulke werknemers hebben wellicht meer baat bij minder rigide arbeidsuren en meer vrijheid bij het organiseren van het werk. Waarom zouden mensen niet om drie uur kunnen stoppen met werken, vervolgens tijd maken om de kinderen van school halen en met het gezin bezig te zijn, en 's avonds opnieuw aan het werk gaan ?" "Huidige twintigers en dertigers zijn een generatie van dromers", zegt Tom Palmaerts van Trendwolves. "Ze denken na over anders gaan werken, wonen en consumeren, maar weinigen zetten uiteindelijk de stap naar fundamentele veranderingen. Wellicht omdat hun opvoeding in het teken stond van vrijheid en de valse indruk wekte dat ze geen keuzen hoefden te maken, maar ook omdat ze een generatieconflict willen vermijden. Dit zijn mensen die hun ouders en grootouders als vrienden zien, die goede familierelaties belangrijk vinden en hun ouders ook bij grote beslissingen betrekken. Deze generatie past dus voor een fundamentele trendbreuk. Hun verlangen naar vast werk, een huwelijk en andere idealen weerspiegelen de ideeën die ze thuis meegekregen hebben." Rebellie en radicaal andere levenskeuzes verwacht de trendwatcher eerder van generatie Z, jongeren die geboren zijn na 1996 en gekenmerkt wordt door realisme en pragmatisme. "Bij hen zullen nieuwe ideeën als flexibel werken, kangoeroewonen en autodelen minder weerstand oproepen. Zij zullen ook veel minder moeite hebben om hun comfortzone te verlaten, want ze zijn van bij de geboorte opgegroeid in een samenleving waarin jezelf snel aanpassen de norm wordt." Dat zal ook zijn weerslag hebben op de loopbaankeuzen van generatie Z, zegt Palmaerts : "Het zal misschien niet om de grote massa gaan, maar een aanzienlijke groep zal toch minder behoefte hebben aan een vaste baan en het idee van zekerheid. Bovenaan het verlanglijstje zullen een werkgever en een job met maatschappelijke impact staan." Hoe anders generatie Z is, beschrijft Trendwolves in zijn jongste European Youth Trend Rapport. Daaruit blijkt dat jongeren zich afkeren van het individualisme en narcisisme van de generaties voor hen. "Millennials kregen thuis altijd te horen hoe uniek en bijzonder ze waren", legt Palmaerts uit. "Het internet en sociale media hebben die mythe echter doorprikt. Jongeren van de digitale generatie beseffen maar al te goed dat we met zeven miljard zijn en allemaal in hetzelfde bootje zitten." Daarnaast spreekt het rapport ook van een zekere moeheid van het zoeken naar originaliteit en authenticiteit. "Fenomenen als de 'ugly selfie' en de unselfie, foto's waarin niet het ik centraal staat, maar een organisatie of maatschappelijk probleem, duiden op een waardenverschuiving onder jongeren. Wat telt, is niet hoe je eruitziet, maar waar je voor te staat : je ideeën en je vaardigheden." Trendwolves doopt die mentaliteitswijziging 'new modesty' of nieuwe bescheidenheid. Die omvat volgens Palmaerts meer dan normcore, de vorig jaar al veelbesproken modetrend waarbij jongeren alledaagse, merkloze kledij dragen of kiezen voor een gewone diepvriespizza in plaats van de zoveelste hippe eettent. "Het gaat over hoe ze in het leven staan in het algemeen, hoe ze hun eigen persoontje relativeren en de houding die ze aannemen ten opzichte van anderen. Jongeren beseffen immers dat uitdagingen op het werk, maar ook maatschappelijke problemen als buurtverloedering beter aangepakt kunnen worden wanneer mensen de handen in elkaar slaan. Een houding van bescheidenheid, zonder jezelf voortdurend van anderen te willen onderscheiden, maakt dat gemakkelijker. 'Doe maar gewoon' zeggen jongeren algauw." Een terugkeer naar klassieke waarden wil Palmaerts dat niet noemen. "Generatie Z verkiest het alledaagse en het tijdloze boven het vluchtige, maar van retronostalgie is geen sprake. Integendeel, in onze gesprekken met jongeren weerklinkt juist veel kritiek op de vorige generaties. En het belang dat ze hechten aan goed contact met buren, vrienden en familie, dat hebben zelfs veel senioren in hun leven nooit gekend." DOOR WIM DENOLF & ILLUSTRATIE KORNEEL DETAILLEURMark Elchardus : "Jongvolwassenen zijn pessimistisch op maatschappelijk vlak, maar over hun eigen toekomst zijn de meeste jongeren wél optimistisch" Tom Palmaerts : "Millennials kregen thuis te horen hoe uniek ze waren, intussen beseffen ze dat we met zeven miljard in hetzelfde bootje zitten"