Twee schrijvers willen ons deze zomer op een andere manier naar onze huizen en tuinen laten kijken : Bill Bryson en Alain de Botton. De titel Een huis vol, een kleine geschiedenis van het dagelijkse leven verraadt dat de aanpak van de Amerikaans-Britse Bryson historisch is. Hij leidt de lezer rond door zijn eigen huis, een victoriaanse woonst uit 1851. En hij ontdekt dat "de geschiedenis van het huiselijke leven niet louter een geschiedenis van bedden en banken en fornuizen is, maar van scheurbuik en guano en de Eiffeltoren en wandluizen en lijkroof en zo'n beetje alles wat er maar ooit is gebeurd." "Een huis is geen schuilplaats voor de gesc...

Twee schrijvers willen ons deze zomer op een andere manier naar onze huizen en tuinen laten kijken : Bill Bryson en Alain de Botton. De titel Een huis vol, een kleine geschiedenis van het dagelijkse leven verraadt dat de aanpak van de Amerikaans-Britse Bryson historisch is. Hij leidt de lezer rond door zijn eigen huis, een victoriaanse woonst uit 1851. En hij ontdekt dat "de geschiedenis van het huiselijke leven niet louter een geschiedenis van bedden en banken en fornuizen is, maar van scheurbuik en guano en de Eiffeltoren en wandluizen en lijkroof en zo'n beetje alles wat er maar ooit is gebeurd." "Een huis is geen schuilplaats voor de geschiedenis daarbuiten", schrijft hij. "Het is de plek waar de geschiedenis uiteindelijk belandt." Na wat aandringen kon ik het manuscript nu al eens doorlezen. Het is een geschiedenisles van meer dan driehonderd pagina's zoals ik ze graag heb : levendig en herkenbaar en ervoor zorgend dat ik inderdaad op een andere manier naar alledaagse zaken kijk. Wist u bijvoorbeeld dat er zoiets bestaat als fenologie, de leer van het opvolgen van de veranderingen van de seizoenen ? (Het was de overgrootvader van de man die Brysons huis liet bouwen, die de fenologie zo populair maakte dat zelfs de toenmalige president van de Verenigde Staten, Thomas Jefferson, aanhanger werd). Er komen bovendien nog fijne personages in het boek voor. Joseph Paxton bijvoorbeeld, een tuinman die halfweg de negentiende eeuw in Hyde Park het Crystal Palace neerzette, een reuzenserre die heel eventjes het allergrootste gebouw ter wereld was. Bryson is zeker niet de enige Brit die in een antiek huis woont. Er zijn er zoveel dat filosoof Alain de Botton daar als tiener van schrok toen hij naar Groot-Brittannië verhuisde. Geboren en opgegroeid in Zwitserland is hij meer te vinden voor moderne architectuur. Hij wil, zo geeft hij verderop op p. 32 toe, de Britten architecturale smaak bijbrengen zoals Jamie Oliver hen gastronomische smaak leerde kennen. Dat doet hij niet via een wekelijks bouwtelevisieprogramma, maar op andere manieren : met een boek in 2006 (De architectuur van het geluk) en lezingen bijvoorbeeld. Of via twitter. Een supercompacte samenvatting van zijn visie op architectuur is deze tweet, van ergens in januari : "Should a building be functional or beautiful ? It should, shelter aside, be a machine for producing feelings." Toch vindt de Botton schrijven, praten en twitteren alleen niet genoeg. Hij is nu ook aan het bouwen. Het is te zeggen : hij richtte mee Living Architecture op, dat vakantiehuisjes van internationale architecten als MVRDV en Peter Zumthor bouwt en vervolgens verhuurt. Want, is de Bottons redenering : hoe kan je nu weten wat moderne architectuur is als je er nog nooit in geslapen hebt ? Hij hoopt dat zo'n onderdompeling de bezoekers kritischer maakt en op lange termijn een positieve invloed heeft op de Britse architectuur. Voor de komende weken neem ik adviezen van beide auteurs mee. Mijn plan ? Kennismaken met de leer van de fenologie door me zoveel mogelijk onder te dompelen in de lente, out there. - Een huis vol, Bill Bryson, verschijnt deze maand nog in het Engels, en op 27 mei in het Nederlands bij Atlas, ISBN 9789045074245, 24,90 euro. - leen.creve@knack.be Leen Creve"Een huis is geen schuil-plaats voor de geschiedenis daarbuiten. Het is de plek waar de geschiedenis uiteindelijk belandt."