Recent onderzoek toont aan dat vooral de plaats van overmatig lichaamsvet bepaalt wie eerder ziek wordt en wie niet.
...

Recent onderzoek toont aan dat vooral de plaats van overmatig lichaamsvet bepaalt wie eerder ziek wordt en wie niet. Marianne MeireDe Franse dokter Vague beschreef een halve eeuw geleden als eerste twee types van obesitas of korpulentie. Het vrouwelijke of gynecode type met vet in de onderste helft van het lichaam. En het mannelijke of androde type met vet in de bovenste helft. Vague legde ook de link tussen overmatig lichaamsvet en gezondheidsrisico's op latere leeftijd. Mannen met buikjes kregen duidelijk meer hart- en vaatziekten dan vrouwen met zware heupen, vond Vague. Deze problematiek kwam een tiental jaren geleden opnieuw in de belangstelling. Zo werd ontdekt dat niet het onderscheid boven of onder belangrijk is, noch het feit of het om mannelijk of vrouwelijk lichaamsvet gaat, maar wel of het vet op de buik (abdominaal) of op de heupen zit. De lichaamsvorm van iemand met heupvet doet denken aan een peer. Iemand met buikvet lijkt op een appel. Een objektieve beschrijving kun je dit echter niet noemen. Dus werd een eenvoudige formule ontwikkeld : de middel/heup-ratio. Om te weten of u een appel of een peer bent, deelt u de omtrek van uw middel door de omtrek van uw heupen. Is de uitkomst hoger dan 0.8 (vrouw) of hoger dan 0.9 (man), dan bent u een appeltype. Is de uitkomst lager dan 0.8 (vrouw) of lager dan 0.9 (man), dan bent u een peertype. Wat betekent dit voor uw gezondheid ? Veronderstel dat uw heup/middel-ratio gelijk is aan 1. Dan bent u duidelijk een appeltype. U hebt buikvet en u loopt bepaalde risico's. Nu is niet alleen de plaats van het vet belangrijk voor uw gezondheid. Men heeft namelijk ontdekt dat buikvet een ander soort vet is dan heupvet. Abdominaal vet is hypertrofisch, dit wil zeggen dat de vetcellen in de buik groter zijn dan elders in het lichaam. Heupvet is hyperplastisch : voor een zelfde massa zijn er meer vetcellen aanwezig. En deze twee soorten vet hebben ook een verschillende funktie. Buikvet werkt anders dan heupvet : de vetcellen hebben een hogere stofwisseling. Daardoor zijn ze bijvoorbeeld ook gevoeliger voor hormonen en zullen mensen met buikvet gemakkelijker vermageren. Dit is eenvoudig te begrijpen : grote vetcellen kun je doen slinken. Talrijke kleinere vetcellen (zoals in heupvet), krijg je veel moeilijker weg. Buikvet brengt ook meer vrije vetzuren voort. Vrije vetzuren zijn de bouwstoffen van de vetten. Een onevenwicht in hun aanwezigheid lokt bepaalde reakties van de lever uit. Hoe is niet helemaal duidelijk, maar wel is bekend dat ze de gezondheid schaden. Waarom is buikvet gevaarlijker dan heupvet ? Er zijn aanwijzingen dat buikvet veranderingen in het lichaam teweegbrengt die op lange termijn een hogere kans op een aantal ziekten meebrengen. Die veranderingen zijn waarneembaar in het bloed van mensen met buikvet. Mensen met een buikje hebben namelijk een bepaald stofwisselingsprofiel dat steeds terugkeert : hun bloed bevat meer insuline, meer triglyceriden, en minder goede cholesterol. Hun bloed is bovendien minder in staat om klontering tegen te gaan. Mensen met dit profiel lopen meer kans op suikerziekte, op hart- en vaatziekten, op trombose en hersenbloeding, en op hoge bloeddruk. De link tussen al deze verschillende schakels ontbreekt nog, maar een aantal afzonderlijke gevolgen van buikvet zijn reeds in kaart gebracht. Wat is het verband met suikerziekte ? Mensen met buikvet hebben in hun bloed een hoger insulinegehalte dan mensen zonder buikvet. Zij lijden vaker aan hyperinsulinisme. Insuline is een hormoon dat in ons lichaam de vet- en suikerstofwisseling regelt. Hyperinsulinisme wordt veroorzaakt door een weefselweerstand, waardoor suiker minder goed wordt verwerkt door het lichaam. Hyperinsulinisme mag niet verwaarloosd worden. Op lange termijn leidt het tot suikerziekte. Wat is het verband met hart- en vaatziekten ? De overmatige aanwezigheid van vrije vetzuren in buikvet verandert het vetmetabolisme van de lever in die mate dat er meer triglyceriden in het bloed circuleren. Deze vetsoort speelt een rol in het ontstaan van hart- en vaatziekten. Mensen met buikvet hebben trouwens ook minder goede cholesterol in hun bloed waardoor hart- en bloedvaten extra worden belast. Het verband tussen buikvet en de verminderde kapaciteit van het bloed om bloedklonters op te lossen, is niet duidelijk. Maar bij mensen met buikvet komen trombosen en hersenbloedingen opvallend meer voor. Er wordt nu onderzocht waarom dit zo is. We gaan nog een stapje verder. Ondertussen is ook vastgesteld dat niet het vet aan de buitenkant van de buik gezondheidsproblemen veroorzaakt, maar wel het vet in de buik. Het zogenaamde visceraal vet dat zich tussen de ingewanden en in het buikvlies bevindt. Mannen hebben vaker visceraal vet dan vrouwen en lopen ook meer risico om een van de eerder genoemde ziekten te krijgen. Maar een man en een vrouw met evenveel visceraal vet lopen beiden ook evenveel risico. Veronderstel dat u na berekening van uw heup/middel-ratio een appeltype blijkt te zijn. Hoe weet u dan of het gaat om vet in uw buik, of vet op uw buik ? Volgens de laatste beschouwingen is een gewone meting van uw buikomtrek een zeer goede parameter van gevaarlijk buikvet. Is uw buikomtrek meer dan één meter, dan stijgen uw gezondheidsrisico's navenant. Het is zelfs mogelijk dat u helemaal niet "dik" bent, maar in uw buik toch een voorraadje visceraal vet stockeert. Ook u loopt een hoger risico op eerder genoemde gezondheidsproblemen. Het kan best dat uw BodyMassIndex volledig normaal is (het rekensommetje "gewicht : kwadraat lichaamslengte" levert een cijfer dat niet hoger is dan 25), maar dat er toch sprake is van viscerale vetophoping. Dan loopt u nog steeds gevaar. Het profiel dat we zojuist beschreven en waarbij vooral sprake is van hyperinsulinisme, slaat op 10 tot 25 procent van alle oudere volwassenen. Een belangrijke indicator is leeftijd : hoe ouder je wordt, hoe meer visceraal vet je vergaart. Voor vrouwen speelt de menopauze een rol. Vrouwen die hormoonsubstitutieterapie nemen, hebben dan weer minder last van de gevolgen van hun buikje. Hun hormoonkuur korrigeert de nadelen van visceraal vet. Terug naar de twee denkpistes uit de inleiding. Niet alle obesitas of korpulentie veroorzaakt gezondheidsproblemen. Neem de peertypes. Mensen met zware heupen hebben geen medisch maar zoals een specialist het uitdrukte een modisch probleem. Vooral vrouwen hebben er last van. Heupvet zou wel eens kunnen bedoeld zijn als energiereserve tijdens zwangerschap en borstvoeding. Dit voorraadje dat in tijden van voedselschaarste nog van pas kwam, is vandaag in het Westen voor veel vrouwen een ware nachtmerrie. Heupvet is niet gevaarlijk voor de gezondheid. Peertypes zullen echter snel ondervinden dat hun heupvet ook niet zo gevoelig is voor geneesmiddelen, en evenmin voor hormonen. Het is moeilijk weg te krijgen. Een verklaring ? Op vetcellen zitten receptoren die de cel gevoelig maken voor verbranding. Deze receptoren komen meer voor op visceraal vet. Daarom zal buikvet gemakkelijker verbranden, lees verdwijnen. Op heupvetcellen zitten minder van deze receptoren. De aanwezigheid van de receptoren die onze vetcellen gevoelig maken voor verbranding, is grotendeels genetisch bepaald. Dikke mensen hebben er lagere koncentraties van. Ook het krijgen van buikvet is genetisch bepaald. De tweede denkpiste gaat over gewichtsverlies en is goed nieuws. Dikke mensen die tien kilogram vermageren, zien hun buikvet met zo'n 30 tot 40 procent afnemen ! Een vetarme voeding heeft dus onmiddellijk effekt. Ook fysieke aktiviteit helpt om buikvet te bezweren. Het hoeft niet eens om zware krachttraining te gaan aangezien vooral uithoudingssporten resultaten opleveren. Een dagelijkse flinke wandeling van 5 kilometer heeft al een gunstige impact. Zelfs zonder gewichtsverlies ! Fysieke aktiviteit verlaagt namelijk de metabole veranderingen die gepaard gaan met buikvet. Zonder te veralgemenen en zonder dikke mensen een vals gevoel van veiligheid te geven : zij hoeven niet veel te vermageren om hun gezondheid te verbeteren. Als hun buikje maar verdwijnt. De lichaamsvorm van iemand met heupvet doet denken aan een peer. Iemand met buikvet lijkt op een appel.