Als prille tiener had ik de ambitie om parfumeur te worden. Ik maakte de vreselijkste cocktails met een doe-het-zelfkit die ik in het parfummuseum van Grasse, het mekka van de parfumliefhebber, had gekocht. De passie en de ideeën waren er, maar techniek en enige notie van verhoudingen ontbraken jammerlijk. De perfecte uitvoering van een van mijn ideeën heb ik dit voorjaar geroken in Parijs. Gemaakt door een van de beste parfumeurs van deze tijd : Jean-Claude Ellena, huisparfumeur bij Hermès. "Op rondleiding in het huis van de zadelmaker, werd ik geïntrigeerd door de verschillende geuren van de vele ledersoorten", vertelt hij mij tussen de rekken van de stock waar Hermès stapels vellen in alle kleuren van de regenboog bewaart. "Sommige roken naar nagellak, andere hadden een bloemig aroma dat me onmiddellijk fascineerde." Ellena kende niets van leder, maar bleek wel een neus voor kwaliteit te hebben : hij pikte er de beste huiden uit op basis van hun zachte geur. Die geur inspireerde hem voor het nieuwe parfum, Kelly Calèche: een boeket waar hij een subtiele ledernoot in verwerkte.

Het resultaat bij Hermès heeft een tijdloze kwaliteit, maar veel andere lanceringen leken mij één grote trip on memory lane : nieuwe geuren die mij 'een snuif lang' in lang vervlogen tijden onderdompelden. Is het omdat ik al zo lang over parfums schrijf (tien jaar) ? Is het omdat ik gewoon ouder word (34 jaar) ? Armani Attitude en Narciso Rodriguez for Him katapulteerden mij in één spritz naar de jaren tachtig, waar viriele fougères als Azzaro pour Homme (1978), Drakkar Noir (Guy Laroche, 1982), Kouros (YSL, 1981), Xeryus (Givenchy, 1986) en zelfs Cacharel pour l'Homme (1981) hun olfactorische stempel drukten op de spannende tijd van mijn eerste fuiven en kalverliefdes.

Ook de parfumhuizen blijken met weemoed terug te denken aan die tijd, toen de concurrentie en het aantal lanceringen nog niet zo moordend waren, toen een parfum nog de tijd kreeg om te groeien en er nog klassiekers werden gemaakt. Is het vanuit die nostalgie dat Chanel zijn vier klassiekers (N°22, Cuir de Russie, Gardénia en Bois des Iles) opnieuw uitbracht in de tiendelige reeks Les Exclusifs ? En dat ook Givenchy zijn hoogdagen oproept met Les Parfums Mythiques (met onder meer Xeryus en L'Interdit) ? Chanel verkoopt de reeks slechts in enkele van zijn boetieks over de hele wereld en ook de klassieker van Givenchy is beperkt verkrijgbaar. Het is duidelijk : dergelijke lanceringen zijn niet bedoeld om de kassa te doen rinkelen, wel om het imago weer op te poetsen en de klant te doen dromen. Het gevoel dat je een unieke, of toch geen courante geur draagt, ervaren steeds meer mensen als échte luxe. Daar proberen merken op in te spelen met herlanceringen van mythische parfums en gelimiteerde edities.

Hout voor meer karakter

Olivier Cresp, oude rot in het vak, met op zijn naam klassiekers als Thierry Mugler Angel, Cacharel Noa en Paco Rabanne Black XS, en nieuwigheden als Dior Midnight Poison en YSL Elle, maakt korte metten met mijn nostalgische reflecties. " Fougères zijn altijd populair gebleven voor mannenparfums en zijn heus niet nieuw", beweert hij. "Ze worden alleen op een moderne manier gemaakt, door scherpe, zware ingrediënten als eikenmos te vervangen of te bewerken tot luchtigere, transparantere materialen." Mijn vreugde om de heropleving van chypres lacht hij ook weg : "Dat is een voorbijgestreefde categorie : de zogenaamd nieuwe chypres bevatten geen dierlijke toetsen meer en ook hier worden zachtere alternatieven voor de groene, scherpe geur van eikenmos gebruikt." Recente chypres als Miss Dior Chérie en Narciso Rodriguez hebben een veel hoger bloemengehalte en soms zelfs een zoete, haast culinaire inslag met vleugjes marshmallow (Miss Dior Chérie), honing (Narciso Rodriguez) of fruitnoten. Je kunt je de vraag stellen of ze nog wel tot de chypres gerekend kunnen worden. "De typische warmte die tegenwoordig zo gezocht wordt, komt vooral van houtnoten", stelt Cresp. Ze zijn erg populair in mannengeuren en aan een sterke opmars bezig in vrouwenparfums. "Neem nu Elle van YSL", legt hij uit. "Die bevat een typische floral boisé, gestoeld op een contrast tussen twee akkoorden : bloemig enerzijds met friskruidige pioenroos en de luchtige sensualiteit van jasmijn, en eerder mannelijke houttoetsen anderzijds met patchoelibladeren en vetiver. Die dualiteit geeft een nieuw soort vrouwelijkheid, een sensualiteit met een bijna mannelijke kracht, echt iets voor sterke vrouwen. We hadden de beroemde vrouwentuxedo van YSL voor ogen : een bij uitstek mannelijk symbool dat vrouwelijkheid in de verf zet."

Bloemen voor mannen

Ook bij mannengeuren gokt men op meer karakter. Hout en kruiden zijn bij uitstek de winnende combinatie, maar echte lefgozers kiezen voor bloemen. Niet dat bloemen in mannenparfums nieuw zijn : onder andere jasmijn, oranjebloesem en roos zijn vaste prik in eaux de cologne en vanaf de jaren zeventig (zie Dior Eau Sauvage en Fahrenheit, Joop !) veroverden ze een steeds prominentere plek. Dior Homme pakte vorig jaar uit met een compositie rond iris, Jean Paul Gaultiers Fleur du Male en Altamir van Ted Lapidus doen het dit jaar met een overdosis oranjebloesem. Hoewel het aftasten van de dunne (marketing)lijn tussen mannen en vrouwen een constante is in Gaultiers werk, is Fleur Du Male toch meer berekend dan je op het eerste gezicht zou denken. Oranjebloesem heeft een eerder androgyn karakter dat zonder veel moeite ook geadopteerd wordt in de frissere damesgeuren. Hetzelfde geldt overigens voor iris, de ster in Prada's Infusion d'Iris. Het doet denken aan het gesofisticeerde aroma van smetteloos gesteven lakens in dik kwaliteitskatoen, die je in exclusieve sterrenhotels vindt. Ver zat ik er niet naast met mijn associatie : parfumeur Daniela Andrier had inderdaad een 'propere' geur voor ogen, geven ze bij Prada toe. "Vooral mannen zoeken de geur van een schone huid na het scheren en de douche, het gevoel van krakend verse lakens." Toch richt het parfum zich specifiek tot vrouwen. Uniseks willen ze het bij Prada niet noemen : "Dat is vandaag de dag geen duidelijk concept."

Dat frisse, maar geraffineerde aroma krijgt men door een speciaal proces dat de typische 'grondgeur' van iris verlicht. Dat proces neemt zes maanden in beslag, waardoor de techniek nog amper gebruikt wordt. Maar bij Prada hebben ze geduld én tijd : ze kozen voor de Padia-iris van Firenze, zeldzaam en dus duur (150.000 euro voor een kilo extract !). De wortelstokken rijpen eerst drie jaar in de grond, waarna ze schoongemaakt en gepeld worden om vervolgens drie jaar te drogen in jutezakken. Bij andere irissoorten heb je slechts drie weken nodig. Maar het resultaat mag er zijn : een frisse, gesofisticeerde geur die enorm lang houdt. Kwaliteitsingrediënten, artisanale technieken en spitstechnologie zijn het visitekaartje van het huis. Dat traditie en kwaliteitsingrediënten opnieuw furore maken in de parfumerie, daar kijken ze bij Prada niet van op : "Er zijn wereldwijd zoveel lanceringen dat niemand het nog kan bijhouden. Het is vanzelfsprekend dat mensen terug naar de basics willen : natuurlijke ingrediënten, echte luxe en originaliteit."

Door Sofie Albrecht I Illustratie Sebastiaan Van Doninck