Lut Raymaekers (44) marketingmanager en duivel-doet-al bij Van Halewyck

Samen met André Van Halewyck is Lut Raymaekers een van de stuwende krachten achter de uitgeverij met zijn naam, een van de laatste die zich nog volledig Vlaams mag noemen. Het bloed kruipt waar het niet gaan kan, want lang geleden was Luts vader al baas van De Clauwaert. "Je weet wel, die uitgeverij die Vlaamsche boeken uitbracht van auteurs als Maria Rosseels en Paul Lebeau, van wie je op school vast ook Xanthippe hebt moeten lezen. Ik ben dus opgegroeid tussen de boeken, al kun je dat niet vergelijken met hoe het er vandaag aan toe gaat. De Clauwaert gaf toen tien à vijftien boeken per jaar uit. Bij Van Halewyck jassen we dat er nu elke maand door."
...

Samen met André Van Halewyck is Lut Raymaekers een van de stuwende krachten achter de uitgeverij met zijn naam, een van de laatste die zich nog volledig Vlaams mag noemen. Het bloed kruipt waar het niet gaan kan, want lang geleden was Luts vader al baas van De Clauwaert. "Je weet wel, die uitgeverij die Vlaamsche boeken uitbracht van auteurs als Maria Rosseels en Paul Lebeau, van wie je op school vast ook Xanthippe hebt moeten lezen. Ik ben dus opgegroeid tussen de boeken, al kun je dat niet vergelijken met hoe het er vandaag aan toe gaat. De Clauwaert gaf toen tien à vijftien boeken per jaar uit. Bij Van Halewyck jassen we dat er nu elke maand door." Raymaekers studeerde sociologie maar besefte als 23-jarige bleu al dat ze liever in de uitgeefwereld wou. Ze begon haar carrière bij Ced Samsom, de uitgeverij die in die tijd grof geld verdiende met het uitgeven van nieuwsbrieven en losbladige boeken. "Maar blijkbaar heb ik op tijd ingezien dat het geen goudmijn zou blijven," zegt ze. "Na een jaar of drie ben ik overgestapt naar een opleidingscentrum voor informatica. Daarna ben ik bij SBB gaan werken, waar ik mij zo'n jaar of negen met human resources heb beziggehouden. Bijna was ik er woordvoerder geworden, maar ik denk niet dat dat mijn ding zou zijn geweest. Als woordvoerder mag je het altijd komen uitleggen als het slecht gaat. Gaat het goed, dan neemt je baas de complimentjes wel in ontvangst." Op bazen heeft ze een duidelijke visie : "Je moet van ze kunnen leren. Als je het gevoel hebt dat je alles al vijf keer eerder hebt gedaan en dat je je baas overklast, dan is het tijd om op te stappen." Dat zou een volgende keer lastig kunnen worden. Sinds 1996 leeft Lut immers samen met haar 'baas', André Van Halewyck. "Ik leerde hem kennen in 1979, toen hij op de boekenbeurs aan de stand van De Clauwaert beleefd kwam vragen : 'Juffrouw, welk boek zou u mij aanbevelen ?' Je had hem moeten zien, linkse rakker met haar tot op zijn knieën. Op de stand van De Clauwaert, die toch wel wat conservatieve uitgeverij."De wegen van Lut en André liepen uiteen, tot ze twee echtscheidingen (elk één), zes kinderen (elk drie) en een slordige vijftien jaar later weer verstrengeld geraakten. Nu vloeien werk en privé naadloos in elkaar over. Dat ze elkaar daarbij niet voortdurend voor de voeten lopen, komt volgens Raymaekers doordat ze totaal verschillende karakters hebben : "André is de langetermijntacticus. Ik ben meer het type van scoren, hier en nu. Ik ken niets van cijfers, en daar is André erg goed in. Je kunt wel zeggen dat we elkaar perfect aanvullen. Zelfs op feestjes zijn onze taken stilzwijgend verdeeld. Ik babbel kort met verschillende mensen, hij blijft langer bij dezelfde persoon plakken. Veel mensen weten zelfs niet dat wij een stel zijn. Dat vind ik wel handig als zo'n jonge griet mij weer eens komt vertellen dat ze André een charmante vent vindt."Nooit opstaan met een fameuze bweurk-gevoel. Op één dag met zeven mensen over evenveel onderwerpen praten, van literatuur over politiek tot koken : hoewel ze nog altijd razend enthousiast is over haar vak, noemt Raymaekers uitgeven de meest stresserende job die ze tot dusver heeft gehad. "Elk boek moet het telkens weer goed doen. Het blijft een bedrijfstak waarin je heel hard moet knokken. Maar we hebben de luxe dat we nog altijd honderd procent onafhankelijk zijn." Als dochter van een uitgever had ze het voorrecht van op de eerste rij de evolutie te volgen die het vak de afgelopen dertig jaar heeft doorgemaakt. Dat is er één van vervrouwelijking, vooral op promotieafdelingen (omdat "typisch vrouwelijke skills daar goed te pas komen", zegt Raymaekers enigszins duister) maar ook in redacties en het management. Professionalisering is een andere trend. "Mijn commerciële achtergrond bleek een voordeel. Ik was al vertrouwd met marketingtechnieken die toen nog niet toegepast werden in uitgeverijen. Goede websites, goede communicatie met de klant : dat hoeft niet plat te zijn. Ik had er nooit een probleem mee om boeken te zien als producten die vermarkt moeten worden, net als andere goederen." "In één generatie ging men heel anders over boeken denken", besluit ze. "Ik hoor het mijn vader nog zeggen, alsof het in hoofdletters gedrukt stond : 'Het Boek is geen Bloemkool, het is een Cultuurproduct'. Het was allemaal zo gezellig, zo wars van commercie. Als ze gingen lunchen, bleven ze weg tot drie uur. Dan moet ik toch vooral denken : 'Man o man, wat lieten jullie kansen liggen'. "En, is het iets ?" Het moet een van de vragen zijn die Leen Van Troys het vaakst te horen krijgt. Als uitgeefredacteur bij Manteau krijgt ze wekelijks zo'n tiental manuscripten in de bus. "Naast gewone romans en non-fictie doe ik ook thrillers", zegt ze. "Een genre dat de laatste jaren erg in de lift zit. Ik kijk of de plot sterk genoeg is en of het boek sterk genoeg opent. Dat begin is voor mij het punt waaraan meestal nog gesleuteld kan worden. Schrijvers weten dan vaak nog niet waar het naartoe zal gaan." "Soms voel je direct dat het niets wordt. (lacht) Soms voel je dat er wel iets in zit, maar dat het nog moet rijpen. Mensen horen dat niet graag ; ze denken al meteen dat ze schrijver zijn omdat ze een boek hebben geschreven. Soms bieden ze dat dan bij een andere uitgeverij aan, waar het toch niets wordt. Dat is niet erg, want wij zoeken mensen op wie we kunnen bouwen, van wie we weten dat het niet bij die one shot zal blijven." Het leuke van de job vindt ze dat je met creatieve mensen te maken hebt, met slimme mensen ook. "Voor mij is het een niet-inwisselbare job. Ik zou niet meer op een gewoon kantoor kunnen werken."Goed met mensen kunnen omgaan, noemt ze haar belangrijkste troef. "Als begeleider kijk je met een frisse blik naar een manuscript waar de auteur zich soms al jaren zit op blind te staren en waarvan hij zelf de fouten niet meer kan zien. Vermits je met grote ego's en soms moeilijke karakters te maken hebt, komt daar wel wat overtuigingskracht bij kijken. Je moet je auteurs ook kunnen stimuleren en enthousiasmeren. Vaak zijn ze minder zelfverzekerd dan ze in interviews lijken."De eerste thrillerschrijver die ze begeleidde, was de godsdienstleraar Jonathan Sonnst uit Eeklo. Meteen een schot in de roos, want met Razborka won die al meteen de Hercule Poirot-prijs voor het beste spannende boek van 2003. Momenteel is Van Troys ook redactrice van onder meer Londerseele, Marthe Maeren en Johanna Spaey, van wie het thrillerdebuut later dit jaar verschijnt. "In kranten lees je geregeld dat er te veel thrillers worden geschreven. Ik zie niet in waarom dat zo zou zijn. De jury van de Hercule Poirot-prijs kreeg dit jaar veertig inzendingen te verteren, dat is waar. Maar voor de AKO-literatuurprijs, waaraan alle romans kunnen deelnemen, waren dat er meer dan driehonderd. Waarom zou het trouwens een kwalijke zaak zijn dat er meer thrillers op de markt komen ? Die worden tenminste gelezen. Bij een gewoon debuut mag je soms al blij zijn als je er 200 exemplaren van verkocht krijgt ; een debuterende thriller haalt er toch vlug 1500. Soms zie je dat mensen zo'n boek kopen en dan het een na het ander van die auteur lezen. We zouden juist blij moeten zijn dat er zoveel goede Vlaamse thrillerschrijvers opstaan. Maar omdat het van Vlaamse kant komt, moet daar opeens kritiek op komen. Ik kan daar best kwaad om worden." Je naam in druk zien, Aspe lezen en het gevoel krijgen dat je het zelf beter kan : het blijven voor mensen krachtige drijfveren om zich zelf te wagen aan het schrijven van een boek. Ongetwijfeld krijgt de uitgeefredactrice nog maar een fractie onder ogen van wat er in achterkeukentjes aan misdaadverhalen bijeengepend wordt. Om te vermijden dat de auteurs elkaar voor de voeten zouden lopen, zoekt Manteau nu verhalen met een andere invalshoek. "De 'heldin' van Marthe Maeren is bijvoorbeeld een advocate die via haar job bij een moordzaak betrokken geraakt. In de literaire thriller van Johanna Spaey is dat een vrouwelijke arts die kort na de Eerste Wereldoorlog door de politie gevraagd wordt om na een moord de nodige vaststellingen te doen." Moest je vrouwelijke thrillerschrijvers in Vlaanderen tot voor kort met een vergrootglas zoeken, dan zijn die de laatste maanden aan een inhaalbeweging toe. "Ik vind dat leuk", zegt Van Troys. "Maar ik sta er ook niet om te juichen. Of een man of een vrouw dat schreef, maakt uiteindelijk weinig uit."Hoewel ze dagelijks met thrillers bezig is, heeft deze vrouw met haar naam uit de Griekse mythologie nooit zin gekregen om er zelf een te schrijven. "Misschien maar beter zo", lacht ze. "Wellicht zou ik het dan moeilijk hebben de tekst van iemand anders te verbeteren. Mijn eigen ambitie zou dan die van mijn auteurs in de weg hebben gezeten."H ilde Geerinck is de topvrouw van het ongeveer dertig koppen tellende WPG. Dat verzorgt vooral de import van prestigieuze fondsen zoals Querido, Arbeiderspers, Nijgh & Van Ditmar en De Bezige Bij. Uitgeverijen die grote namen in huis hebben, zoals Bart Moeyaert en Hugo Claus. "De uitgave daarvan wordt al decennialang vanuit Nederland gecoördineerd", zegt Geerinck. "Het klinkt misschien raar, maar de begeleiding van auteurs staat daar nu eenmaal op een hoger niveau dan bij ons. Er wordt meer herschreven. Schrijvers willen trouwens niets liever dan een Nederlandse uitgever ; op die manier hopen ze ook daar voet aan de grond te krijgen." "Het enige wat we in België sinds een paar jaar zelf uitgeven, zijn producten in de educatieve sector. Ik bedoel dan vooral de methode Veilig Leren Lezen, ook wel bekend als Maan Roos Vis, aan de hand waarvan ongeveer 75 procent van alle kinderen in het Nederlandse taalgebied leert lezen. Die geven we zelf uit, omdat ze aangepast moeten worden aan de Vlaamse situatie. Toch is dat maar 6 procent van wat we doen." En zelfs daartoe heeft men haar bijna moeten dwingen. Geerincks belangstelling gaat vooral uit naar het commerciële. Het uitgeven zelf beschouwt ze haast als een hinderlijke nevenactiviteit. Van opleiding is Geerinck economiste. In '98 stapte ze over van de VUM naar WPG, waar ze een van de weinige vrouwen werd die bij een uitgeverij een toppositie bekleden. "In deze sector vind je weliswaar veel vrouwen, maar de hogere posten worden toch voornamelijk door mannen bekleed." Haar achtergrond in de publicitaire sfeer heeft haar naar eigen zeggen geen windeieren gelegd : "Toen ik de overstap naar de uitgeverswereld maakte, was dat wel een grote aanpassing, maar mijn ervaring in de media heeft toch veel geholpen. In het begin stel je wel wat domme vragen, maar dat kan ook geestverruimend zijn. Neem nu telemarketing voor directeurs van basisscholen : voor mij de gewoonste zaak van de wereld maar bij de uitgeverij vonden ze dat maar raar. Uiteindelijk heb ik dat toch kunnen invoeren. Het is altijd goed om verse lucht binnen te krijgen."Ook volgens Geerinck is er sprake van een doorgedreven professionalisering van de sector, "hoewel het nog altijd beter kan." Met de fameuze ontlezing valt het volgens haar nogal mee : "We hebben een gemiddelde groei van 5 à 10 procent en dit jaar benadert die zelfs de 20 procent. Wat moet je trouwens verstaan onder 'ontlezen' ? Toen mijn zoontje in het tweede leerjaar zat, keek hij naar mijn zin te veel tv. Toen ik hem op een keer zei dat hij toch meer zou moeten lezen, had hij zijn antwoord meteen klaar. 'Goh,' zei hij, 'met al die onderschriften die ik vandaag al gelezen heb, zouden ze al dikke boeken kunnen vullen.' Dat is óók waar, natuurlijk." A riane Marquetecken werkte tien jaar bij WPG maar koos acht maanden geleden voor een carrièrewending die al even merkwaardig is als haar achternaam : zij werd verantwoordelijk voor de boekenafdeling waarmee Free Record Shop momenteel van start gaat. Sinds september staan er bij wijze van test boekentafels opgesteld in een tiental van de 45 filialen. Dat wordt dezer dagen uitgebreid tot alle winkels. "Spannende boeken, romantische boeken, informatieve boeken... bedoeling is vooral het ouderwets gezellige lezen terug te brengen", zegt Ariane. "Ik wil daarbij vanuit de vraag van de lezers werken, niet vanuit het aanbod van de uitgeverijen. We willen de mensen terugwinnen die eigenlijk wel graag lezen maar op de middelbare school afgehaakt hebben." Deflo, Aspe... Voor Marquetecken kan zelfs de nieuwe Walter van den Broeck erbij. In winkels met veel ruimte komen zo'n 200 à 250 titels ; kleinere filialen krijgen een boekentafel met 25 titels. Logisch dat de klassieke boekhandels daar niet echt happy mee zijn. Sommige beschouwen het als een regelrechte bedreiging. "Ten onrechte", vindt Marquetecken. "Het is niet onze bedoeling een afsnoeppolitiek te voeren. Wat zij niet inzien, is dat wij ook als teaser kunnen werken en mensen weer zin geven om een boekhandel binnen te stappen." Bij WPG was ze vooral met cijfers bezig. Ze vond het jammer dat ze daardoor het contact met de boeken zelf verloor, want die zijn voor haar een verslaving. "Ik denk dat ik er tien tot twaalf per maand lees. Het fijne aan boeken is dat ze, anders dan televisie of film, een beroep doen op je eigen fantasie en creativiteit. Wel moeten ze dringend van hun stoffige, intellectuele imago af. In de literaire katernen van kranten kom ik wel puike dingen tegen, boeken die ik graag wil lezen. Maar de echt populaire stuff, romantische boeken en zo, wordt meestal doodgezwegen. Wij willen die drempel verlagen. Dit is geen beslissing die zomaar van de ene dag op de andere is genomen maar een project waarin wij echt geloven. Op termijn zouden boeken tien tot vijftien procent moeten uitmaken van de omzet van Free Record Shop." Wat ze wel gemerkt heeft, is dat haar overstap van een prestigieus uitgevershuis naar een populaire keten niet bij iedereen in goede aarde valt. "Het wordt al vlug als verlagen beschouwd. Ze gaan ervan uit dat je, doordat je van job veranderd bent, nu ook wel anders zal zijn. Ze nemen je minder au sérieux. Bij een moeilijker boek zie je ze denken : 'Dat zal die wel niet gelezen hebben.' Op sommige boekvoorstellingen word je plots niet meer uitgenodigd. Soms voel je je echt een paria, een uitgestotene. Het is dan bijna alsof je een sekte verlaten hebt, en tot een vijandige bent toegetreden. Gelukkig zijn er ook uitgevers die wel graag met ons in zee willen gaan." n Jean-Paul Mulders"Het boek is geen bloemkool. Ik hoor het mijn vader nog zeggen.""Nooit zin gekregen om zélf een thriller te schrijven.""Nog vooral mannen op de hogere posten.""Sommigen bekijken je als een paria."