Het blijft een moeilijke vraag, of je als volwassen man de dames- dan wel de herentoiletten moet binnenstappen als je dochter van drie hoogdringend moet plassen. Als man word je bij de dames achterdochtig bekeken, ze verdenken je er duidelijk van dat je dat kind maar als alibi gebruikt om door te dringen in hun intiemste vertrekken. In de herentoiletten stel je dochterlief dan weer bloot aan de erfgeschenken der echte venten, zoals territorial pissings en schaamharen die zich stoutmoedige ontdekkingsreizigers wanen. Je moet maar een mannentoilet bezoeken en je weet op slag waarom geharde feministes, als het sanitaire voorzieningen betreft, nooit in opstand zijn gekomen tegen de scheiding der geslachten. Ik aarzel telkens weer, gebruik nu eens het toilet van de dames, dan weer dat van de heren en vo...

Het blijft een moeilijke vraag, of je als volwassen man de dames- dan wel de herentoiletten moet binnenstappen als je dochter van drie hoogdringend moet plassen. Als man word je bij de dames achterdochtig bekeken, ze verdenken je er duidelijk van dat je dat kind maar als alibi gebruikt om door te dringen in hun intiemste vertrekken. In de herentoiletten stel je dochterlief dan weer bloot aan de erfgeschenken der echte venten, zoals territorial pissings en schaamharen die zich stoutmoedige ontdekkingsreizigers wanen. Je moet maar een mannentoilet bezoeken en je weet op slag waarom geharde feministes, als het sanitaire voorzieningen betreft, nooit in opstand zijn gekomen tegen de scheiding der geslachten. Ik aarzel telkens weer, gebruik nu eens het toilet van de dames, dan weer dat van de heren en voel me elke keer toch weer scheef bekeken. Zelfs het internet, dat met zijn voelhoorns en wortelharen doordringt tot in de goorste gribussen en de chicste kabinetten, schijnt geen pasklaar antwoord op deze etiquettekwestie te bevatten. Buiten is, intussen, de wereld meer dan ooit de speeltuin van de totentrekkers. Buiten dobbelen BV's en burgemeesters met de democratie, en knijpen koorddansende kannibalen almaar verder de strot dicht van de verdelende rechtvaardigheid. Buiten sterven Bobbejaan Schoepen en Ronnie James Dio, u minder bekend. Buiten waart een voetenfetisjist door Kortrijk, maar geen spook door Europa. Binnen zit ik met mijn dochter, en wij spelen met het treintje. Wij plakken zeemeerminnen op de kast, en dieren van de boerderij. Terloops meldt zij mij, als gold het een dienstmededeling, dat de papa van juf Annick is gestof. Daar heb ik niet van terug, ik bekijk haar met hetzelfde soort verbazing als wanneer ze gezegd zou hebben dat " Gestof ?" herhaal ik, terwijl een donker vermoeden mij bekruipt. "Bedoel je soms : gestorven ?" Ze knikt ernstig, en voegt eraan toe juffrouw Annick nu een tijdje bij haar moeder gaat wonen, omdat die zich anders te alleen zou voelen. Wat ze nu zegt, is serious business. Het is andere koek dan vorige week, toen ze de beeltenis van een makreel zag op een doosje uit de supermarkt en wantrouwig vroeg : "Gaat dat visje niet in onze buik bijten ?" Ik vind het sterk van haar school, dat die een onderwerp als de dood zomaar durft aan te snijden, terwijl ik mij lafhartig verschans in veilige Dribbel- en Nijntje-bastions. "Jouw meme is ook al gestof, he", benut ik niettemin de gelegenheid, want het wringt nog altijd dat die zomaar van de radar is verdwenen, nu bijna twee jaar geleden, wat voor mijn dochtertje betekent : in het pleistoceen. "Waarom ?" wil zij natuurlijk weten. "Dat gebeurt nu eenmaal soms," hakkel ik, "dat mensen sterven. Maar meestal zijn die mensen dan al oud." Die uitspraak lijkt haar niet te bevallen. Ze plaatst het varkentje op de goederentrein en zet de diesellocomotief in beweging. Dan neemt ze mij onderzoekend op en vraagt : "Ben jij al oud , papa?" Straks knijpt die er ook tussenuit, hoor ik haar denken. Ik wil zeggen dat ze daar geen schrik voor moet hebben, maar kan haar dienaangaande bezwaarlijk garanties geven, want over de mij toegemeten tijd tast ik evenzeer in het duister als zij, als wij, als elk van ons. Nog geen veertig maanden is zij en de grens van mijn toverkunst is al bereikt. Ik weet niet of ik nog uitleg moet geven of beter zwijg. Gelukkig beslist zij dat voor mij. "Kijk !" roept ze, en steekt een handje omhoog waarvan op elke vingertop een framboos is gestoken. "Frambozen hebben gáátjes", kraait zij triomfantelijk, opeens weer heel klein. Een paar dagen later, als ik haar ophaal op school en we in de auto voor de tigste keer naar De leukste kinderliedjes luisteren (alle-eendjes-zwemmen-in-het-water, falderalderiere, falderalderare), acht ik de sfeer ontspannen genoeg om voorzichtig te polsen naar het wel en wee van juffrouw Annick. "Haar papa is nog altijd gestorven", zegt ze, alsof dat onderhand wel lang genoeg heeft geduurd. Met haar vinger draait ze kringetjes in haar haren. Het is duidelijk dat het tijd wordt voor nieuwe avonturen, in deze mooie grote wereld die te spannend is om te treuzelen. jp.mulders@skynet.be Jean-Paul Mulders