Elke raakt er niet uit: wil ze een tweede kind, of houdt ze het bij eentje? Hoe vermijdt ze dat een enig kind zich eenzaam voelt? Wat als ze voor een tweede gaat en het wordt een tweeling (p. 26)? Hoe komt het dat haar buikgevoel haar in dit dilemma in de steek laat? En zo gaat het ...

Elke raakt er niet uit: wil ze een tweede kind, of houdt ze het bij eentje? Hoe vermijdt ze dat een enig kind zich eenzaam voelt? Wat als ze voor een tweede gaat en het wordt een tweeling (p. 26)? Hoe komt het dat haar buikgevoel haar in dit dilemma in de steek laat? En zo gaat het maar door in haar hoofd. Hoeveel kinderen ze wil, blijkt een moeilijkere vraag dan gedacht. Blij was Elke om te lezen dat ook anderen tijdens de pandemie meer piekeren en sommige gesprekken eindeloos herhalen in hun hoofd, bij gebrek aan afleiding en sociaal contact (p. 18). Na een jaar van telewerken en elke verjaardag vieren en petit comité, missen we - zeker als het gaat over grote levensbeslissingen - al eens een klankbord. Iemand die frisse inzichten aanreikt, als een goed boek dat je in tijden van chaos in de juiste richting duwt. Zo mist Elke de mening van Erwin, een collega van een andere dienst die haar al eens vertelde waarom hij, zelf enig kind, later zijn vrouw overtuigde om ook maar één kind te hebben. Of de ervaring van Maaike, een vriendin met wie ze in normale tijden soms gaat lunchen in de buurt van hun kantoor, en die een realistische inkijk geeft in een leven met twee kinderen. Bij gebrek aan hun verhalen schreef Elke dit stukje in de derde persoon, omdat het volgens experten een goede manier is om afstand te nemen van je gepieker. Wat een mens al niet doet om niet zot te worden in coronatijden.