Enkele keren per jaar klikt het meteen tussen rijder en auto. De reden valt vaak nauwelijks precies te omschrijven, maar het gevoel is er wel. Neem nu de Rover 75, het eerste product dat volledig na de overname van het prestigieuze Engelse merk door BMW werd gerealiseerd. Die overname is er tot nu toe één van kommer en kwel en torenhoge schulden, omdat Britten een stuk minder rationeel werken dan Duitsers. Maar de 75 - die met zijn lengte van 4,74 m slechts 3 cm korter uitvalt dan de 5-serie van BMW - is het bewijs dat er muziek zit in de Beierse connectie. De nieuweling oogt niet alleen ...

Enkele keren per jaar klikt het meteen tussen rijder en auto. De reden valt vaak nauwelijks precies te omschrijven, maar het gevoel is er wel. Neem nu de Rover 75, het eerste product dat volledig na de overname van het prestigieuze Engelse merk door BMW werd gerealiseerd. Die overname is er tot nu toe één van kommer en kwel en torenhoge schulden, omdat Britten een stuk minder rationeel werken dan Duitsers. Maar de 75 - die met zijn lengte van 4,74 m slechts 3 cm korter uitvalt dan de 5-serie van BMW - is het bewijs dat er muziek zit in de Beierse connectie. De nieuweling oogt niet alleen heerlijk Engels, hij rijdt nog prettig ook. Het palet motoren bestaat uit drie benzinemotoren van Britse makelij en één turbodiesel uit de Duitse reserve. Zelf kozen we voor de V6 met een slagvolume van 2,5-liter en 175 pk, omdat de echte Rover-traditie nu eenmaal terugvalt op behoorlijk wat pit. En omdat comfort van dat niveau wat extra reserve onder de rechtervoet wil. De in zijn Luxury-versie op zéér Engelse wijze aangeklede Rover - buiten met chroom, binnen met houten dashboard en donkergroene leren zetels met een crèmekleurig biesje - heeft ovale, perkamentkleurige wijzerplaten die 's nachts oranje oplichten. De afwerking en de gebruikte materialen getuigen van oog voor detail en serieus vakmanschap. Eén voorbijganger sprak zelfs van 'een kleine Bentley' - als dat geen compliment is. Binnenin zit men helemaal cosy en omdat in dit soort sfeer comfort en gebruiksgemak hand in hand gaan, kozen we ook nog voor de Japanse vijftrapsautomaat. Die levert vlekkeloze, boterzachte overgangen - om nog van de geruisloze motor te zwijgen. Wie van traditie houdt, zal het een beetje betreuren dat de Duitsers niet van de gelegenheid hebben gebruikgemaakt om voor achterwielaandrijving te kiezen - ze hebben tenslotte alle knowhow ervoor in huis. Toch opteerden ze voor de moderne voorwielaandrijving, die Rover zovele jaren in samenwerking met Honda perfectioneerde. De voorwielaandrijving zorgt anders wel voor een prettig en beheersbaar rijgedrag, en de directe stuurinrichting voor geruststellende reacties. Met de vijftrapsautomaat snelt de 75 in minder dan 10 seconden naar de 100 km/uur, terwijl ook de hernemingen veiligheid bieden. Die veiligheid wordt ook gediend door standaard ABS, frontale en zijdelingse airbags, en tractiecontrole. Anderzijds werd de stijfheid van het koetswerk 2,5 keer hoger dan die van de Rover 600. Kortom: de Rover kreeg een pak Duitse Gründlichkeit. Ook op comfort werd niet bespaard: de nieuweling bezit een horizontaal doorlopend dashboardvak, en een in de hoogte verstelbare bestuurdersstoel met regelbare lendensteun, waardoor het zitcomfort de perfectie nadert. De aandachtige lezer heeft het begrepen : we zijn een beetje verliefd op die Engelse 75, et qui aime ne compte pas. Want laten we wel wezen, voor deze Luxury-versie met automaat moet 1.343.000 fr. worden betaald. Inclusief hout, chroom, leder en een manuele airconditioning, èn de veiligheidsaspecten. En onderweg moet men toch op een dikke 11 liter per 100 km rekenen. Wie het met minder pit en luxe kan stellen, betaalt voor de 1,8-liter Classic 995.000 frank. Het weze een troost. PIERRE DARGE