Het is soms goed om even achterom te kijken, naar hoe het vroeger was. Om die reden grepen we graag de kans om in het kader van The National Classic Tour met een DKW 3=6 Sonderklasse uit 1955 van Knokke naar Evian te rijden. Omdat oudjes nu eenmaal zoveel meer karakter hebben, een niet te miskennen geur en een eigen ambiance. Al moeten ze ook veel missen : airco, schijfremmen, goed steunende stoelen, airbags, en zelfs gordels en hoofdsteunen. Dat laatste zorgt voor een onaangenaam, onveilig gevoel, maar dat went. Maar het m...

Het is soms goed om even achterom te kijken, naar hoe het vroeger was. Om die reden grepen we graag de kans om in het kader van The National Classic Tour met een DKW 3=6 Sonderklasse uit 1955 van Knokke naar Evian te rijden. Omdat oudjes nu eenmaal zoveel meer karakter hebben, een niet te miskennen geur en een eigen ambiance. Al moeten ze ook veel missen : airco, schijfremmen, goed steunende stoelen, airbags, en zelfs gordels en hoofdsteunen. Dat laatste zorgt voor een onaangenaam, onveilig gevoel, maar dat went. Maar het meest missen ze ook pit, al is dat weer relatief. Onze 53-jarige tweedeurs kreeg voor zijn tijd een bescheiden cocktail van 34 pk mee. Toch wat krap voor een gewicht van 870 kg, maar dat zou pas in de bergen blijken. De tweetaktmotor (wie tankt, moet 1 liter olie per 25 liter benzine bijmengen) brengt een pruttelend geluid voort dat binnenin nauwelijks hoorbaar is bij het klimmen van de toeren. Het schakelen gebeurt via een hendel op de stuurkolom en ook dat is wennen. Copiloot en kenner Philippe Casse legde uit dat wie met twee vingers in plaats van met de handpalm schakelt niet de neiging heeft om de mechaniek te bruuskeren en die gelijk beter aanvoelt. Hij had gelijk, al bleef het uitkijken om niet in achteruit te schakelen als we de tweede zochten. Met de kilometers voelden we de Sonderklasse beter aan, en menden we hem moeiteloos door het verkeer. Het klimmen ging minder vlot, al kwamen we de Vogezen goed door : in de rit van Reims naar Baden-Baden eindigden we zowaar derde (voor een meute Porsches, Corvettes en Mercedes SL's, waarvan de eigenaars de lip lieten hangen). Niet kwaad voor een auto die in 1955 door een Brusselse dame werd aangekocht met het enige doel om er wekelijks een bekende mee op te zoeken, een rit van 50 km retour. Ze deed dat gedurende 51 jaar en totaliseerde 138.000 km op de teller, alvorens haar oogappel van de hand te doen aan de D'Ieteren Gallery (enkel te bezoeken in groep én op aanvraag) die auto's restaureert, koestert én laat rijden. We kunnen niet zeggen dat de leeftijd en de kilometers zich niet lieten voelen, maar toch. Alleen in de Alpenpassen lukte het niet meer om een gemiddelde van 50 km/uur aan te houden - althans niet bergop. In de afdaling probeerden we de verloren tijd op te halen. Aanvankelijk leek dat haalbaar. Tot de trommelremmen het te warm kregen en we het véél rustiger aan moesten doen. In het vlakke en na een goede nachtrust, herwon hij evenwel zijn remvermogen en overschreed de eindstreep in Evian met glans - na 1534 kilometer probleemloos rijden. Als winnaar in zijn klasse en 33ste algemeen (op de 48 auto's, alle met meer pk). Niet kwaad voor een vijftigplusser die voor het eerst écht op reis mocht. Door Pierre Darge