In België vraagt men mij geregeld of dit een Elvis Pompilio is", zegt Ron Arad wat verwonderd. Zijn onafscheidelijke hoofddeksel, een opvallende, zwarte vilten pet met brede klep die diep over zijn voorhoofd valt, is echter een uniek stuk dat hij zelf heeft ontworpen, net als andere exemplaren uit zijn collectie.
...

In België vraagt men mij geregeld of dit een Elvis Pompilio is", zegt Ron Arad wat verwonderd. Zijn onafscheidelijke hoofddeksel, een opvallende, zwarte vilten pet met brede klep die diep over zijn voorhoofd valt, is echter een uniek stuk dat hij zelf heeft ontworpen, net als andere exemplaren uit zijn collectie. Fans van de Belgo-restaurants in Londen kennen ongetwijfeld het werk van de Britse ontwerper. Maar ook voor wie vertrouwd is met de stoelencollectie van Vitra, dat in 1986 zijn Well-Tempered Chair uitbracht, is Ron Arad geen onbekende. Minder geweten is dat hij ook de schepper is van de door Kartell uitgebrachte Bookworm: een slangvormig plastic boekenrek dat men kan plooien naar eigen fantasie. Net zoals de citroenpers Juicy Salis van Philippe Starck, is en blijft de Bookworm een van dé designsymbolen van het laatste decennium. Niet toevallig bieden beide ontwerpen een niet-conventionele oplossing voor een alledaagse behoefte en zijn ze allebei gebaseerd op een doorgedreven technische studie van vorm en materie. Genialiteit met een knipoog dus. De studio van Ron Arad bevindt zich in de wijk Chalk Farm in Londen. Ron werd echter geboren in Israël en woonde daar tot zijn 22ste. Arad betekent 'brons' in het Hebreeuws. "Toen mijn ouders in Israël aankwamen, vanuit Rusland en Bulgarije, was het de mode om een Hebreeuwse familienaam te kiezen." Rons moeder schildert, zijn vader was beeldhouwer maar werd fotograaf, en zijn broer is musicus. In zo'n gezin leek een artistieke carrière dus een logische stap. Halverwege de jaren '70 trok Ron naar Londen en schreef zich in aan de Architectural Association, een school waar ook Zaha Hadid les volgde. "Ik ging naar Londen omdat wij in ons kleine landje overspoeld werden door de Britse cultuur, zowel op tv als in de cinema." Het was de tijd van Mary Quant en de minirok, van de hybride stijl van de hippies, van punk dat de kop opstak... Ook architectuur werd in die periode in vraag gesteld. Dat was in volle conceptuele periode, toen het uitvoeren van ontwerpen totaal ondergeschikt leek aan de creatie ervan. Ook het deconstructivisme werd in die tijd gecultiveerd. Het jaar 1981 was een mijlpaal in Ron Arads leven. Samen met Caroline Thorman richtte hij in Covent Garden zijn atelier op, One Off Ltd, dat studiebureau en showroom tegelijk was. Hetzelfde jaar creëerde hij drie meubelstukken, waaronder de Rover Chair, uitgevoerd op basis van een autostoel, gemonteerd op een metalen buizenstel. Een andere stoel, The Transformer, illustreert nog beter de manier waarop Ron Arad te werk gaat. Het is een combinatie van een grote zachte zak vol polystyreen bolletjes en een stofzuiger. De zuiger maakt de zak luchtledig en bijgevolg hard. Het geniale ervan was dat, als de gebruiker net voor die operatie ging plaatsnemen op de zak, het 'meubel' de vorm aannam van zijn of haar lichaam en dat minstens voor een week. Die combinatie van technologisch vernuft en de mogelijkheid om het object te personaliseren, aan te passen aan de stemming of de behoefte van de gebruiker, is typisch voor Ron Arad. Niets ligt vast. Daarom gebruikt hij bij voorkeur soepele materialen als staalplaat en plastic. En als het materiaal die soepelheid niet heeft, zorgt hij ervoor dat het ontwerp zelf variatiemogelijkheden biedt. Zo bestaat het metalen zitmeubel 2Rnot uit een parallellepipedum waarin vier zittingen werden uitgehold. Afhankelijk van het vlak waarop je het volume neerzet, kan je kiezen uit vier verschillende zithoogten, van een lage fauteuil tot een hoge barkruk. Tegenwoordig werkt Ron Arad met een tiental medewerkers en probeert hij vooral nieuwe technologieën uit. Uit de laptop, die hij altijd bij zich heeft, tovert hij bewegende en driedimensionale beelden die een idee geven van de ontwikkelingsstadia van zijn nieuwe projecten. Eén daarvan is de Wind Wand, een 60 meter hoge, fijne 'naald' uit glasvezel die wordt opgericht op de Canary Wharf in de Londense Docklands, vlak voor het grootste gebouw dat ooit in Engeland werd opgetrokken. De soepele naald, die meebeweegt met de wind, vormt een prachtig contrast met de massale kracht en onbuigzaamheid die het gebouw uitstraalt. Kersje op de taart is dat het hoogste stuk een lichtspoor nalaat in de grijze Londense hemel, als een wuivende sluier. Vliegensvlug springt Ron Arad over van het ene idee op het andere en toont al weer een ander bestand op zijn computer. Nu verschijnt er een vaas op het scherm. Het met de losse hand getekende ontwerp werd via een specifieke computertechniek in honderden horizontale schijven opgedeeld en doet denken aan een veer die naar believen kan uitrekken en samentrekken. Dit ludieke idee wordt in realiteit omgezet, met behulp van een geavanceerde lasertechniek. "Wij werken aan dit project met Materialise, een firma uit Leuven, die ik heb leren kennen via een bevriend arts. Een voorbeeld maakt duidelijk hoe het werkt: men scant en digitaliseert bijvoorbeeld een been, stuurt het bestand naar de firma en de volgende dag krijgt men een perfecte kopie van dat been in synthetisch materiaal. Ik maak gebruik van dezelfde techniek om op basis van één tekening een reeks genummerde varianten te maken die allemaal originele en dus unieke stukken zijn." En om dat te illustreren drukt Ron op het knopje dat de verende vaas in een bepaalde positie stilzet. "Kent u de Domus Totem in Milaan?" gaat Arad meteen verder. "Dat is een stapel van honderd verlichte stoelen, gemaakt naar het model Tom Vac (verdeeld door Vitra) en uitgevoerd in aluminium. De mal om deze stoel in serie te vervaardigen was zo duur dat ik meteen brood zag in het voorstel van het tijdschrift Domus om een totem te maken. Ik dacht: honderd van die stoelen en de mal is betaald!" Uit dit project groeide dan weer een ander prototype: de Uncut, een in beperkte oplage gemaakte aluminium stoel, waarbij de boorden van de oorspronkelijke metalen plaat niet werden weggesneden. Voor de ontwerper is elk materiaal op zijn manier aantrekkelijk, omwille van het verkregen resultaat of omwille van de aangewende technologie, en Ron Arad prijst zich gelukkig dat hij mag samenwerken met de grootsten uit elke sector: Moroso (soepele fauteuils en divans), Kartell (plastic), Vitra (stoelen), Fiam (glas), Flos (verlichting)... "Maar ik beperk me. Ook al heeft het me veel tijd en moeite gekost, ik heb geleerd neen te zeggen. Wanneer je voor Kartell werkt, ga je toch niet elders met je ontwerpen in plastic..." Toch blijft Ron Arad een voorliefde koesteren voor metaal in alle varianten. "Ik hou van de touch ervan. Ik vind het prachtig dat het zo solide en duurzaam is. Soms hou ik ook van het geluid dat het maakt, maar soms ook niet. En ik hou van weerkaatsingen." Voor een van zijn jongste creaties heeft hij opnieuw aluminium gebruikt: het gaat om een grote vaas van meer dan een meter hoog, geblazen uit aluminium dat tot 400°C werd verwarmd. Eens te meer een toepassing van spitstechnologie, dit keer afgeleid van de vliegtuigbouw. "Eigenlijk amuseer ik me nog altijd als een kind", zegt de ontwerper. "Ik heb het geluk dat ik nog altijd mag spelen terwijl ik werk."Ron Arad exposeert in België zijn jongste creaties en enkele collectiestukken in The Gallery Mourmans, Zeedijk Zoute, 739, 8300 Knokke. Tel. (050) 61.19.91, fax 61.17.79. Open van 14 tot 19 u. van vrijdag tot zondag, nog tot 6 december. Vorig jaar zijn twee boeken over hem gepubliceerd. In het Engels: "Ron Arad", uitgebracht door Laurence King en prachtig geïllustreerd door Deyan Sudjic (stichter van het blad Blueprint). En in het Frans: "Ron Arad", een minder beschrijvend en meer intimistisch boek van Raymond Guidot en Olivier Boissière, verschenen bij Dis Voir.Tekst en foto's Jean-Pierre Gabriel