Het is een vaststelling als een andere, maar elke subcultuur van de laatste vijftig jaar is achteraf met een specifieke emotie geassocieerd, het gevoel waar ze mee naar de wereld keek. De hippies waren all about peace, love and understanding. De beatniks waren jazzy spontaniteit, de punks waren woede, de yups cynisme, de grungers onverschilligheid. Behoorlijk reductionistisch, maar het is wel het beeld dat is blijven hangen, niet zelden bondig verwoord in de soundtrack van hun tijd, van All You Need Is Love over Anarchy in the UK tot I Hate Myse...

Het is een vaststelling als een andere, maar elke subcultuur van de laatste vijftig jaar is achteraf met een specifieke emotie geassocieerd, het gevoel waar ze mee naar de wereld keek. De hippies waren all about peace, love and understanding. De beatniks waren jazzy spontaniteit, de punks waren woede, de yups cynisme, de grungers onverschilligheid. Behoorlijk reductionistisch, maar het is wel het beeld dat is blijven hangen, niet zelden bondig verwoord in de soundtrack van hun tijd, van All You Need Is Love over Anarchy in the UK tot I Hate Myself and Want to Die. Achteraf is het een stuk makkelijker, maar ene William Deresiewicz, essayist voor The New York Times, probeerde nu al een emotie te distilleren uit de hipstercultus, bij gebrek aan beter nog altijd de dominantste subcultuur van de huidige generatie jongeren. Zijn gooi naar de waarheid : het is 'minzaamheid' die de jongste subcultuur, en bij uitbreiding de hele generatie jongeren, frappeert. Vrolijk, optimistisch, netjes verzorgd, constructief, verzoenend en met respect voor eenieders mening. 'Hokjesdenken' is een scheldwoord, tegen de schenen schoppen is 'nergens voor nodig', negatief of kritisch zijn is 'zo makkelijk'. Vreemd genoeg opnieuw iets dat in de soundtrack van deze tijden vervat zit : één blik op de affiche van de voorbije Rock Werchters en het is duidelijk dat álles moet kunnen, van Milk Inc tot Metallica. Muziek zegt meer over een generatie dan je zou verwachten. Het noopte Deresiewicz tot een nieuwe naam voor deze generatie : Generation Sell. Wéér een nieuwe naam, denk ik dan, alsof Generatie Y, de Millennials, Generation Next, Generatie Alles Kan, Generation Me, Myself and I nog niet volstonden. Maar de man heeft een punt. De twintigers en prille dertigers van vandaag hebben een commerciële persoonlijkheid. Net zoals autoverkopers hun minzaamste glimlach opzetten, wil ook Genera-tion Sell iedereen te vriend houden. Een uitloper van de commerciële logica waar ze van doordrongen zijn. Dit is een generatie die niet meer twijfelt aan het marktdenken, die bewonderend toekijkt als een idee, een boek, een song te gelde gemaakt wordt en zichzelf als een brand profileert op Facebook. De generatie die opgroeide in de dotcom-era heeft het mercantiele denken in zijn persoonlijkheid zitten. Iedereen een kleine zelfstandige. De heiligverklaring van Steve Jobs mag u gerust als het verlengde daarvan zien. Minzaamheid : misschien is het wel de emotie van deze tijd. Nu, stél dat het klopt, en iedere subcultuur verenigd wordt door de emotie waarmee ze naar de wereld kijkt, dan is het maar even tot de opvolgers van de hipsters zich aandienen. Als de jaaroverzichten van 2011 één ding duidelijk maakten, is het dat er over de hele wereld eenzelfde emotie zijn opwachting heeft gemaakt : verontwaardiging. Van de Shamebetoging over de Indignados tot Occupy Wall Street : minzaamheid lijkt zijn tijd te hebben gehad. Ik kan niet wachten tot de volgende subcultuur zich aandient. Ik hoop alleen dat de soundtrack geen dubstep is. Geert Zagers (28) observeert en rapporteert vanuit de twilightzone tussen X en Z. Geert Zagers