Jo Blommaert
...

Jo Blommaert De film die voorafging aan het RTBf-debat over vrouwen en alcoholisme, liet zien hoe vindingrijk vrouwen kunnen zijn wanneer ze hun verslaving voor de buitenwereld willen verbergen. Het hoofdpersonage in La grande fille, de 37-jarige Mathilde, is moeder van twee kinderen en gehuwd met een man die meer oog heeft voor zijn werk dan voor zijn gezin. Overdag, wanneer Mathilde alleen thuis is, houdt de fles haar gezelschap. Maar om kwart voor vier haalt de wekker haar uit haar roes : restanten van het gelag worden opgeruimd, nog gauw even onder de douche en dan plusminus monter de kinderen uit school verwelkomen. Op de valreep nog een muntje in de mond om de stank te verjagen. Marion, dochter van dertien, heeft het spelletje door, maar kan niet verhinderen dat haar moeder van kwaad naar erger evolueert en steeds creatiever wordt in het bedenken van uitvluchten en excuses. In huis worden de flessen op alle mogelijke plaatsen verstopt, op stap is een platte fles in de achterzak onmisbaar, koffie wordt stiekem aangelengd. Ook de deelneemsters aan het debat, nu allen droog, getuigen dat ze indertijd de gekste dingen bedachten om toch maar te kunnen drinken zonder dat iemand het zag. Simone Salle verstopte de flessen in de wasmachine, in de spoelbak van de wc, tussen de was... Ook zij had in haar handtas altijd een platte fles, waar ze tussendoor op toilet aan ging lurken. ?Ik heb nooit in het publiek gedronken?, vertelt het fijne dametje dat als kind een suikerklontje in de jenever van opa mocht dippen en door moeder met een stout en een geklutst ei in de maag naar school werd gestuurd. Wie kon toen vermoeden dat ze ooit een tiental pinten en twee flessen whisky nodig zou hebben om de dag door te komen ? Ook Martine Lemaire komt van krankzinnig ver. Als dochter van een wijnhandelaar was het evident dat er bij hen thuis op tijd en stond een goed glas werd gedronken. Als middelbare scholiere was het ook niet ongewoon om met de klasgenoten na schooltijd een pintje te gaan pakken. Maar het overlijden van haar vader maakte haar radeloos en het leven zinloos. Toen brak de tijd aan dat ze als studente na de cursus binnensprong in de winkel om zich vervolgens terug te trekken op haar kot en de hele fles soldaat te maken. Later ging ze werken in het hotel van haar moeder waar drank overvloedig beschikbaar was. Toch moffelde ze nog flessen onder haar trui mee de trap op naar haar kamer. Uiteindelijk verzette ze dagelijks zes flessen wijn en had ze nog twee flessen sterke drank nodig als slaapmutsje. Een duizelingwekkende hoeveelheid ! Even kras was het verhaal van Michèle Besschops, moeder van zeven kinderen tussen twintig en drie jaar oud. Ook bij haar begon het proces onschuldig, ze dronk gewoon omdat ze het leuk en lekker vond. Pas toen haar man het bizar begon te vinden dat er zo vaak spaghetti en kaasschotels die je toch niet zonder wijn kan serveren, niet ? op tafel kwamen, ging ze in het geniep drinken. Van zodra man en kinderen thuis kwamen, liet ze de drank met rust. Ook toen haar zesde kind op komst was, liet ze de fles staan, maar al in de materniteit begon het feest opnieuw. Ondanks de borstvoeding. ?Ik had het gevoel dat ik mijn schade moest inhalen. Daarom kon ik ook niet stoppen toen mijn zevende op komst was.? Salomé werd een prematuur en héél klein meisje (1,200 kilo) dat nu nog altijd veel kleiner is dan haar leeftijdgenoten. ?Ze is er om mij te herinneren aan mijn verleden?, zegt Michèle die nu gebukt gaat onder tonnen schuld- en schaamtegevoelens. Toen de gynaecoloog haar tijdens de zwangerschap eens gevraagd had of ze niet te veel dronk, had ze ?nee? geantwoord en daarmee was de kous af ook al was het bloedonderzoek verdacht gebleken. Verbijstering bij de twee aanwezige psychiaters in de studio. Maar ze beamen meteen dat de vraag naar drankmisbruik veel te zelden wordt gesteld aan zwangere vrouwen. ?Zeer misplaatste gêne van de artsen?, noemt de aan de UCL verbonden psychiater Catherine Petit dat. ?Alsof ze de gedachte alleen al zo verschrikkelijk vinden, dat ze het niet eens voor mogelijk willen houden.? Die gêne, zowel van artsen als betrokkenen, is er ook verantwoordelijk voor dat het exacte aantal vrouwelijke alcoholverslaafden niet bekend is. In de medische litertuur gaat men uit van een verhouding van één op drie (één vrouw op drie mannen). Psychiater Guy Jonniaux vermoedt dat we in de realiteit nog niet aan een fifty-fifty-verhouding zitten, maar een verhouding van één op twee acht hij zeer reëel. Na zo'n uitzending blijf je met de vraag zitten hoe het mogelijk is dat de omgeving zo lang blind blijft voor een probleem dat zich onder hun ogen afspeelt. De vrouwen blijken zich weliswaar alleen en bij voorkeur tijdens de kantooruren te bezatten, ze zijn sluw in het verzinnen van allerlei foefjes en kunnen waarschijnlijk meesterlijk acteren. Maar waarom laten partners, huisgenoten, vrienden zich zo lang een rad voor de ogen draaien ? ?Ik heb nogal een zwakke gezondheid en mijn man dacht liever dat ik ziek was dan te erkennen dat ik dronk?, vertelde Simone Salle. Hij wou de waarheid pas onder ogen zien toen artsen hem met de neus op de feiten drukten. Ook de vaak uithuizige echtgenoot in de film negeert alle signalen die hem worden toegestuurd. De smeekbede van zijn dochter, de uitval van zijn buurman, de waarschuwing van de huisarts... het mag allemaal niet baten. Pas wanneer zijn kinderen weglopen van huis, de stoppen bij zijn vrouw helemaal doorslaan en zij de buurt op stelten zet... begint het tot hem door te dringen dat er een probleem is waar hij misschien iets mee te maken zou kunnen hebben. Je bent geneigd dit personage af te doen als een karikatuur, te vrezen valt echter dat het nogal waarheidsgetrouw is...