Wilhelm Schmid, handboek voor de levenskunst, Ambo/Anthos, 320 p, ISBN 9026318790
...

Wilhelm Schmid, handboek voor de levenskunst, Ambo/Anthos, 320 p, ISBN 9026318790Volgende week : m/v van het jaar. Straks wensen we elkaar het allerbeste voor 2006, maar eerst kijken we terug naar wie er in 2005 het allerbeste van maakte. En verder : Sri Lanka, twaalf maanden na de tsunami. www.weekend.be reacties : TESSA.VERMEIREN@knack.beOp het scheiden van november en december lijkt het alsof de wereld oplost in de mist die tussen de knotwilgen en de populieren om mijn huis hangt. De kranten blijven grotendeels ongelezen, de televisie gaat nauwelijks aan. Cello- en klarinetklanken vullen de avonden. 's Ochtends vliegen fazanten luidruchtig op in de tuin en de dijk is nu haast verlaten in de weekends. Een mens loopt daar dan alleen met zijn gedachten, herinneringen en verlangens. Wie zijn er dit jaar allemaal door mijn leven gewandeld ? Wat hebben ze gebracht ? Wie zijn de blijvers en wie degenen die alweer aan de andere kant van de rivier staan en zich verwijderen ? En de anderen, die zich hebben afgewend in boosheid of in gekwetstheid, zullen die nog keren, vroeg of laat ? "Een hand als een zijden sjaal om een hals gelegd...", een van de gebaren van troost die Jozef Deleu zo treffend miniaturistisch beschrijft in zijn Gras dat verder groeit (Van Halewyck). Meer heeft een mens niet nodig om een beetje gelukkig te kunnen zijn. Toch ontbreekt dat zo vaak en bij zovelen. De zoektocht naar geluk, naar vervulling door een ander, genereert de jongste jaren een exploderende e-business. Mensen speuren uren de virtuele wereld af naar degene die zij op de bus, in het café of op kantoor nog niet zijn tegengekomen. Op zoek naar die geruststellende, troostende hand. Met hardnekkige beslistheid proberen zij het lot een hak te zetten. In zijn vorig jaar verschenen Handboek voor de levenskunst (Ambo) beschrijft de Duitse filosoof WilhelmSchmid een wandeling over het kerkhof, waarbij hij de bedenking maakt dat daar heel wat hoop op geluk begraven ligt. Mensen die hun hele leven hebben gezocht naar hét ultieme geluk en misschien niet zagen dat het voor het grijpen lag. "Zou het niet beter zijn het geluk zelf te begraven ? Enige tijd erover zwijgen zou op zijn minst bevorderlijk zijn voor het geluk", schrijft Schmid. Geluk is volgens hem het lucide en gelaten omgaan met de twee polen van het leven, het kennen van de pijn en de vreugde, het ervaren van de hoogten en de diepten en beseffen dat het leven altijd dubbel zal zijn. Dat niet de constante euforie het geluk genereert. Maar het verlangen en het klimmen ernaartoe. De ervaringen van het over en weer gaan tussen de twee polen van het leven, zijn het leven zelf en dus ook het 'geluk' met al zijn nuances. En verder is er de mist tussen de bomen in november. Het alledaagse met zijn "net der gewoonten dat geknoopt moet worden", zoals Wilhelm Schmid dat zo mooi verwoordt. En in het zorgvuldig breien van dat net, is voldoening te vinden. Dat staat allemaal redelijk haaks op hoe het leven op dit moment lijkt te zijn : steeds sneller, luider, drukker, voller. Schmid pleit voor een nieuwe vorm van gelatenheid. "Gelatenheid is de tegenpool van het moderne voluntarisme en activisme en bestaat erin dat je kunt laten in plaats van altijd te moeten willen, af en toe passief te blijven in plaats van altijd maar actief te zijn." Je moet volgens de Duitse filosoof in je leven de dingen "met rust kunnen laten". Bewust afzien van willen beïnvloeden, accepteren dat de dingen anders lopen dan je zou gewild hebben. Frustraties daarover kunnen laten gaan. Het heeft immers weinig zin om je energie te verspillen aan dingen die buiten je macht liggen. Onderscheid maken tussen wat werkelijk belangrijk is en wat secundair is, wat even goed anders kan dan je oorspronkelijk had gewild. De lichtheid van het bestaan wordt volgens Schmid draaglijk door het niet negeren van de confrontatie met het zware, door het te onderkennen maar zich niet terneer laten drukken. Er komt altijd een opnieuw, een later, een anders. Wie steeds bovenop de golf surft en de afgrond negeert, beseft op den duur niet meer de waarde van het euforische gevoel daarboven. Het juichen vlakt af, hoe hoog die golf ook kunstmatig wordt gehouden. tessa vermeiren