Een van die kleurloze dagen dat het winterzonnetje geen kans krijgt. Ook in Utrecht klettert de regen tegen de ramen van het Trimbos-instituut, het Nederlandse nationale instituut voor geestelijke gezondheidszorg. De ruime, lichte en luchtige werkkamer van Jan Auke Walburg, de directeur, is een oase van rust terwijl wind en hagel daarbuiten razen en tieren.
...

Een van die kleurloze dagen dat het winterzonnetje geen kans krijgt. Ook in Utrecht klettert de regen tegen de ramen van het Trimbos-instituut, het Nederlandse nationale instituut voor geestelijke gezondheidszorg. De ruime, lichte en luchtige werkkamer van Jan Auke Walburg, de directeur, is een oase van rust terwijl wind en hagel daarbuiten razen en tieren. Jan Walburg oogt als het vleesgeworden resultaat van zijn streven : hij is een stralende en slanke, vitale en gedreven man. Zijn hele leven heeft hij gewerkt in instellingen vol ongelukkige zielen, mensen met psychische stoornissen als verslaving, depressie en angst. En hij vroeg zich aldoor af : wat maakt ons weerbaar voor tegenslagen ? Wat geeft ons de veerkracht om teleurstellingen te boven te komen ? Hoe blijven we geestelijk gezond ? Wat maakt ons gelukkig ? Om antwoorden op die vragen te vinden, heeft Walburg de wetenschappelijke literatuur over geluk bestudeerd en zijn bevindingen in een boek gegoten. "Ik wilde niet zomaar borrelpraat verkopen of mijn eigen meningen ventileren over geluk. Ik zocht naar wat wetenschappelijk vaststaat." Prof. Dr. Jan Auke Walburg : Sommige dingen hebben me toch verrast. Hoe weinig belangrijk de omstandigheden zijn, bijvoorbeeld. Voor veel mensen is geluk gekoppeld aan dingen zoals veel geld verdienen, een huis in Frankrijk kopen, je een droomvakantie kunnen veroorloven... Dat zijn heerlijke, zalige momenten, maar daarom kun je nog niet zeggen dat je een gelukkig leven leidt. Nee, want er is een sterke samenhang tussen koopkracht en geluk. Dat arme mensen gelukkig zijn in hun eenvoud is een fabeltje, en in elk land ter wereld zijn de armen ongelukkiger dan de rijken. Geld maakt gelukkig, zoveel is zeker. Maar het heeft grenzen : boven een bepaald minimum heeft het geen invloed meer. In de westerse wereld is de consumptie van goederen en diensten vertienvoudigd de laatste decennia, maar is geluk ook vertienvoudigd ? Nee, toch ? We zijn rijker geworden, maar niet gelukkiger. In onze westerse maatschappij dringt het langzaam en steeds dieper door dat een opeenstapeling van consumptie niet leidt tot welbevinden. Je krijgt veel bij elkaar, je wordt misschien rijk, maar daarom nog niet gelukkig. Duurzaam geluk is iets heel anders. Niemand is voortdurend gelukkig. Dat schommelt, zelfs in de loop van één dag, naargelang de situatie. Plezier en genot leveren geluksmomenten, maar duurzaam geluk is meer. Het is een vorm van vitaliteit en veerkracht. Het is de mate waarin je voldoening schept in het leven als geheel. Dat valt tegen, hoor. Als je dat droomhuis in Frankrijk koopt, geeft dat een piekje van een maand of vier. Dat is fijn natuurlijk, en daarvoor alleen zou je het al doen. Maar daarna : tsjak, je gelukspeil daalt, en het leven gaat gewoon weer door. Maar omgekeerd is dat ook zo. Als je nare dingen beleeft, gaat je geluksgevoel naar beneden. Je krijgt een dip, maar je veert ook weer terug. Ingrijpende gebeurtenissen kunnen heftige emoties uitlokken, maar die zijn niet blijvend. Het leven kan je enorm uit het lood slaan - in positieve én in negatieve zin - maar je gaat over het algemeen terug naar de normale stand. En die is redelijk stabiel. Een huwelijk, het eerste kind en scheiding veroorzaken tijdelijke pieken van geluk, maar soms verandert het gelukspeil definitief, vooral in negatieve zin, bij werkloosheid of invaliditeit bijvoorbeeld. Maar elke mens heeft een vast geluksgevoel waarmee hij geboren is. Alles is voor vijftig procent aangeboren : karaktereigenschappen, talenten, noem maar op. Maar dat betekent niet per se dat je zo bent of zo wordt. Genen wijzen in een bepaalde richting, dat wel. Omgevingsfactoren kunnen een gen aan of uit zetten. De helft van ons heeft het depressie-gen, maar bij de meesten staat het uit. Zeer ernstige stress kan dat gen activeren, en dat kan leiden tot een depressie. Erfelijkheid geeft je een startpunt, een basislijn. Die is goed voor vijftig procent van je welbevinden. Tien procent wordt bepaald door omstandigheden. Dat betekent dus dat je veertig procent eigen inbreng hebt : veertig procent van je geluk ligt in je eigen handen. Binnen die marge kun je zelf je geluk opkrikken of neerhalen. Er zijn er meer maar het grootste verschil is dat gelukkige mensen voor zichzelf een doel hebben geformuleerd, een weg hebben uitgestippeld. Ze laten die niet bepalen door anderen, maar ze hebben goed nagedacht over wat ze willen zijn en wat ze willen bereiken. En ze gedragen zich daarnaar. Dat hoeft geen groots en meeslepend doel te zijn. Dat hoeft niet meer te zijn dan : je werk zo goed mogelijk doen, een aardige buur zijn, een eerlijk en rechtschapen mens. Op een bepaald moment kijk je achterom en vraag je je af in welke mate je leven geslaagd is. Waaraan meet je dat af ? Toch aan de doelen die je had ? Ik wilde bijvoorbeeld een goede vader zijn. Ben ik dat ? Werk ik constant, of ben ik actief bij de opvoeding van mijn kinderen betrokken ? Positief en optimistisch denken is een ander wezenlijk verschil. Optimisme heeft onvoorstelbaar veel invloed op geluk en geestelijke gezondheid. Positief denken - over jezelf, je verleden, je heden en je toekomst - bevordert je gevoel van eigenwaarde, en dat is behoorlijk bepalend voor je welzijn. Sommigen verschuilen zich daarachter : "Ik heb een nare jeugd gehad en daarom doe ik zo vervelend." Tja. Het is jammer om geen plezierige jeugd te hebben gehad. Dan is het toch des te spijtiger om er ook het heden en de toekomst door te laten vergallen ? Je kunt zelf uitmaken hoe je over het verleden denkt. Daarom moet je vooral goed beseffen dat gedachten gevoelens opwekken. Als je nog maar dénkt dat een hond je kan bijten, word je al een beetje bang. Dat is dan nog op een tastbaar en eenvoudig niveau, maar het geeft wel aan dat gedachten bepalen hoe je je voelt. Op je gevoelens heb je geen greep, op je gedachten wel. En die beïnvloeden je gevoelens. Je gedachten kunnen je angstig of verdrietig maken, maar ook vrolijk en blij. Je kunt jezelf in de put denken, maar er ook uit. Inderdaad. En het goede nieuws is, dat je kunt leren om het glas halfvol te zien. Een studie met veertienjarige jongens bewees dat. Die groep is zowat de negatiefste die je kunt bedenken. Voor een jongen van veertien is het leven waardeloos, en alles en iedereen is stom, zijn ouders op kop. De helft van die groep kreeg een korte cursus Positief Denken, de andere helft niet. Vijf jaar later hebben ze die jongens nog eens getest. Ze waren wezenlijk anders dan die van de tweede groep. Ze presteerden beter op school en ze hadden meer plezier met hun vrienden. Als je doelen nastreeft die voor jou werkelijk van belang zijn, als je bewust geniet en je diep verbindt met anderen, dan is de kans het grootst dat geluk je bijna vanzelf in de armen valt. De allergrootste bron van geluk is het opgaan in relaties met geliefden. Relaties zijn, hoe dan ook, de rode draad : als je alleen bent en je hebt niemand om je mee te verbinden, is het erg moeilijk om je gelukkig te voelen. Persoonlijke contacten bevorderen het welbevinden. Dat is simpel en het werkt heel erg snel. Vriendelijk zijn is al genoeg. Glimlach en kijk naar het effect. Sterker nog. Een gelukkige uitstraling maakt blind, net zoals verliefdheid. Gelukkige mensen worden door anderen beschouwd als intelligenter, warmer, assertiever, minder egoïstisch. Ze zouden zelfs eerder in de hemel komen. De samenhang tussen gezondheid en geluk is indrukwekkend. Uit een nonnenstudie blijkt dat vrolijke nonnen tien jaar langer leven dan de minst gelukkige. Niet gelukkig zijn, is als gezondheidsrisico te vergelijken met roken : er zijn evenveel levensjaren mee gemoeid. Geluk maakt gezond en houdt je gezond. Gelukkige mensen leven niet alleen langer, ze herstellen zich sneller na grote teleurstellingen, en hun psychische gezondheid is beter. Omgekeerd werkt dat ook. Minstens twintig studies bewijzen het : werken aan je conditie, regelmatig fysiek actief zijn, is goed voor je welbevinden : minder angst, minder gevoelig voor stress, minder depressie, beter humeur, beter slapen, meer zelfvertrouwen. Je voelt je niet alleen gezonder, je voelt je prettiger over heel de lijn. Natuurlijk. Het is verbazingwekkend dat niet méér mensen het doen. Om vijf keer per week een halfuur gezond te bewegen, moet je niet noodzakelijk naar een fitnessclub. Het volstaat bijvoorbeeld om stevig te wandelen. Helaas, er bestaat geen korte weg naar geluk. Je kunt wel iets doen om je geluk te vergroten. Genieten, bijvoorbeeld. Je bent zo bezig met geld verdienen om dingen te kunnen kopen om plezier van te hebben, dat je niet meer ziet wat je zomaar, gratis, hebt : een boeiend gesprek, de zon op je huid, de eerste kou van de herfst. We worden almaar vaardiger in multitasking. Onlangs zag ik een van mijn dochters tegelijk op de computer werken, chatten met vrienden, met één oog naar MTV kijken en een sms'je lezen. Knap, hoor, ik ben daar wel eens jaloers op. Ik kan niet eens koken als iemand tegen me praat. Maar op die manier ben je niet in staat te genieten van wat je doet omdat je er niet helemaal met je hoofd bij bent. Rustig en aandachtig leven is aanwezig zijn in het heden, en dat hangt samen met bewust ervaren van aangename gevoelens. Vaak komt geluk vanzelf bij activiteiten die niet eens geluk nastreven, zoals spelen of leren. Nieuwe oplossingen zoeken, dingen exploreren, iets blijven proberen : de menselijke soort gaat steeds verder in de evolutie, alleen al vanwege het plezier van het ontdekken. De natuur heeft ons kennelijk dat gevoel van geluk gegeven om ons te belonen voor ontwikkeling. Daarom gaan kinderen graag naar school. Daarom lezen volwassenen boeken en kranten : we ervaren geluk als we vaardigheden en kennis ontwikkelen. Als student psychologie leerde ik dat je hersencellen zich ontwikkelen tot je twintig bent, en dat daarna het grote verval begint : je hersencellen sterven onherroepelijk af. Géén vrolijk vooruitzicht. Nu weten we dat er, tot diep in de ouderdom, dagelijks duizenden hersencellen aangemaakt worden, op voorwaarde dat je iets nieuws leert, zoals een taal of een muziekinstrument bespelen. We weten dat er gemiddeld tienduizend uur nodig zijn om iets helemaal onder de knie te krijgen. Om een taal vloeiend te spreken of een muziekinstrument te bespelen, moet je veel tijd investeren en het volhouden, want nieuwe structuren in je hersens ontwikkelen zich zeer langzaam. Mijn hersens zijn niet meer zo soepel als die van een achtjarige, maar na één jaar dagelijks oefenen heb ik toch De koning van de sperziebonen in de vingers, een stukje van Erik Satie. Je kunt ingewortelde gewoonten en attitudes veranderen, maar het vergt een grote inspanning, doorzettingsvermogen en veel moeite. De mens is gebouwd om in evenwicht te blijven en is maar moeilijk blijvend uit zijn natuurlijke balans te brengen. Zoals het niks uithaalt om aan de piano te zitten en te zeggen : "Ik wil het kunnen. Ik weet dat ik het kan", zo heeft het geen enkele zin om te zeggen : "Ik wil niet meer bang zijn." Ook voor de solide ontwikkeling van nieuw gedrag is ongeveer tienduizend uur training nodig. Anders wordt nieuw gedrag snel weer vervangen door het oude. Ook dat oude gedrag is een leerproces geweest, en het telde tienduizenden uren, tientallen jaren zelfs. Bij piano leren spelen zijn je vorderingen makkelijk meetbaar, bij gedragsveranderingen niet. Dan ben je ook sneller tevreden, je vindt algauw dat het goed genoeg is, en je geeft het vaak te snel op. Daar lijkt het op. Maar dat is niet wetenschappelijk bewezen. Ik ben wat dat betreft iets minder kritisch geweest dan ten aanzien van de andere wetenschappelijke literatuur. Ach, je hoeft toch ook niet altijd zo vreselijk consequent te zijn ? Mentaal vermogen. Investeren in geluk. Jan Auke Walburg. Nieuw Amsterdam Uitgevers. ISBN 978-90-4680-546-6, 273 pg., 22,50 euro.Door Griet Schrauwen Illustratie Liesje Mentens"Op je gevoelens heb je geen greep, op je gedachten wel. En die beïnvloeden je gevoelens. Je gedachten kunnen je angstig maken, maar ook vrolijk. Je kunt jezelf in de put denken, maar er ook uit.""Niet alleen verliefdheid, maar ook een gelukkige uitstraling maakt blind. Gelukkige mensen worden door anderen beschouwd als intelligenter, warmer, assertiever, minder egoïstisch. Ze zouden zelfs eerder in de hemel komen."