Leo Pleysier heeft me bij de strot gepakt. Ik was weer helemaal verloren aan het lopen in zijn muziekje, toen ik op pagina 129 van De dieven zijn al gaan slapen (uitg. Bezige Bij) aan een zin bleef hangen : " Wat ik nastreef met de keuzes die ik tot nu toe gemaakt hebin mijn leven (...) : een bestaan dat zowel gelijkmoedig als intens is. Niet meer maar ook niet minder dan dat."
...

Leo Pleysier heeft me bij de strot gepakt. Ik was weer helemaal verloren aan het lopen in zijn muziekje, toen ik op pagina 129 van De dieven zijn al gaan slapen (uitg. Bezige Bij) aan een zin bleef hangen : " Wat ik nastreef met de keuzes die ik tot nu toe gemaakt hebin mijn leven (...) : een bestaan dat zowel gelijkmoedig als intens is. Niet meer maar ook niet minder dan dat."Leo Pleysier zegt van zichzelf dat hij te veel binnen zit. Hij schrijft over de wereld in het groot, maar vooral in het klein, in minutieuze waarnemingen. Hij lijkt op het eerste gezicht alleen te registreren. Wat hij ziet en vooral wat hij hoort, tekent hij op in precieze, heldere zinnen. Geen woord te veel, geen woord te weinig. Hoe hij de dood beschrijft van een duif die zich tegen een raam te pletter vliegt, bijvoorbeeld. Of de altijd en overal aanwezige koeien in het ouderlijk huis uit zijn jeugd... Gelijkmoedig en intens proberen te leven en toch last hebben van de lelijke X'en in namen van antidepressiva als Xanax en Emexon. Zo gemakkelijk kan dat dus niet zijn, dat zoeken naar een gelijkmoedig en intens bestaan. Niets is ooit volmaakt. En toch wil een mens gelijkmoedig en intens proberen te leven. Eeuwenlang al zijn filosofen ermee begaan : zichzelf en hun lezers of toehoorders een handleiding bezorgen om een dusdanig evenwicht proberen te bereiken waardoor verdriet, wanhoop en vertwijfeling minder vat krijgen op het leven. De door vele vrouwen vermaledijde Schopenhauer zei het al : "Wat iemand voor zichzelf heeft, wat hem in eenzaamheid begeleidt en niemand hem geven en afnemen kan, is veel wezenlijker dan alles wat hij bezit of wat hij in de ogen van anderen is." Niet echt iets wat met de tijdgeest blijkt te kloppen. Dit is een tijd van dwangmatig gelukkig willen zijn. We zijn er manisch mee bezig. In het bedrijfsleven zijn er ontelbare trainingen te vinden, gericht op succes. We willen onszelf steeds verbeteren, we volgen cursussen bij de vleet, lopen ons te pletter in fitnesscentra. Geforceerd positivisme is schering en inslag. Wie daarin niet mee wil of kan, is een loser. Het ergste wat je in deze tijd kunt zijn : een loser. De hedendaagse Duitse filosoof Wilhelm Schmid rekent in zijn Filosofie van de levenskunst (uitg. Ambo) af met dat manisch gelukkig willen zijn. Ik denk dat Leo Pleysier en hij elkaar zouden begrijpen. De hoge zelfmoordcijfers van deze tijd houden volgens Wilhelm Schmid verband met dat buitenmatig positief denken. Geen mens is in staat om aan alle hoge eisen die tegenwoordig worden gesteld, te voldoen. Tot in amusementsprogramma's toe is het al de beste, de mooiste, de knapste wat de klok slaat. In een wereld waarin alles altijd goed, perfect, beter, best moet zijn, leeft volgens hem onderhuids zoveel verdrukte melancholie, dat die mensen onvermijdelijk drijft naar de diepste ontkenning van succes en triomf : het niet meer willen zijn. De ideaalbeelden waaraan we ons spiegelen en die we op de anderen projecteren, vallen niet te evenaren. Maar iedereen doet wel de hele tijd of het zo moet . Temptation Island, Idool 2003. Als je wint, heb je vrienden... En hoe is het in de coulissen ? Gelijkmoedig en intens leven. " De werktuigen zijn in principe krom en scheef, het gaat erom ze te gebruiken zoals ze zijn." Een zin uit een verhandeling van Democritus die leefde in de vijfde eeuw V.C., die Wilhelm Schmid aanhaalt. Leo Pleysier stuurt twee Vara-dames wandelen die hem komen keuren voor een boekenprogramma. Ze waren gekomen "om vooraf te checken of mijn persoon wel vlot, telegeniek, en interessant genoeg is (...)" Of de werktuigen dus niet krom en scheef waren. Pleysier laat zich niet omsmeden tot bruikbaar materiaal. Hij zwicht niet voor drukdoenerij. Hij weigert 'leuk en vlot' te zijn. Hij weigert zijn intens leven in te ruilen voor de oppervlakkigheid. Een schrijver om te koesteren. TESSA VERMEIREN