De lucht was helder, ergens zat iemand met een stuk metaal op een ander stuk metaal te kloppen. Ik liep langs een winkel waar ze hoofddeksels en handschoenen verkochten. Toen voelde ik opeens een reeks van overslaande hartenkloppen. Ik heb talent voor overslaande hartenkloppen, zoals voor flipperen, parkeren en het rangschikken van woorden in min of meer logische volgorden.
...

De lucht was helder, ergens zat iemand met een stuk metaal op een ander stuk metaal te kloppen. Ik liep langs een winkel waar ze hoofddeksels en handschoenen verkochten. Toen voelde ik opeens een reeks van overslaande hartenkloppen. Ik heb talent voor overslaande hartenkloppen, zoals voor flipperen, parkeren en het rangschikken van woorden in min of meer logische volgorden. De dokter zegt dat mijn hart gezond is. Wel is het een hazenhart dat fel reageert op prikkels. Het is vreemd als artsen zich in wildsoorten uitdrukken. Liever zou ik het hart van een leeuw of van een olifant bezitten. Ik denk dat je het monster van Frankenstein in leven kunt houden met al de hartslagen die ik gemist heb. Soms wordt het talent voor overslaande hartenkloppen van generatie op generatie doorgegeven. Mijn moeder herinnert zich precies waar ze haar eerste heeft gekregen. Ze was twintig. Het was aan de Post in Kortrijk, op een dag dat Kennedy niet vermoord werd. Hoewel je eraan went, zijn overslaande hartenkloppen nooit prettig, want ze confronteren je met je sterfelijkheid. Je beseft dat je leeft bij de gratie van kleppen die fragiel zijn als de vinnen van een goudvis. Je leeft dankzij een hart dat in een borrelend verleden op spookachtige wijze is gaan kloppen, en daar op een dag onvermijdelijk weer mee zal stoppen. In afwachting daarvan besloot ik dekking te zoeken in een herberg, waar ze met oranje straalkachels het terras en de rest van het heelal verwarmden. Ik bestelde een warme chocomelk, wat soms de voorkeur verdient boven drink- bare alcohol. Er lag een weekendkrant op de tafel. Ik las dat de beha in ongenade viel bij vrijgevochten jonge vrouwen en dat strijken uit de mode was. "Het strijkijzer is het nieuwe washandje", schreef een redactrice met inzicht in geopolitieke verhoudingen. "Wie het nog gebruikt, voelt zich pas een idioot wanneer blijkt dat de rest van de wereld daar al lang mee is opgehouden." Ik dacht aan de stapels washandjes in mijn badkamer. Sommige zien eruit als koeien, andere lijken op een krokodil die naar de kinderen kan happen. Toch slaagde ik er niet in mij een idioot te voelen. Er liep een rijzige man voorbij met witte stok en blindengeleidehond. Hij was atletisch gebouwd en had een nobel voorkomen. De hond echter keek schuldbewust en zakte door zijn achterpoten. Het uitwerpsel dat verscheen was zo bleek dat de gedachte aan Indiase curry madras met scharrelkip en krieltjes zich opdrong. Dat excrement lag daar te walmen in de vrieskou, terwijl de man met de witte stok waardig voortschreed. "You can't blame him for it, can you?" kwaakte een vrouw. Haar Engels deed denken aan leeg- gezogen olievelden. De waardin haastte zich naar buiten met een zakje, terwijl mens en dier in het vergeeflijke straatbeeld oplosten. In de weekendkrant las ik hoe je truien kunt ontdoen van pillen. Daarmee werden geen tranquillizers bedoeld, maar de bolletjes die zich na verloop van tijd onvermijdelijk aan de oppervlakte van sommige textielsoorten vormen. Mijn hart sloeg inmiddels weer normaal. Ergens zat iemand wel nog altijd met een stuk metaal op een ander stuk metaal te kloppen.