Ooit tekende Le Corbusier ambitieuze plannen voor Linkeroever, maar die werden nooit uitgevoerd. Wel verschenen er op de plek verscheidene woontorens. Een ervan, de intrigerende Riverside Tower, in de bocht van de Schelde, herbergt een van Antwerpens best bewaarde geheimen. Architect Paul De Meyer (1922-2011) woonde er tot aan zijn dood in een villa met Le Corbusierallures, boven op het flatgebouw. De Meyer ontwierp de toren samen met architect Léon Stynen (1899-1990), toen onder meer bekend van het Casino in Knokke.
...

Ooit tekende Le Corbusier ambitieuze plannen voor Linkeroever, maar die werden nooit uitgevoerd. Wel verschenen er op de plek verscheidene woontorens. Een ervan, de intrigerende Riverside Tower, in de bocht van de Schelde, herbergt een van Antwerpens best bewaarde geheimen. Architect Paul De Meyer (1922-2011) woonde er tot aan zijn dood in een villa met Le Corbusierallures, boven op het flatgebouw. De Meyer ontwierp de toren samen met architect Léon Stynen (1899-1990), toen onder meer bekend van het Casino in Knokke. De vrouw van Paul De Meyer, Geneviève, verkocht het appartement enkele maanden geleden. Ze woonde er bijna veertig jaar lang samen met haar man. "Het was geen geheim dat Paul een grote bewondering voor Le Corbusier koesterde", zegt ze. De invloed van onder andere diens Unité d'Habitation in Marseille is dan ook duidelijk zichtbaar in de Riverside Tower. Zo is de begane grond met toegang zo transparant mogelijk gehouden, en zijn ongeveer in het midden van de toren duplexappartementen aangebracht met een dubbelhoge woonkamer. In Marseille had De Meyer ook gezien dat het dak van een woontoren zoveel meer kan zijn dan enkel een plek voor de technische uitrusting en de liftkokers, dat het als 'vijfde gevel' optimaal benut kan worden. Voor een daktuin bijvoorbeeld, zoals Le Corbu al in de jaren twintig opperde. Of in het geval van de Unité d'Habitation : voor een school met speelruimte voor de kinderen. "Wij verhuisden in 1973 van Lier naar het penthouse", herinnert Geneviève zich. "Met een tuin op de 21ste verdieping ! Er waren jaren dat we niet op reis konden omdat er te veel werk was op het bureau. Maar wij hadden ons eigen 'buitenland' : een tuin in de lucht, met gras en zelfs bomen." De reeks terrassen en groene hoeken vormen een wonderlijk geheel. Door niveauverschillen, begroeiing en muren die in hoogte variëren, baadt de plek afwisselend in een sfeer van openheid en intimiteit. Tegelijkertijd is het een besloten oase van rust en een arendsnest met soms adembenemende uitzichten, tientallen meters boven de begane grond. "Paul nam zijn tijd om alles in detail uit te tekenen. Hij was een begaafd tekenaar die ook mooie aquarellen kon maken. Hij had een grote interesse voor design. En ondanks zijn bewondering voor de Zwitsers-Franse architect, wilde hij hier zeker geen Corbusiershowroom van maken. Het penthouse was geen decor voor feestjes, en geen visitekaartje om nieuwe projecten binnen te halen. Het was ons privédomein, een plaats om tot rust te komen. Het werd nooit in een magazine gepubliceerd en we sloegen zelfs aanbiedingen af om het te verhuren als filmdecor", zegt Geneviève, die in hetzelfde gebouw bleef wonen, maar verhuisde naar enkele verdiepingen lager. Links van de hal van het dakappartement is er een barruimte met een wijds uitzicht op de skyline van de stad. In de hoek staat een Pipistrellolamp, van Gae Aulenti uit 1966. De kleur van de zetels vormt één geheel met de witte marmeren vloer. Vanaf de hal is er een helling naar de woonruimte, en een andere naar het slaapgedeelte, dat uitkijkt over het havengebied en bij avond in een wonderlijke sfeer van licht baadt. Le Corbusier had al een voorkeur voor hellende vlakken in plaats van trappen, en hier zijn ze een ideale oplossing om de onvermijdelijke niveauverschillen op het dak van de woontoren te overbruggen. Op dezelfde manier camoufleren hoogteverschillen in de tuin de technische installaties van de twintig verdiepingen eronder. Tussen eetplaats en zitruimte is er een vrijstaande open haard, een oplossing die de ruimte opdeelt maar toch open laat. Het langharige tapijt verzacht het betonnen interieur. In tegenstelling tot Le Corbu, fan van een ruwe bekisting van beton, werd het hier met een grote perfectie gegoten. In de woonkamer werd één lange wand zwart geschilderd, en aan de muur hangt een String-wandkastensysteem. Vandaag is het ontwerp hyperpopulair, maar de Zweedse ontwerper, architect en producent Nils Strinning ontwierp het al in 1949. Vanuit de woonkamer leidt een kleine metalen wenteltrap omlaag naar de bibliotheek met een gebogen wand. Aan de schrijftafel heb je er zicht op een gedeelte van de tuin en op de torens van Antwerpen. Net een schilderij. Door Marc Dubois & Foto's Filip Dujardin