De bedenker : redder van zeilers en huispersoneel

De Zweedse fysicus Gustaf Dálen mocht dan wel in 1912 de Nobelprijs voor de fysica gewonnen hebben voor zijn ontwikkeling van zelfontstekende en zelfdovende vuurtorenlampen die het mogelijk maakten om op eerder onbereikbare plekken vuurtorens te zetten, de 'weldoener van de zeemannen' kon zijn prijs niet zelf afhalen, want bij een ontploft gasexperiment was hij blind geworden. De Nobelprijswinnaar zou gezegd hebben : "Wat verwachten ze van mij als ik niets meer kan doen ?" Maar hij bleek nog veel te kunnen doen : toen hij thuis zat te herstellen, merkte hij dat zijn vrouw en keukenmeid wel erg veel energie (tijd én brandstof) in het fornuis stopten. Hij zette zich aan het ontwikkelen van een fornuis zonder schakelaars dat op stralingswarmte werkt : een gietijzeren kern wordt opgewarmd door middel van hete kolen (nu kan dat ook met gas en elektriciteit, uiteraard) en die kern warmt via een systeem van gericht geïsoleerde kanalen ovens en kookplaten op tot verschillende temperaturen. In elk fornuis is nu standaard een braadoven en een bakoven voorzien, een snelkookplaat en een sudderplaat. Grotere modellen hebben meer mogelijkheden. Dálen was ondertussen ook opnieuw aan het werk bij Aktiebolaget Gasaccumulator (Aga), waar hij later manager zou worden. In 1922 zou Dálen zijn fornuis patenteren en uitbrengen via zijn eigen fabriek.
...