Sinds kort weet ik dat ik minstens twee naamgenoten heb. Niks ongewoons zul je zeggen, alleen woont de ene Linda Asselbergs in Nieuw-Zeeland en de andere in Zuid-Afrika. Is nomen omen ? In elk geval zitten ze allebei net als ik vroeger in de schoolfrikkerij, alleen hebben ze het er wat verder in geschopt. Hoe ik daarachter gekomen ben ? Via een Amerikaanse journalist die ik tien jaar geleden op een filmfestival tegen het lijf liep en die mij onlangs zomaar out of the blue een mailtje stuurde. Dat hij bij het googelen de keuze had uit drie Linda Asselbergsen, meldde hij, maar dat hij niet dacht dat ik intussen omgeschoold was tot directeur van de vermaarde Roedean School in Johannesburg of tot lid van de raad van bestuur van Birkenhead College in Auckland. Bingo, gevonden. En niet voor het laatst, want diezelfde week nog kreeg ik een mailtje in het Spaans van ene Emilio. Die mij er geheel terecht op wees dat ik hem niet kende, maar dat ik in de jaren zestig, padre wist het nog goed, het prille vakantievriendinnetje was van zijn vader. Mijn God, José met de scheve grijns en de zwarte bles. Nooit gedacht dat ik daar ooit nog iets van zou horen. Alleen overkomt het mij de laatste tijd steeds vaker : schimmen uit het verre verleden die uit het niets opduiken. Of beter gezegd, uit cyberspace. Heel leuk allemaal, maar tegelijk ook een beetje onheilspellend, want één ding is duidelijk : vluchten kan niet meer, dankzij de moderne communicatiemiddelen is iedereen perfect traceerbaar.

Eigenlijk begon de ellende al met het antwoordapparaat. Om van de mobiele telefoon nog maar te zwijgen. Als je een oproep niet binnen het uur beantwoordt, krijg je het verwijt dat je je voicemail niet beluistert. Wat ik eerlijk gezegd wel eens verzuim, zeker in het weekend. Maar volgens de nieuwe etiquette hoor je nu vanaf acht uur 's morgens tot ver na tienen 's avonds beschikbaar te zijn voor je voltallige kennissenkring. En dan hebben we het nog niet over sms'en, msn'en en mailen. Je zult nu maar je eerste vakantieverliefdheid beleven. Vroeger was dat simpel : eens thuis schreef je hem een paar vurige brieven waarin je vertelde hoe hard je hem miste, dat het weer slecht was en dat je hoopte dat het gauw weer zomer zou zijn. Maar half november begon dat briefverkeer al aardig te verpieteren, ook al omdat je elkaar bitter weinig te vertellen had en je maar al te goed besefte dat hij er zonder dat bruine kleurtje een stuk minder opwindend zou uitzien. Nu worden vakantieromances onnodig lang gerekt doordat het jonge grut via de webcam eindeloos naar elkaar zit te zwijmelen. Terwijl je elkaar net zo goed twintig jaar later kunt googelen. Tik ik de naam in van de Amsterdamse student sociale agogiek waar ik 25 jaar geleden iets moois mee beleefde en val dood als het niet waar is, daar heb je 'm, met foto en al. Zonder zijn lange manen van weleer en commercieel directeur van een groot persbedrijf intussen, maar die glimlach, daar kun je nog steeds ijs mee breken. Desalniettemin... What do you want the computer to do ? Shut down.

Linda Asselbergs