Roséwijn wordt niet gemaakt door rood en wit te mengen. Dat is een hardnekkig misverstand. Alleen in de Champagne, waar zowat alles gepermitteerd is wat in andere AOC's strikt verboden is, wordt roséchampagne gemaakt door er een kletsje rood bij te doen.
...

Roséwijn wordt niet gemaakt door rood en wit te mengen. Dat is een hardnekkig misverstand. Alleen in de Champagne, waar zowat alles gepermitteerd is wat in andere AOC's strikt verboden is, wordt roséchampagne gemaakt door er een kletsje rood bij te doen. In de typische roséregio's van Frankrijk - we denken dan aan de Provence en aan Tavel - wordt rosé gemaakt als een gewone rode wijn, maar dan wel met een veel kortere contacttijd van het gistende sap met de schillen van de rode druiven. Zo gaan veel minder kleur en tannines over in de wijn, want kleur en tannines komen immers alleen van de schillen. Na de korte contacttijd wordt de kuip afgelaten en wordt de schillenkoek zacht geperst om dan verder al het sap te laten vergisten, gewoonlijk bij lagere temperatuur (15°). Dat noemt men la technique du pressurage direct. Er komt weliswaar minder geconcentreerde wijn van, maar toch een wijn met wat elementen van de perskoek in de smaak, elementen van 'perswijn'. Een tweede methode om roséwijn te maken, is eigenlijk een 'afvalproductie'. Men begint weer zoals bij een gewone rode wijn, maar na een korte contacttijd (2 tot 20 uren) wordt een gedeelte van het gistende sap, dat dan nog maar net een rosékleur vertoont, uit de gistingskuip afgetapt en verder apart als roséwijn vergist. De originele kuip vergist gewoon verder in volle contact met de schillenkoek en geeft uiteindelijk een veel sterkere, vol gekleurde, rode wijn omdat een kleinere hoeveelheid sap uit de relatief grotere schillenkoek zijn kleur en tannines kan halen. Het afgetapte roségedeelte heeft dus als eerste bedoeling om een sterkere rode wijn te verkrijgen. Dat noemt men in het Frans met enige zin voor dramatiek : la saignée, een term die gebruikt wordt voor het laten leegbloeden van pas geslachte dieren. Roséwijn van de saignée-methode heeft geen smaakelementen in zich van de schillenkoek (geen perswijnkarakter) en smaakt gewoonlijk wat eleganter maar ook wat minder gestructureerd. Dikwijls echter is het verschil nauwelijks te proeven, want het 'type' van de wijn wordt sterker bepaald door de lage gistingstemperatuur, die aromaconserverend werkt. Château Montaud, Côtes de Provence 2006Dunne zalmkleur en een dunne neus van klein rood fruit met een secundair accent. De smaak is naakt, alcoholisch, prikkelend. Geen gastronomische mogelijkheden. (GB/Carrefour : 4,22 euro) Domaine Barthès, Bandol 2006Zalmkleur van de koele gisting en een ruime en diepe neus met frisse nuances van ananas en exotisch fruit. Ernstige, complexe smaak met lengte. Grote rosé. Kan bij gestoofd vlees met veel groenten. (Colruyt : 6,79 euro) Billette, Bouquet de France, Côtes de ProvenceZonder jaartal. Licht rosé van kleur en een neus van wat anoniem fruit met een toets van zwaar en rijp. Smaak met een zekere stevigheid en naijlend zuur. Voor bij hapjes met rillettes of inktvis. (GB/Carrefour : 4,38 euro) Château Bellevue, Bordeaux Rosé 2006Licht rosé van kleur. Neus van rood fruit, eerder framboos dan aardbei. Dito smaak. Moet passen bij een aperitief met meloenblokjes. (Delhaize : 4,79 euro) Les Florets, Côtes de Provence 2006Mooie rosékleur en een puntige goede neus van licht rood fruit. Aangename, fruitige smaak met mooie frisse zuurheid. Moet passen bij lichte salade van verse vis. (Delhaize : 4,79 euro) Castillo Irache, Navarra 2006Stevige rosérode kleur en een wat snoepachtige, stevige grenacheneus à la rhône-wijn. Stevige, wat ronde, mollige smaak. Moet passen bij barbecue. (Colruyt : 3,38 euro) Door Herwig Van Hove