Jij hebt alleen vriendinnen, geen enkele vriend." Er is een tijd geweest dat ik daarop werd aangesproken. De opmerking maakte mij korzelig, omdat ik moest toegeven dat ze klopte. Blijkbaar voelde ik mij beter in het gezelschap van vrouwen dan van geslachtsgenoten. Dit viel deels te verklaren doordat ik nu eenmaal genuinehetero ben en er met mannen dus niets valt te ritselen, terwijl er bij contact met vrouwen toch altijd net dat ietsje meer is, die subtiele spanning die het leven van een dubieuze glans voorziet.
...

Jij hebt alleen vriendinnen, geen enkele vriend." Er is een tijd geweest dat ik daarop werd aangesproken. De opmerking maakte mij korzelig, omdat ik moest toegeven dat ze klopte. Blijkbaar voelde ik mij beter in het gezelschap van vrouwen dan van geslachtsgenoten. Dit viel deels te verklaren doordat ik nu eenmaal genuinehetero ben en er met mannen dus niets valt te ritselen, terwijl er bij contact met vrouwen toch altijd net dat ietsje meer is, die subtiele spanning die het leven van een dubieuze glans voorziet. Er was echter meer aan de hand dan die heimelijkheid van de wellustige sater. Zover ik mij herinner, al sinds mijn vroegste jongensjaren, heb ik een doorgedreven voorkeur gevoeld voor het vrouwelijke in de wereld. Vrouwen associeer ik met diepgaande gesprekken, met goede smaak en dito boeken, met zachtheid, milieubewustheid en kortweg met gezond verstand. Het woord man daarentegen deed mij lange tijd denken aan voetbaltruitjes die stinken als een das, aan behaarde ruggen en aan stickers van naakte juffrouwen op de voorruit van een camion. Kortom : ik was niet zo dol op mijn eigen soortje. Waren niet zowat alle dictators en seriemoordenaars van het mannelijke geslacht ? De wereld zou beter af zijn als hij meer oestrogeen bevatte. Van lieverlede echter, vraag mij niet hoe het komt, ben ik mij met het hormoon testosteron gaan verzoenen. Ik heb het gezelschap van de heren der schepping terug opgezocht. Zo heb ik thans niet één maar twee stamcafés en betrap ik mijzelf erop daar meer avonden met vrienden door te brengen dan met vriendinnen. De afwezigheid van verlokkingen bevalt mij zeer. De eenvoud van communicatie tussen mannen : het is een cliché als een huis maar zoals wel meer clichés ontleent het zijn bestaansrecht aan het feit dat er een aanzienlijke grond van waarheid in schuilt. Het moet trouwens gezegd dat mannen, of op zijn minst de exemplaren waarmee ik mij omring, het stadium van de zakkrabbende holbewoner allang zijn ontgroeid. Ze zijn geëvolueerd, zoals de mens lang geleden naar het schijnt uit de aap is opgestaan. Een goede vriend van mij verruimt mijn kennis van de klassieke muziek op een manier die absoluut niet ruikt naar voetbaltruitjes. Een andere bereidt culinaire orgasmes die in een sterrenrestaurant passen, en voorziet die achteraf zelf van kritisch commentaar. Nummer drie loopt winkels af van Rijsel tot New York, om de juiste kwaliteit kalfsleren handschoenen te vinden. "Zonder één enkel motiefje op de rug", zegt hij er nadrukkelijk bij, als geldt het een kwestie van levensbelang. Steeds vaker overkomt het mij dat ik mij de holbewoner voel. Ik moet mij ervoor hoeden niet achter te blijven en in vergelijking met mijn gesofisticeerde vrienden geen ouderwetse macho te worden. De noodzaak mij bij te scholen en vakliteratuur door te nemen, dringt zich op. Daarvoor is een mannennummer als dit uitstekend geschikt. Niet dat ik het spoor van bling bling en lovertjes ga volgen. Zo krijgt niemand mij zover uit vrije wil een hoogwaterbroek te dragen of één vierkante centimeter roze aan mijn lijf te dulden - ook al schijnt dat allang niet meer voor mietjes te zijn (pag. 36). Dan is de stoere trend van de garagechic meer iets voor mij, vermits ik een van die talloze mannen ben die de neiging hebben uit gemaksoverwegingen tien procent van hun kleren negentig procent van de tijd te dragen. "Een overall draagt u vanaf dit seizoen echt overal", lees ik. De woorden passen zo goed bij mijn hang naar eenvoud dat ik haast geen dag meer kan wachten mij zo'n werkpak aan te schaffen, dat ook mijn nonkel August al droeg, zonder half te beseffen hoe hip hij was. Waar ik wel nog mee worstel, is de neiging van een paar mannelijke vrienden om mij ter begroeting op de wang te kussen. Het geritsel van baardstoppels die over elkaar schuren, al dan niet verzacht door cosmetica, het blijft voor mij het soort horror, in vergelijking waarmee de Texas Chainsaw Massacre een gezellig onderonsje was. Op zulke momenten kan ik opeens weer heel hard verlangen naar vrouwenwangen. Jean-Paul Mulders - Reacties : jp.mulders@skynet.be