André, een Congolees, studeerde rechten en zat op kot bij een van mijn tantes. Zo hebben we elkaar ontmoet, ik was net geen zeventien. Destijds waren gemengde huwelijken nog veel ongebruikelijker dan nu, maar mijn familie deed er absoluut niet moeilijk over dat ik met een zwarte man zou trouwen. Mijn vader waarschuwde ons wel dat we allebei veel water bij de wijn zouden moeten doen. Toen André afgestudeerd was, gingen we in Kinshasa wonen, en ik vond er werk in het vijfsterrenhotel Memling. We hadden een heel gelukkig huwelijk, maar helaas is mijn man heel jong gestorven door nierfalen. Op mijn dertigste was ik weduwe, en bleef achter met drie kinderen. Toen ik ook nog zonder werk viel, was de veiligheidsdienst er als de kippen bij om me het land uit te zetten, want ik was Belgische, weduwe en werkloos. Mijn kinderen zou ik moeten achterlaten, omdat ze de Congolese nationaliteit hadden. En dan was er Bernard, de vriendelijke Congolese buurman. Ik trouwde met hem, eigenlijk vooral om bij mijn kinderen te kunnen blijven.
...

André, een Congolees, studeerde rechten en zat op kot bij een van mijn tantes. Zo hebben we elkaar ontmoet, ik was net geen zeventien. Destijds waren gemengde huwelijken nog veel ongebruikelijker dan nu, maar mijn familie deed er absoluut niet moeilijk over dat ik met een zwarte man zou trouwen. Mijn vader waarschuwde ons wel dat we allebei veel water bij de wijn zouden moeten doen. Toen André afgestudeerd was, gingen we in Kinshasa wonen, en ik vond er werk in het vijfsterrenhotel Memling. We hadden een heel gelukkig huwelijk, maar helaas is mijn man heel jong gestorven door nierfalen. Op mijn dertigste was ik weduwe, en bleef achter met drie kinderen. Toen ik ook nog zonder werk viel, was de veiligheidsdienst er als de kippen bij om me het land uit te zetten, want ik was Belgische, weduwe en werkloos. Mijn kinderen zou ik moeten achterlaten, omdat ze de Congolese nationaliteit hadden. En dan was er Bernard, de vriendelijke Congolese buurman. Ik trouwde met hem, eigenlijk vooral om bij mijn kinderen te kunnen blijven. De eerste jaren ging het goed, maar mettertijd begon ik minder fraaie dingen te ontdekken. Natuurlijk wist ik dat het typisch Afrikaans is dat de hele familie op je rekent als je geld hebt. Toen we nog in Kinshasa woonden, had ik een auto gekocht en daar reed Bernard meestal mee. Vaak zou hij me ergens ophalen, maar dan daagde hij niet op omdat hij voor zijn familie klussen moest afhandelen. Zijn familie was belangrijker, ik moest zelf maar zorgen dat ik thuis kwam. Toen drong het door dat ik op mijn tellen moest passen. Ik heb hem dus nooit een volmacht op mijn bankrekening gegeven. En als ik iets erfde van mijn familie, vertelde ik hem dat niet. We hadden afspraken over wie wat betaalde, maar ja... Als hij de facturen voor elektriciteit niet betaalde, wat doe je dan ? Betalen, of je zit zonder stroom. Ik heb het hem een aantal keer gezegd : „Ik hou dit niet vol." Het lag ook wel wat aan mezelf, vrees ik. Ik ben heel so-ciaal, ik geef gemakkelijk iets weg. Is dat een kwaliteit ? Is het een fout ? Ik weet het niet, maar dat is mijn natuur. Ik vond het helemaal niet erg om zijn familie te helpen. Het was voornamelijk met zijn geld, maar aan de andere kant : wat hij weggaf, was er niet voor ons gezin. In 1977 zijn we naar België gereisd voor een medische ingreep aan mijn enkel. Het was de bedoeling om na mijn herstel terug te keren naar Afrika, maar dat is er niet meer van gekomen omdat de toestand in Kinshasa snel verslechterde. Ook ons huwelijk ging erop achteruit, maar ik heb het toch nog volgehouden tot oktober vorig jaar. Toen ben ik bij Bernard weggegaan, na 38 jaar huwelijk. Volgende maand wordt de echtscheiding uitgesproken. Mijn generatie is nog opgevoed met het idee : wat er ook gebeurt, je blijft samen, in alle omstandigheden. Ik had al drie kinderen, en met Bernard kreeg ik er ook nog twee, van wie er eentje is gestorven. Toen hebben we een nichtje van Bernard bij ons in huis genomen. Annies moeder had een ongeneeslijke oogziekte. Ze was blind aan één oog. Uit het andere zag ze nog maar één tiende, en ook dat zou verdwijnen. Annie was haar jongste kind. Twee jaar heeft het geduurd om een visum voor haar te krijgen omdat haar ouders nog leefden. Ze was vier toen ze hier aankwam, onze jongste was toen elf. Het waren drukke jaren. Ik had vijf kinderen op te voeden, en heb ook nog twee zieke oude tantes verzorgd, en mijn vader. Ondertussen stapelden de problemen met Bernard zich op. Ik denk dat hij met verkeerde mensen in aanraking was gekomen, want hij begon te gokken en te drinken. Ik bleef maar hameren op wat ik graag veranderd zou zien, ik bleef hopen op beterschap. Maar het werd niet beter. Integendeel. Nee, we hadden geen hoogoplopende ruzies. Als hij iets deed wat me niet aanstond, sprak ik hem daar wel op aan. Als hij bijvoorbeeld weer eens stomdronken thuiskwam, zei ik niets. Pas de volgende dag, als hij weer nuchter was, kaartte ik het aan. En toch, ondanks alles, blijf je je grenzen verleggen. Ook al ben je je er steeds meer van bewust dat er ooit een eind aan komt, schuif je die beslissing voor je uit. Tot iedereen weg is. De kinderen het huis uit, de tantes overleden, mijn vader ook... Pas dan kon ik mijn beslissing nemen. Toen we allebei met pensioen gingen, heb ik Bernard op het hart gedrukt : „Ik wil niet langer opdraaien voor anderen. Ik wil de laatste jaren genieten van mijn eigen leven." Bernard aanvaardde dat. Het was een poos rustig en leefbaar, maar al spoedig begon het opnieuw. Drinken en gokken, vooral wedden op paarden. Hij zat in de foute cafés, waar alle marginalen van Gent zitten. Tot overmaat van ramp kwamen er nog meer vervelende dingen aan het licht. Plots bleek dat hij nog een dochter in Kinshasa had. Waarom hadden hij en heel zijn familie dat voor mij verborgen gehouden ? Maar ook zijn familie viel uit de lucht : niemand had ooit iets van die dochter gehoord. Twijfel alom. Bernard zegt dat ze geboren is in 1968, lang voor hij mij kende. Maar haar moeder zegt dat het in 1971 was. Volgens hem zaten ze allebei nog op de schoolbanken. Volgens haar was ze getrouwd met een ander toen ze een affaire met Bernard kreeg, waaruit die dochter geboren zou zijn. De verhalen kloppen van geen kanten, en ik zal de waarheid nooit kennen. Maar sinds die dochter op de proppen kwam, had ze om de haverklap geld nodig. In die periode ontdekte ik ook dat Bernard een grote som geld van zijn rekening had gehaald, waar hij geen verklaring voor had. Na enig speurwerk kwam ik erachter dat hij een auto had gekocht en verscheept naar Kinshasa. Voor wie ? Geen idee. De auto is spoorloos. Misschien heeft die dochter hem verkocht. Ik denk van alles, maar ik weet niets zeker. Behalve dat zij een vaderschapstest weigert. De maat was vol toen ik erachter kwam dat hij niet alleen zijn bankrekening had leeggemaakt, maar ook nog leningen was aangegaan. Als hij schulden maakt, draai ik er mee voor op. Dan leggen ze beslag op het huis en heb ik mijn hele leven voor niets gewerkt. Ik sliep niet meer, ik at niet meer, ik kreeg gezondheidsproblemen. Hij reageerde niet toen ik zei : „Ik trek het niet meer. Het is afgelopen. Nu is het definitief." Waarschijnlijk dacht hij dat het weer een loos dreigement was : „Dat heeft ze al zo vaak gezegd, ze draait wel weer bij." Maar deze keer ging ik écht weg. Ik pakte wat spullen en verhuisde naar een onooglijk dorp in Oost-Vlaanderen, naar het huis van mijn oudste zoon, die voor een paar jaar met zijn gezin in Lubumbashi woont om daar een filiaal van SN Brussels Airlines op te starten. Als ze terugkeren, krijg ik hier een appartement. „Maar moeder, de buurt van Maldegem, dat is het eind van de wereld", zeggen mijn dochters. Maakt mij niks uit. De belbus komt mij op bestelling ophalen. Na acht uur rijdt een taxi me tot voor de deur, op kosten van De Lijn. Ik ga nog vaak naar Gent. Gisteren nog, met een van mijn dochters naar de film. Mijn zus, die weduwe is, woont ook in Gent. Vorige week ben ik nog bij haar blijven overnachten. Nu heb ik tenminste mijn gemoedsrust. Ik moet mij niet meer afvragen wanneer en in welke toestand hij thuiskomt, of wat hij nu weer heeft uitgespookt. Nee, ik ben heel tevreden met deze stand van zaken. Bernard woont nog in ons huis in Gent, dat binnenkort verkocht wordt. De helft voor hem, de helft voor mij. Wat hij met dat geld doet, of waar hij gaat wonen, dat is mijn zorg niet meer. Nee. Geen man meer voor mij. Ik heb mijn portie gehad. Ik ben nu mijn eigen meester, ik ga en kom wanneer ik wil. Ik geniet van mijn vrijheid. Ik hoop dat mijn gezondheid goed blijft en dat ik nog lang kan leven zoals nu. Ik volg workshops, ga naar concerten, naar de film, ik lees, ik observeer de vogels in mijn tuin... Omwille van de privacy worden namen soms veranderd in deze rubriek. DOOR GRIET SCHRAUWEN„Plots bleek dat hij nog een dochter in Kinshasa had. Waarom hadden hij en heel zijn familie dat voor mij verborgen gehouden ?"