Zo kan het gebeuren dat je vijfentwintig jaar aan iets niet gedacht hebt, aan een persoon of een minieme gebeurtenis, en opeens komt die weer in je kop naar boven, zo tastbaar dat ze daar als gebeeldhouwd staat in de expozaal van je herinneringen, niet bedekt met het stof van honderd miljoen hartslagen.
...

Zo kan het gebeuren dat je vijfentwintig jaar aan iets niet gedacht hebt, aan een persoon of een minieme gebeurtenis, en opeens komt die weer in je kop naar boven, zo tastbaar dat ze daar als gebeeldhouwd staat in de expozaal van je herinneringen, niet bedekt met het stof van honderd miljoen hartslagen. Dat kan de genaamde F.S. zijn, die klompvoeten had en je aan platte kaas deed denken, en die je op school natuurlijk meed, bang als je was dat zijn handicap op jou zou afstralen, waar je je nu retroactief voor schaamt. Het is wijs om op te trekken met de sterkste dieren van het bos, en laf. Het kan een meisje zijn dat je gekust hebt, zovele jaren geleden op de bamba, ook wel zwijnenkeuring genoemd (zou dat nog bestaan ?). Het kan het gammele pannetje zijn waarin je peter vette derms opwarmde, je absolute lievelingsgerecht dat je sindsdien niet meer hebt gegeten en waar je nu waarschijnlijk van zou walgen. Soms zijn het vreemdere dingen die in je hoofd opwellen, uit die sterfput van voorbije dagen. De kartonnen bril bijvoorbeeld, die in je lagere- schooltijd verkocht werd en waarmee je zogezegd door kleren heen kon kijken. Je hebt er nooit een gehad, hem zelfs niet één keer op kunnen zetten, maar van de gedachte alleen al om door kleren van vrouwen te kunnen kijken ging op je achtste een broeierigheid uit die je later nog maar zelden zou ervaren. Die bril werkte niet, ongetwijfeld, maar heeft indruk genoeg gemaakt om meer dan een kwarteeuw later nog in je hersens geëtst te staan, zoals trouwens de hele atmosfeer van die dagen. The grass was greener. The light was brighter. The taste was sweeter. Tegenwoordig trek ik op met mensen die jong zijn en heel aardig maar die Pink Floyd niet meer kennen of zelfs Brezjnev, om maar iets te zeggen. Ik neem daar kennis van en ik maal er niet om. Ik begin het zelfs charmant te vinden want geef toe : erg sexy kun je Brezjnev kennen niet noemen. Hoe verder ik opschuif, hoe minder belangrijk ik kennis en ervaring lijk te vinden en hoe meer ik opkijk naar pure, onbezonnen en soms ronduit domme jeugd, niet bezoedeld door feitelijkheden zoals VDB of Watergate. Zou dat de midlifecrisis zijn ? Ik durf alvast geen motorfiets te kopen, bang als ik ben dat hij met ronkende motor in dàt hoekje zal worden geparkeerd. Gelukkig is er nog de gretigheid, die in uitbundige hoeveelheden aanwezig blijft. Gretigheid is belangrijk, want zonder dat kun je net zo goed in je zetel naar het duisteren der dagen zitten kijken, en naar het afbleken van de nachten dat daar telkens weer op volgt en maar doorgaat en doorgaat, met een wreedheid die met geen pen valt te beschrijven. Zolang ik gretig ben, is er hoop. Zolang ik zie wat mooi is en mijn afkeer van grijsheid behoud. Zolang ik in het postkantoor zegels durf te vragen die "geen Alberkes" zijn. Ik heb de pest aan Alberkes, los van politieke overtuiging. Er zijn zoveel mooie dingen om op postzegels te zetten (oude vliegtuigen en keukenapparaten, om te zwijgen van etnische schoonheden die arrogant naar de Kilimandjaro staren) dat je daar toch geen dorre koning voor kiest die mij doet denken aan tijden van lijfeigenen en laten. Ze kijken wel eens raar, aan het loket, als ik uitdrukkelijk "geen Alberkes" durf te vragen. Eén keer kreeg ik het aan de stok met een vent die royalistisch was. Ik gebruik nu zegels van de smurfen. Ze zijn zelfklevend en doen mij me een beetje kinderachtig voelen als ik er een van gebruik. Gargamel dat gaat nog maar Brilsmurf en de Smurfin, dat loopt de spuigaten uit. En tóch nog beter dan Alberkes. Tegenwoordig heb je zelfs de kans om je eigen, persoonlijke postzegels te laten drukken. Zo kreeg ik er cadeau met de beeltenis van mijn dochtertje erop. Ik durf ze niet gebruiken maar moet wel glimlachen telkens als ik ze aan het prikbord in mijn schrijfhok zie hangen. Ze staat er mooi op, zo wit en elfjesachtig. Zo verstandig en vol goede intenties dat geen sterveling zou geloven dat zij de vrucht van mijn lendenen is. Reacties : jp.mulders@skynet.be Jean-Paul Mulders