Positivisme is een van de woorden voor 2011, verwachten de trendwatchers (zie p. 14). De jonge generatie is er niet één van yes we can, maar van yes we will. Al is er niets zo demotiverend als een goed concreet plan dat toch niet van de grond raakt. Omdat de juiste partners elkaar niet tegenkomen, omdat de wet of de technologie het niet toelaten, omdat er een klein detail ontbreekt of er geen geld is.
...

Positivisme is een van de woorden voor 2011, verwachten de trendwatchers (zie p. 14). De jonge generatie is er niet één van yes we can, maar van yes we will. Al is er niets zo demotiverend als een goed concreet plan dat toch niet van de grond raakt. Omdat de juiste partners elkaar niet tegenkomen, omdat de wet of de technologie het niet toelaten, omdat er een klein detail ontbreekt of er geen geld is. Volgens het gloednieuwe Ministerie van Ideeën zijn er veel mensen die rondlopen met erg goede plannen voor een koolstofarmere en rechtvaardigere wereld. "In kleine groepen organiseren mensen hun leven los van fossiele brandstoffen", weet oprichter en low impact man Steven Vromman. "Ze ontwikkelen fascinerende denkbeelden over welvaart zonder groei, ze bewaren oude lowtechvaardigheden, ze bedenken nieuwe manieren om voedsel te produceren of mobiliteit te organiseren. De kloof tussen deze niches en het gangbare regime is echter groot. Daarom is er behoefte aan een echt creatief experimenteerbeleid dat relevante zaken naar een grotere schaal tilt." Dat is precies de taak die het Ministerie voor Ideeën op zich neemt. Ze zullen werkgroepen oprichten en lokale experimenten ondersteunen met mankracht, financiële middelen en offline- en onlinesamenkomsten. Zo hopen ze aantrekkelijke en realiseerbare toekomstscenario's in de hand te werken. "Andere manieren van denken en handelen", hoopt Steven Vromman te vinden. "Trefwoorden zijn lokaal, holistisch, veerkrachtig, mensgericht en binnen de ecologische grenzen." Het ministerie wordt pas volgende maand gelanceerd, maar drie droomscenario's geven ze alvast mee. Eten & drinken : "We schrappen geleidelijk exotische en seizoensvreemde producten, en chef-koks leren vleesarm en lokaal koken. Via kookclubs en potluck-party's krijgt koken weer een sociale functie. Zelfoogstboerderijen en andere vormen van community based landbouw winnen aan belang. In supermarkten staan rekken met enkel lokale producten, en wie ingevlogen boontjes wil, zal een taks betalen. Braakliggende lapjes grond worden gebruikt door scholen en buurtgroepen voor stadsmoestuinen." Mode : "Misschien hebben we in de toekomst nauwelijks nog een eigen kleerkast. We leasen of ruilen kleren. Kringloopwinkels hebben een swishing- of kledingruilafdeling met deskundig advies. Elke stad heeft een eigen modestijl, jongeren bepalen met hun creativiteit nieuwe trends. De breiclubs en naailessen winnen verder aan belang." Reizen : "We maken citytrips met de trein, gaan op fiets- of boerderijvakantie. Langere reizen maken vraagt meer tijd. Mensen nemen enkele maanden loopbaanonderbreking om met de trein naar Peking te reizen of met de boot Latijns-Amerika te bezoeken. Scholen stimuleren dit soort lange afwezigheden omdat dit een pak ervaring in de klas brengt. Wie werkt, kan via een persoonlijke loopbaanplanning de nodige tijd maken voor een verre, trage reis. Wie toch wil vliegen, zal rekening moeten houden met zijn eigen koolstofbudget en dus op andere vlakken drastisch de uitstoot verminderen. Er komen meer ontmoetingen om andere culturen in België beter te leren kennen." Het ministerie : Guy Gypens, Ann Demeulemeester, Bernard Lietaer, Serge De Gheldere, Gie Goris, Rudy Dhont, Igor Byttebier, Chris Aertsen, Dirk Holemans, Kurt Peleman, Erik Baelus, Alma De Walsche, Stefaan Vandist, Steven Vromman en Jim Baeten. DOOR LEEN CREVE