Hoe arm zijn zij die geen geduld hebben! Waren er ooit wonden die niet stap voor stap genazen?" Het zou William Shakespeare geweest zijn, die dit aardige aforisme heeft gedicht. En hij heeft gelijk, natuurlijk wel. Welke wonde geneest níét stap voor stap? Wat verwerk je niet stap voor stap? Hoe ga je anders vooruit in het leven, dan stap voor stap? We weten het wel, maar we worden er het liefst niet al te vaak aan herinnerd. Stap voor stap: dat wandeltempo hindert nogal eens in de fast show van ons hoogtechnologische leven. Zeker sinds de waanzinnige twintigste eeuw zelfverzekerd de strijd aanbond met de tijd. Er kwamen - in hink-stap-sprong - auto's, wasmachines, telefoons, vliegtuigen, kredietkaarten, microgolfovens, fastfood, internet, gsm's en last but no least: gps-systemen. Stuk voor stuk tijdwinners, de ene nog ambitieuzer dan de andere.

Vergeten deugd

De vraag is nu: waar is in godsnaam al die gewonnen tijd naartoe? Hoe meer en hoe vaker we tijd de pas afsnijden, hoe meer en hoe vaker hij ons voor de voeten loopt. Hoe sneller we gaan, hoe veel sneller we nog willen gaan. Stilstaan is achteruitgaan. Wachten kost geld. "De meeste mensen beschouwen wachten als een fout in het systeem", schrijft de Amerikaanse Mary Jane Ryan in haar boek De kracht van het geduld (Uitg. Kok, ISBN 90 435 07679) . Als we moeten wachten aan de kassa, dan is dat omdat er te weinig kassa's open zijn. "Een foute inschatting, eerder dan een natuurlijk gegeven. Door al onze modems, snelkeuzetoetsen, piepers en expresdiensten is de snelheid uit onze cultuur verdwenen. We ervaren nu alleen nog maar graden van traagheid."

En zo gebeurde het dat geduld een vergeten deugd werd. We verkiezen intussen de instantvoldoening. En die is continu mogelijk in onze press button society: één druk op de knop en we hebben wat we willen. Dat instantgedoe went sneller dan we denken, en kleurt intussen zowat alle levensdomeinen. Het maximale aantal verdiepingen van een wolkenkrabber wordt tegenwoordig mee bepaald door de tijd die mensen bereid zijn om op de lift te wachten: vijftien seconden lukt nog net, na veertig seconden rennen we woest het gebouw uit. Zelfs reikhalzende verliefdheid moest een versnelling hoger schakelen: speeddaten helpt je in een rist functionele to-the-pointgesprekken in geen tijd aan de perfect match.

Ook dat laatste trage cultuurbastion, de literatuur, moest door de zandloper. Zo kwam de Britse uitgever Orion Books op het idee om afgeslankte versies op te markt te brengen van klassiekers als Tolstojs Anna Karenina. Wie heeft immers nog de tijd en - vooral - het geduld om vuistdikke turven te lezen? En dus ging het gedoemde gesmacht van Anna en Vronsky net zolang door de filter tot een efficiënt en mooi rechtlijnig distillaat overbleef. Het is tekenend: samen met het geduld ligt anno 2007 ook in vele gevallen de diepgang op sterven.

Edisons lamp

Maar goed. Deze klaagzang over de ongeduldige zapcultuur volstaat. Nobele tegenaanvallen werden overigens al onder meer door de slowfoodbeweging ingezet. De vraag is of de teloorgang van het geduld eigenlijk wel zo beklagenswaardig is? Of geduld dan wel zulke onmisbare kracht is? "Geduld is vast en zeker onmisbaar", benadrukt socioloog Alexander Gattig, die aan de Rijksuniversiteit Groningen promoveerde op het onderwerp. Geduld blijkt in zowat alle levensdomeinen een bijzonder krachtige motor. De etymologie verraadt al heel wat: achter het woord schuilt het werkwoord dulden. Verdragen, dus. Volharden. Geduld betekent niet passief afwachten. Geduld betekent in de eerste plaats volhouden. Edisons lamp gloeide uiteindelijk ook pas bij de 701ste poging.

Niet opgeven, maar doorgaan. Volharden, niet toegeven aan makkelijkere, snellere alternatieven. Zo definieert althans Gattig geduld: "Het vermogen om je behoeftebevrediging uit te stellen en keuzes te maken die pas in de toekomst zullen lonen." Aan Groningse studenten vroeg Gattig of ze liever nu honderd euro wilden krijgen, of nog vier weken wilden wachten: dan kregen ze tien euro meer. Hij ontdekte dat studenten die bereid waren geduldig te wachten op het hogere bedrag, gezonder en bewuster leefden. Ze sportten meer, volgden vaker extra cursussen, rookten en dronken minder en gebruikten minder drugs. Niet onlogisch, aldus Gattig: geduldige mensen denken nu eenmaal vaker aan de langetermijngevolgen van hun gedrag. Ook andere onderzoeken wezen op de rol van geduld voor de gezondheid. Het Amerikaanse Nationaal Hart-, Long- en Bloedinstituut polste naar het ongeduld bij een drieduizendtal jongvolwassenen: zo'n 42 procent bleek ronduit ongeduldig. Hoe ongeduldiger, hoe groter de kans, zo bleek, dat ze vijftien jaar later een te hoge bloeddruk hadden. Ongeduldige mensen zouden over het algemeen ook meer gespannen zijn, en meestal ook competitiever, ambitieuzer en vijandiger.

Opnieuw leren verlangen

Uiteraard is geduld ook, en misschien vooral, in relaties en vriendschappen een deugd. Daar betekent geduld vooral vergeving. "Geduld", had een 87-jarige vrouw me onlangs geantwoord, toen ik haar vroeg naar het geheim van haar intussen 60-jarige huwelijk. "Liefdevol geduld. Misstappen vergeven. Niet verlangen dat de andere jouw perfectie belichaamt." Uiteraard mag geduld geen reden zijn om ongelukkig te blijven in een mankende relatie. Zoals Griselda uit Chaucers Canterbury Tales het demonstreerde: jarenlang had zij het geweld en de ontrouw van haar echtgenoot verdragen, tot hij uiteindelijk toch tot inkeer kwam, waarna ze nog lang en gelukkig leefden. Een happy end, dat natuurlijk alleen in sprookjes kan. Uiteraard mag geduld geen onderdanigheid impliceren. Geen bereidheid om naïef alle onrecht of ongeluk voor lief te nemen. Geduld is pas een deugd als het als een constructieve kracht fungeert. De constructieve kracht om af en toe liefdevol de ogen te sluiten. De kracht die ook bij uitstek in de wereld van de hulpverlening helpt om begrip op te brengen en die de moed geeft om elke keer opnieuw te beginnen (zie kader p. 38).

Geduld is trouwens een voorwaarde, benadrukt Mary Jane Ryan, om echt te genieten van mooie dingen. Om iets te gronde te smaken, is geduld nodig. Degusteren impliceert tijd. Geduld om diepgang te vinden. Geduld om weer te leren verlangen, dat ook.

Adamo's fiets

Een bijzonder multifunctionele deugd, geduld. Zonde dat hij anno 2007 zo onder vuur ligt. Maar er is goed nieuws: geduld kun je leren. Het slechte nieuws is: het vergt geduld. "Ongeduld is een gewoonte, geduld ook", benadrukt Ryan. "Geduld is niet iets wat we hebben of niet hebben. Het is een beslissing die we nemen, keer op keer." Het komt er dus op aan om bewust elk opborrelend ongeduld geduldig weg te redeneren. Ademhalen, tot tien tellen en kritisch naar jezelf kijken, suggereert Ryan. Ongeduld ontstaat volgens haar vaak uit egocentrisme, een te hoge eigendunk zelfs. "Ik hoef mij dit niet te laten welgevallen, want ik verdien beter. Ik kan naar betere plaatsen en heb betere dingen te doen."

Uiteraard heeft ook opvoeding een vinger in de pap te brokken, benadrukt Alexander Gattig. "Geduld leer je je kinderen aan door als ouder eerst en vooral zelf het goede voorbeeld te geven. Maar ook door de tijd te nemen om ze van 'moeilijkere' zaken te leren genieten, zoals een wandeling door het bos of een bezoek aan een museum." Probeer ook het geduld te hebben, adviseren pedagogen, om je kind op zijn tempo te laten groeien, met vallen en opstaan. Laat je kind in alle rust een halfuur friemelen aan zijn veters tot hij ze min of meer geknoopt krijgt. Grijp niet in na één minuut.

Of doe zoals de ouders van Adamo. "Het heeft twee jaar geduurd eer de verantwoordelijken van de platenmaatschappij mij er accepteerden", zei hij ooit. "Dat deed pijn. Maar mijn vader heeft me geduld geleerd. Als ik goede resultaten haalde op mijn rapport kreeg ik geen hele fiets, dat konden mijn ouders zich niet permitteren, maar een onderdeel ervan. Eerste van de klas zijn met Kerstmis leverde het stuur op, eerste met Pasen de wielen en in juni volgde de rest." Een goed idee. Zou een Playstation te demonteren zijn?

Door Guinevere Claeys I Foto's Charlie De Keersmaecker