Omdat de bouwheer van zichzelf dacht dat hij een kasteelheer was, liet hij in 1881 een miniatuurslot bouwen waarvan enkel de gracht ontbreekt. Achter de beschilderde vleugeldeuren stap je een eeuw terug in de tijd.
...

Omdat de bouwheer van zichzelf dacht dat hij een kasteelheer was, liet hij in 1881 een miniatuurslot bouwen waarvan enkel de gracht ontbreekt. Achter de beschilderde vleugeldeuren stap je een eeuw terug in de tijd. PIET SWIMBERGHEfoto's : JAN VERLINDE De bewoners van deze woonark zochten jarenlang een oud pand om op te knappen. Ze hadden de hoop bijna opgegeven, toen ze in een krantje een advertentie vonden voor de verkoop van een "antiek kasteeltje". Ze waren meteen weg van dit miniatuurslot. In nauwelijks één dag tijd werden ze de eigenaars van een merkwaardige herenwoning die in Temse verloren staat tussen veel nieuwbouw. Met de hoge bomen rondom zou deze folly beter passen in een Brits landschap. Het bouwsel was de hermitage van een zonderling. Bouwheer Jérôme Orlay was een sociaal voelend fabrikant en een zonderling. In zijn spinnerij genoten de arbeiders als eersten in België van een sociale verzekering, en kregen ze toegang tot een biblioteek met verheven literatuur. Maar zingen was verboden in de fabriek, omdat Orlay volksliedjes zedeloos vond. Zijn keuze voor een neogotisch huis was hoogst ongewoon. Toen lieten vrijzinnige liberalen als hij Italiaanse paleisjes bouwen. Enkel katolieken bedienden zich van de middeleeuwse bouwstijl. Maar de flamingant Orlay was gek op spitsbogen. Zelfs het toilet, dat als een tuinprieel buiten onder een oude eik staat, liet hij met trapgevels bekronen. Hoezeer hij ook begaan was met het lot van de arbeiders, hij liet niet na zijn macht, rijkdom en stand te etaleren. Daarom is het huis zo hoog. Vroeger was het vanuit het centrum van het dorp zichtbaar. Zo dwong hij, net als een kasteelheer uit de middeleeuwen, respekt af. De gotische stijl werd het huis bijna noodlottig, want weinig mensen zijn er weg van. Van alle stijlen die de laatste jaren werden geherwaardeerd, krijgt deneogotiek de minste appreciatie. Het scheelde geen haar of dit bouwwerk kwam onder de sloophamer, omdat er weinig kandidaat-kopers opdaagden. Veel mensen zijn er wel door gefascineerd, maar willen er niet wonen. Het huis is klein, ook al ziet het er imposant uit. Het grondplan vraagt amper 75m² : een peulschil voor een herenwoning. Omdat het als belvédère is opgevat, dus in de hoogte is gebouwd, is het binnen toch behoorlijk ruim. Daarvoor gebruikte de architekt kunstgrepen : hij vergrootte de breedte door aan de zijgevels een erker te bouwen. Zo valt er ook extra licht binnen. Niet heel het huis steekt in een middeleeuws harnas. Op twee hoog beland je in een deftig, klassiek salon met beschilderde deuren en marmeren schouwen. De bewoners vragen zich nog steeds af of dit nu de slaapkamer van Orlay was. Door de talloze ramen is er nauwelijks plaats voor een bed tegen de muur. Ondertussen komen ze stilaan achter de levensstijl van de bouwheer. Hij was hier erg eenzaam, maar hij zocht de stilte op. Het huis was niet bedoeld om feest in te vieren. Hoewel dat nu wel gebeurt. Maar de hoogbouw met al die trappen nodigt niet uit om veel volk over de vloer te krijgen. Het huis weerspiegelt de samenleving van vroeger, omdat upstairs en downstairs duidelijk van elkaar zijn gescheiden. Het personeel verbleef in het kookhuis in de kelder. Omdat de weg naar boven veel hindernissen telt door de trappen en de deuren, liet Jérôme Orlay een huislift plaatsen. Dat was het enige middel om warm eten opgediend te krijgen. De lift komt in een hoekje van de eetkamer te voorschijn, verscholen achter gotische deurtjes. Het tuig werd hersteld en doet nog steeds dienst. Nu geeft het geluid van de katrollen die de komst van een gerecht aankondigen een extra huiselijk tintje aan elke maaltijd. Goed honderd jaar geleden was dit een moderne woning. Toen was de neogotiek in de mode. De stijl waaide over vanuit Frankrijk en Engeland. Veel interieurs werden rijkelijk met spitsbogen opgesmukt. Eigenlijk trachtten de decorbouwers van toen hun kliënteel terug te voeren in de tijd. Je moet zo'n interieur een beetje als een teaterdecor bekijken. Het was avontuurlijk bedoeld. Voor Jérôme Orlay was toeven in zijn gotische kamer wellicht een belevenis : de man voelde zich te gast bij Van Eyck of Memling. Het ging wel om een gefantazeerde imitatie van de middeleeuwen, want toen bestonden er geen buffetkasten met glazen deuren of gemakkelijke pluchen fauteuils. De huidige bewoners hebben die ietwat mysterieuze sfeer van het huis goed begrepen. Het is ook een delikaat decor, want de minste moderne noot zou de harmonie verstoren. Daarom zochten ze meubels die perfekt passen. De fauteuils van de voorkamer zijn van rond 1875. Ze zijn overtrokken met warm velours. En de notelaren stoelen van de eetkamer, bekleed met een William-Morrisstof, zijn zuiver neogotisch van stijl. Een beetje pronkerig, maar erg evenwichtig en degelijk. Niet alles werd in funktie van de neogotiek uitgezocht. Het oudste stuk is een Antwerps kunstkabinet uit de 17de eeuw, waarvan het kleurenpalet helemaal opgaat in de rest van het decor. Voor de restauratie gingen de bewoners niet over één nacht ijs. Niet dat ze de opknapbeurt erg grondig hebben aangepakt. Integendeel. Hier werd met zachte hand hersteld. Maar dat gebeurde niet direkt. Aanvankelijk trokken ze er gewoon in om het huis beter te leren kennen. Bijna zonder luxe : er was nauwelijks verwarming. Wie een oud pand koopt, wil het doorgaans snel verbouwen. Je denkt vlug iets aan de indeling of het komfort te kunnen verbeteren. Soms is dat niet eens nodig, en duurt het een poos eer je dat inziet. Zo gebeurde ook hier. Uiteindelijk werd er bijna niets veranderd, omdat de indeling volmaakt is. Bovendien wordt bijna alles hergebruikt, van de voorraadkelders tot en met het keukenliftje. Hier beperkt de autenticiteit zich niet tot de dekoratie. Alles is er als vroeger. In de keuken staat een ouderwets fornuis uit een Waals kasteel, waarop de helft van het jaar wordt gekookt. Het verwarmt ook het hele kookhuis. Moderne snufjes krijg je niet te zien, wel veel antiek gerei : hier wordt artisanaal gekookt. De potten en de pannen worden samen bewaard met de konserven in de voorraadkamer, naast de wijnkelder. Zelfs het kleurenpalet van de keuken bleef ongewijzigd : de muren zijn in gebroken wit geverfd en hebben een grijze plint. Voor de bewoners is dit huis geen museum, omdat ze zich er volledig in inleven. Het gaat om meer dan om het maniakaal respekteren van de autenticiteit. Net zoals het voor Jérôme Orlay een belevenis was om zich in de middeleeuwen te wanen, snuiven zij de sfeer op van de late 19de eeuw. Nergens is de konfrontatie met dit verleden zo pakkend als in het salon op de tweede verdieping. De verrassing zit verscholen achter grote, beschilderde vleugeldeuren. In de twee antichambres van dit salon wordt de sfeer ten top gevoerd. Daar zorgen zware draperieën voor een gedimde lichtinval. Net als op een impressionistisch tableau raken de lichttoetsen wel even het goud aan van de lijsten rond de spiegel en de schilderijen. Voor het venster staat een chaise-longue, bestemd voor het middagslaapje. Alles is er : van het vuurscherm voor de kachel tot en met de petroleumlamp om hier Flaubert een roman te laten schrijven. En wie zijn nieuwsgierigheid niet kan bedwingen, gluurt even in de piepkleine biblioteekkamer, waar er amper plaats is voor de monumentale boekenkast en het bescheiden schrijftafeltje. De restauratie van zo'n huis wordt nooit afgerond, omdat er altijd wat te onderhouden valt. Bovendien neemt het zoeken naar geschikte ambachtslui flink wat tijd in beslag. Zo wilde de aannemer geen bestek opmaken voor de herstelling van het tuinhuis. Gelukkig leende hij zijn beste schrijnwerker, die het huisje voorzichtig oplapte. Daardoor staat het er nog even schilderachtig bij als vroeger, met scheefgezakte muren. Ook de tuin werd heraangelegd met een wirwar van hagen en heggen ; veel buksboompjes werden uit andere oude tuinen gerekupereerd. Intussen gaat de restauratie verder. Met veel geduld legt een restaurateur de dekoratieve beschildering op de deuren vrij, die verstopt zat onder een laag verf. In een laatste faze worden de originele gordijnen die op zolder werden ontdekt, hersteld en weer opgehangen. Ze zijn met prachtig borduurwerk versierd : wonderbaarlijke motieven met betrekking tot de spinnerij, de Schelde en de schepen. Dit wordt de kroon op het werk. Het resultaat van al die inspanning, zegt een van de bewoners, is een huis waarin je je overal thuisvoelt. Naargelang van de gemoedsgesteldheid en het seizoen zoek je een plaatsje in de tuin, de keuken of een van de salons. Slechts weinig moderne huizen bieden zo'n rijkdom. Hier reis je binnenskamers om andere impressies op te doen. Is dat niet de meest luxueuze vorm van wonen ? Het grondplan vraagt amper 75m². Omdat het als belvédère is opgevat, dus in de hoogte is gebouwd, is het kasteeltje binnen toch behoorlijk ruim.Het interieur lijkt groter door de erkers die extra licht binnenhalen. Rechts, achter gotische deurtjes : een keukenliftje.Op twee hoog ben je bij Flaubert te gast. Als op een impressionistisch tableau raken de lichttoetsen even het goud aan van de lijsten rond de spiegel. Voor het venster staat een chaise-longue, bestemd voor het middagslaapje.Ouderwets fornuis, gerekupereerd uit een Waals kasteel. Geen moderne snufjes in de keuken, wel veel antiek gerei.Boven : Orlay liet buiten een peperkoeken tuinhuis bouwen en een toilet met erboven een duiventil. Links : goed honderd jaargeleden was dit een modern huis : met veel glas en ijzer.Alles werd perfekt bewaard en hergebruikt. Toch is het geen museum.