Een druilerige winterdag in Parijs. Plaats van afspraak is het nieuwe hoofdkwartier van Jean Paul Gaultier. Via een statige trap beland ik in een indrukwekkende classicistische ruimte waar vijf etalagepoppen opgesteld staan. Ze dragen stuk voor stuk de handtekening van de ontwerper. Een trenchcoat met marinestrepen op de rug, het korset verwerkt in een stretchjurk, een T-shirt in de bekende zeemansstijl. De klassiekers uit de cataloog van een postorderbedrijf, customized door een couturier. Een schoolvoorbeeld van masstige : een prestigieuze naam verbonden aan massaproductie.
...

Een druilerige winterdag in Parijs. Plaats van afspraak is het nieuwe hoofdkwartier van Jean Paul Gaultier. Via een statige trap beland ik in een indrukwekkende classicistische ruimte waar vijf etalagepoppen opgesteld staan. Ze dragen stuk voor stuk de handtekening van de ontwerper. Een trenchcoat met marinestrepen op de rug, het korset verwerkt in een stretchjurk, een T-shirt in de bekende zeemansstijl. De klassiekers uit de cataloog van een postorderbedrijf, customized door een couturier. Een schoolvoorbeeld van masstige : een prestigieuze naam verbonden aan massaproductie. Gaultier is enthousiast : "Met deze collectie bereik ik een publiek dat mijn ontwerpen anders nooit zou ontdekken. En het is mogelijk dat ook mijn bestaande klanten geïnteresseerd zijn. En toch geloof ik niet dat dergelijke projecten de mode demystificeren, zolang je maar niet hetzelfde doet. Het is als eten, de ene dag heb je zin in kaviaar, de andere dag in frieten", lacht hij. "Ik beschouw het als een interessante stijloefening die bewijst dat je met hetzelfde vocabulaire verschillende boeken kunt schrijven. Maar ik zou nooit buiten de modesector treden. Voor mij geen samenwerking met een of ander automerk. Ten eerste omdat ik niet van auto's hou. Ik heb geen technische geest. Ten tweede omdat ik er gewoon de tijd niet voor heb. Want als ik iets doe, wil ik er van het begin tot het einde bij betrokken zijn. Bij mode is het minder tijdrovend omdat ik de taal spreek. Bovendien was de wereld van La Redoute me niet vreemd. Mijn moeder was een trouwe klant. Ze kocht een beetje voor mij en heel veel voor zichzelf." Gaultier wordt nog steeds het enfant terrible van de Franse modewereld genoemd. Maar hij vindt zich te oud voor dat etiket. Over de toekomst van het modelandschap zegt hij : "Ik geloof dat er nog steeds plaats is voor high fashion. De dood van couture wordt al sinds de sixties aangekondigd. En toch is hij er nog steeds. Maar hij moet een nieuwe invulling krijgen en evolueren met de tijd, omdat het type vrouw dat couture draagt met uitsterven is bedreigd. ( Enkele weken na dit interview werd bekend dat Gaultier een semi-couturelijn lanceert, zie ook volgende pagina's.) Feit is dat dit decennium op modevlak gekenmerkt wordt door het zoeken. Het gevoel van onveiligheid kan ook een motor van vernieuwing zijn." Als ik opper dat daar nog maar weinig van te merken is omdat vintage dezer dagen de enige inspiratiebron lijkt voor menig ontwerper, reageert hij gelaten : "Onzekerheid doet mensen naar het verleden grijpen. Ik weet dus niet wanneer de mode een nieuwe weg zal inslaan. Anderzijds raken we misschien wel gewend aan het gevoel van onveiligheid. Kijk naar Libanon, dat al jaren onder vuur ligt. De mensen feesten er gewoon door. Op een bepaald moment moeten we gewoon verder met ons leven."Gaultier zal er zijn slaap niet voor laten. Hij staat bekend als een levensgenieter pure sang. Wat hem gelukkig maakt ? "Goede films, goed eten, goede seks en mijn werk. Ik weet niet hoeveel uren per dag ik werk. Eigenlijk ben ik er altijd mee bezig, maar ik heb niet het gevoel dat het werken is." Wat niet betekent dat de ontwerper nooit vakantie neemt. "Misschien trek ik deze zomer naar het bescheiden buitenverblijf dat ik onlangs in Marrakech kocht. Hoewel, daar is het dan te warm. Het wordt eerder Spanje of Griekenland." Hij zal al naar een desolaat bergdorp moeten trekken om tijdens zijn vakantie niet aan zijn werk te worden herinnerd : er zal de komende zomer moeilijk te ontkomen zijn aan marinestreepjes. n Tekst Pascale Baelden