Toen wij eind vorig jaar ons exemplaar van Forever, de tweede langspeler van Puff Daddy, gingen inslaan, duurde het verwijderen van de beveiligingsstickers en antidiefstalklemmen langer dan anders. "We moeten de cd's van Puff extra verzegelen", zuchtte het meisje achter de kassa. "Ze worden tot driemaal vaker gestolen dan die van andere artiesten. Zeker nu hij zo populair geworden is."

Puff Daddy, de artiestennaam van Sean 'Puffy' Combs, is geen reguliere popster: behalve producer en rapper is hij tegenwoordig cultureel icoon, rolmodel en boeman tegelijk. Puffy staat in de toptwintig van de meest verdienende Amerikanen dankzij zijn miljoenen dollars genererende platenlabel Bad Boy Entertainment, dat muziek uitbrengt van eigen signatuur, maar ook van protégés. Daarnaast bezit Puff Daddy een eigen tijdschrift, Notorious, een eigen jeansmerk, Sean John, en een sliert restaurants, vernoemd naar zijn zoontje, Justin. Puffy heeft het gemaakt, compleet met privé-jet en een glamourvriendin, die tegenwoordig Jennifer Lopez heet, de zingende en acterende latina, die op haar beurt op megasucces afstevent. Puffy is een nimmer stilzittende selfmade man, en dat laat de zwarte superster iedereen weten, en vooral zien.

Want Puffy is ghetto fabulous, een term waarachter een filosofie van authenticiteit, glamour én harde roots zit. In '97 nam hij die twee, sindsdien magisch geworden woorden in de mond tijdens een interview met MTV-jockey Veronica Webb: "Ik ben degene die in zijn Rolls-Royce richting Fifth Avenue rijdt, petje achterstevoren, met de radio op het maximumvolume. Ik loop de winkel van Gucci binnen, koop het hele ding volledig leeg. Dan rijd ik naar Harlem, naar de 125th Street, en deel er hopen briefjes van honderd dollar uit aan daklozen. Geen enkele andere nigga out there kan zeggen dat hij ghetto fabulous is. I'm ghetto fabulous." Kort samengevat: Puff Daddy heeft een volle bankrekening, maar is zijn verwantschap met de straat hoegenaamd niet vergeten.

De hiphop- entrepreneur met de tatoeages en de Versace-pakken zorgt wel nog altijd voor deining. Waar hij ook komt, moet hij zich laten afschermen voor al te grijpgrage fans, of zijn leger bodyguards moet schietklare vijanden uit de buurt houden. Want Puffy is behalve aanbeden ook gehaat, zeker sinds zijn naam hoorbaar gefluisterd wordt in verband met de beruchte East Coast versus West Coast-rapoorlog, het verbale steekspel tussen Puffs kamp en Death Row Records, bestuurd door Suge Knight. Wat indertijd begon als bekvechten en bluffen, eindigde in schietpartijen, waaraan in '96 rapper Tupac Shakur (West Coast) ten onder ging, en een jaar later Notorious B.I.G., de meest enigmatische kompaan van Puffy (East Coast). De moorden zijn nooit opgehelderd geraakt en de insinuaties blijven dus legio. Knight is sindsdien wel om allerlei andere redenen richting bajes gestuurd. De directe betrokkenheid van Puff Daddy kan niemand hard maken, maar er valt met hem niet te spotten, tenminste, als je de vele berichten over knokpartijen en arrestaties naast elkaar legt.

Intussen wordt Puffy door de rapgemeenschap van uitverkoop en niveauverlaging beschuldigd. Want hiphop is, zeker de laatste jaren, pop geworden, mainstream, niet in de laatste plaats door Puffy's toedoen. Voor het eerst in de muziekgeschiedenis verkoopt rap beter dan rock, omdat men eindelijk aan het genre gewend is geraakt, omdat de rapindustrie zich niet langer laat uitmelken of laat tegenhouden door conservatieve muziekconglomeraten, maar ook omdat rap en r&b, post-gangsta en -loungesoul elkaar na lang weer gevonden hebben en opnieuw aanstekelijke, superieure liedjes produceren. Men rapt en rijmt nog altijd over het gevaar van de straat, de uitzichtloosheid van het inner city life, racisme en onrecht omdat die niet zomaar weggaan, maar ook over versieren, dansen, feesten en spenderen. Waarmee de cirkel in zekere zin weer rond is, want vroege eighties-liedjes als Rapper's Delight en andere genredefiniërende, pionierende nummers gingen alleen over dat soort hedonisme-tegen-alles-in.

De typerendste grondregel der hiphop is sinds dag één wel onveranderd gebleven: snoeftaal is voor rap wat liefdesverdriet voor country-and-western is. Elke rapper is de beste, de sterkste, de knapste en gezegend met verbale talenten. Die kwaliteiten passen zich hoogstens aan aan de noden van de tijd. Een paar jaar geleden ging het er nog om wie de meeste streepjes op een gevangenismuur had achtergelaten, of hoeveel rookpluimen men al uit de loop van een geweer had laten kringelen. Nu pocht men over het aantal gouden platen en over de uitpuilende garages. Of over hoeveel meisjes men uit het bed moet weigeren, wegens overaanbod.

It's all about the Benjamins: wat nagestreefd wordt, is geld ( Benjamin Franklin staat afgebeeld op een biljet van 100 dollar), succes, roem en aanzien. Kortom, alles wat de (zwarte) rapkringen altijd is voorgehouden als luchtkastelen, niet voor hen weggelegd.

Geen wonder dat Puffy en zijn tijdgenoten kiezen voor de nadrukkelijkste tekens van rijkdom en luxe. De beste champagne, de breedste en snelste auto's, de langst slepende bontmantels van de exclusiefste modemerken, van Gucci tot Fendi. Het is alsof ze zeggen: we weten dat het opgestapelde clichés zijn, maar wat voelen ze heerlijk aan. Het zijn de zaken waar alle jongetjes, vaak met één been in de goot, van dromen, dus mogen die breed geëtaleerd worden.

P .E. 2000, Puffy's recente interpretatie van Public Enemy No. 1 van Public Enemy, is zijn antwoord aan iedereen die al te jaloers is op zijn megalomane verwezenlijkingen. Het liedje sluit af met een rhyme van Hurricane G., die haar broodheer even uitlegt waarom men zijn bloed wel kan drinken: " They get a little jealous / and wanna bring you down / well fuck that / they just mad / 'cause you got all the ladies / an' you pushin' them Bentleys!" Ze hapt naar adem, en hoorbaar kwaad omdat iemand de vergissing zou durven maken: " not Mercedes / BENTLEYS!" Haar betoog is tegelijk grappig en adembenemend, ghetto fabulous ten top gedreven.

Sommigen vinden ghetto fabulous niets anders dan een gekleurde versie van de nouveau-richeattitude, maar dat is al te kortzichtig. Ghetto fabulous is in de eerste plaats een popfenomeen, en in de muziek gelden andere regels dan in het dagelijkse leven. Popmuziek vergroot alles uit, zodanig dat de grens tussen fantasie en realiteit bewust schimmig wordt. Ghetto fabulous heeft, net zoals elke stijlrichting in de hiphop, evenveel met zelfspot en humor te maken als met aspiratie en ostentatie. De videoclips zijn handleidingen en slimme parodieën tegelijk: er kronkelt niet één minnares, maar meteen een hele harem; van een villa zijn niet alleen alle kamers verlicht, er knalt nog eens een vuurwerk boven het dak; men draagt niet één designerpak, maar meteen de hele collectie, in elk shot een andere outfit; wanneer dure auto's niet meer volstaan, haalt men er Concordes, zilveren helikopters en zelfs ruimtecapsules bij.

Hype Williams, de toonaangevende videoregisseur van Puffy, maar ook TLC, Missy Elliot en Busta Rhymes, doen er nog een schepje bovenop en maken promofilmpjes die vanzelf fabulous zijn: technicolor, staccato gemonteerd, vol vogel- en kikkerperspectieven, met buitenissige kostuums en digitale, flitsende decors, recht uit een futuristische videogame-arcade. Voeg daarbij de opzichtige platenhoezen (die van het label No Limit zijn een kunstvorm op zich) en het wordt vanzelf duidelijk dat ghetto fabulous een entertainende megacartoon is eerder dan een grimmige uitwas van kapitalisme.

Wat niet wil zeggen dat het genre geen invloed uitoefent. Rapteksten staan bol van de merkvermeldingen, vooral van dure, Europese modelabels. Veel Amerikaanse tieners (én hun moeder) leren de namen Prada, Dolce & Gabbana en Moschino kennen via de hiphopliedjes op de radio. Elke zichzelf respecterende raprijmelaar doorspekt zijn rhymes met labels, om aan te tonen dat hij weet waar de klepel hangt en omdat merknamen meteen werelden van luxe en rijkdom oproepen, alleen al door ze achteloos te scanderen. " Every cutie with a booty want a Gucci", neuzelt Notorious B.I.G. in zijn hit "Hypnotize", uit '97; " I want a girl with extensions in her hair / bamboo earrings, at least two pair / A Fendi handbag and a bad attitude / that's all I need to get me in a good mood", verlangt LL Cool J in zijn "Around The Way Girl", uit '90.

Niets nieuws onder de zon: al sinds het ontstaan van de muziekvorm hebben rappers de gewoonte zich luxemerken toe te eigenen, maar dan op een ironiserende manier. In de eighties hingen Volkswagen- en Mercedes-logo's aan gouden kettingen, bootleg- Vuitton-logo's sierden T-shirts en de ineengestrengelde C's van Chanel, de echte of nagemaakte, verschenen op petjes. Behalve platina en vooral diamanten (" ice" in het rapjargon) zijn exotische, Italiaans- of Fransklinkende modelabels tegenwoordig erg in trek, wat de ontwerpers in kwestie niet ontgaat. Sinds hiphop aan miljoenen verkoopt, zijn de rapteksten gratis reclameslogans. De alomtegenwoordige kledingstijl van de hiphop- kings en -queens beïnvloedt ook de tekeningen van allerhande designers. Want ghetto-superstars kopiëren de look van de catwalks niet slaafs; uit het aanbod wordt alleen het meest opvallende, flashy en gewaagde uitgekozen en vermengd met sportswear, zonnebrillen en vlijmscherpe snorretjes en bakkebaarden (mannen) of hoge hakken, gekromde valse nagels, make-up in plakkaatverfkleuren en ingevlochten haar (vrouwen). Allemaal gedragen met een sexy, mij-raak-je-niet-attitude, wat het belangrijkste ghetto fabulous-element is, en waarnaar vele ontwerpers naarstig solliciteren.

Dus bedienen de modehuizen de superstars op hun wenken: voor deze zomer verzint Chloé gouden microshorts en dito kettingen, brengt Givenchy futuristische sportswear gecombineerd met oorringen (met Foxy-vermelding, naar de vrouwelijke rapper Foxy Brown), toont Dior logowear en -juwelen samen met T-shirts in netstof, laten Gucci en Versace bontmantels in paars, kanariegeel en fluo-oranje zien en presenteert Dolce & Gabbana met stras bezette, weinig verhullende items in met elkaar botsende kleuren en motieven. Pure ghetto fabulousness: vulgair lijkend, maar alleen een echte streety diva waardig; oogverblindend, maar minutieus en met verve gestyled.

De Britse modejournaliste Miranda Sawyer maakt in een recent nummer van Vogue de interessante vergelijking tussen britpop en ghetto fabulous. Britpoppers, stelt ze, droegen smalle, tweedehandse en onglamoureuze spullen en jaren '70-sneakers, wat leidde tot Prada's nerd-chic en uniseks designersportswear. Britpop, met de bijbehorende universiteitslook, zei: clever is sexy. Ghetto fabulous-aanhangers houden van glitter en aanbidden flashy kleren, omdat ze zich niet schamen om hun status, talent, cash en macht te tonen. Ghetto fabulous zegt: sexy is clever.

Dat is ook de boodschap die de vrouwelijke sterren willen uitdragen. Na een jarenlang bestaan als af en toe vermeld accessoire in de verbale spelletjes tussen machorappers, nemen ze het heft in handen en bevechten ze hun loverboys, stuk voor stuk ruwe bolsters met een blanke pit, met de wapens die ze van moeder natuur meekregen. Vrouwelijke rapsterren als Foxy Brown, Lil' Kim en Eve paraderen uitdagend rond, in bikini en hotpants, en fraseren uiterst expliciete, seksueel getinte teksten (Foxy Brown in haar single Hot Spot: " MC's wanna eat me / but it's ramadan").

Hun look bewandelt de dunne lijn tussen hoerig en sexy, maar hun houding is hooghartig, ongenaakbaar. Een soort vrouwelijke, bewust karikaturale drag queens, maar dan met alles erop en eraan. De Foxy's en Kims zijn erg geliefd door jonge meisjes, omdat hun girlpower rauw en ongecensureerd is. Want sinds Millie Jackson wordt er door niemand meer gevloekt en gekreund dan door de zwarte hiphopprinsessen, maar naast dat exuberante vertoon hebben ze talent én een goed uitgedokterd businessplan, wat hen zwarte nichtjes van Madonna laat lijken. Lil' Kim poseert tegenwoordig voor het Italiaanse modemerk Iceberg, waardoor ze zichzelf op grote schaal introduceert op de Europese markt; ze heeft er evenwel voor gezorgd dat elke aanplakposter vermeldt dat haar nieuwe album net uit is. Mary J. Blige, algemeen beschouwd als de beste zangeres sinds Aretha Franklin, is berucht om haar fuck you-attitude, maar passeert haar criticasters al lachend op weg naar de bank. Missy Elliott, op haar manier een Disney-achtige one-woman-show, schrijft nummer-één-hits voor Aaliyah, SWV en voor zichzelf, rapt op platen van Mariah Carey en Mel B. en verrijkt de hiphopscene met een geheel eigen geluid, samen met haar rechterhand/producer Timbaland. Ze is multimiljonaire, heeft haar eigen platenfirma, Gold Mind Inc., en speelt monopoly met echt vastgoed.

De zomercampagnes van Versace en Gucci, vol stras, gebleekt haar en stiletto's, zijn overduidelijk geïnspireerd door ghetto fabulous, en topmodefotograaf David Lachapelle heeft de rit van zijn leven sinds hij de stijl ontdekte, maar het gros van de media blijft het moeilijk hebben met het fenomeen. De rapsterren, nochtans niet uit de hitparade weg te branden, worden in de societyrubrieken van magazines opgevoerd als couleur locale op partykiekjes, en columnisten blijven moord en brand schreeuwen over de diepe decolletés van Lil' Kim.

De muziek, of waar het echt om draait, wordt haast doodgezwegen, wat jammer is. Want vergeleken met het opgefokte geluid van Nas en Busta Rhymes verzinkt dat van Bono of George Michael in het niets. Meisjesgroepen als Destiny's Child, TLC en 702 leveren vernieuwende, pro-girl-songs af over moderne gsm-relaties, plastische chirurgie en jongens die op kosten van hun meisjes leven. Puff Daddy bouwt zijn nummers rond bekende, goed te herkennen samples en maakt van de originele liedjes grootstadshymnes, gewoon door er zijn karakteristieke, rollende beats onder te zetten. Ghetto fabulous durft alles: vestimentair, tekstueel en muzikaal, én wint op punten en inkomsten. Dat is bedreigend, zelfs al is het just entertainment.

Peter De Potter