Mailtje van een lezeres gekregen. Dat ik vast niet de kluns ben waarvoor ik me columnsgewijs vaak uitgeef. Ik meende enige irritatie in haar schrijven te bespeuren, alsof ze mij ervan verdacht naar sympathie te hengelen door sukkelachtigheid te veinzen. Er zit iets in, natuurlijk. Een groots en meeslepend leven levert niet meteen stof voor onnozele stukjes. En ja, er zijn momenten dat ik de illusie koester mijn zaakjes perfect onder controle te hebben. Als ik erin slaag in file de Brusselse Kruidtuinlaan op te kruipen zonder achteruit te bollen tegen de aan mijn bumper klevende bus van de MIVB, bijvoorbeeld. Vertrek...

Mailtje van een lezeres gekregen. Dat ik vast niet de kluns ben waarvoor ik me columnsgewijs vaak uitgeef. Ik meende enige irritatie in haar schrijven te bespeuren, alsof ze mij ervan verdacht naar sympathie te hengelen door sukkelachtigheid te veinzen. Er zit iets in, natuurlijk. Een groots en meeslepend leven levert niet meteen stof voor onnozele stukjes. En ja, er zijn momenten dat ik de illusie koester mijn zaakjes perfect onder controle te hebben. Als ik erin slaag in file de Brusselse Kruidtuinlaan op te kruipen zonder achteruit te bollen tegen de aan mijn bumper klevende bus van de MIVB, bijvoorbeeld. Vertrekken op een helling, ook tijdens het rij-examen destijds was het niet meteen mijn sterkste nummer. Pas op, ik weet hoe het hoort : koppeling induwen, zachtjes gas geven, de handrem lossen als je voelt dat de auto vooruit wil. Fluitje van een cent, een kind kan het, maar niet met een achteruitkijkspiegel vol dreigende gele bus. De motor brult, de auto schiet vooruit. Oef, goed weggekomen, na volle vijf minuten is mijn hartslag opnieuw normaal. Het was zo'n dag dat er veel moest gebeuren : interviewen, een gastcollege geven aan aankomende journalisten, op tijd terug op de redactie zijn voor de jaarlijkse griepprik, een journalistenvisum aanvragen om de VS binnen te mogen. Een dag, met andere woorden, dat de frictie met de materiële werkelijkheid die ik toch al gemakkelijk ondervind, een zeldzaam hoogtepunt kende. Zo'n dag ook dat je geconfronteerd wordt met problemen waarvan je het bestaan niet eens vermoedde. In de Amerikaanse ambassade hadden ze vingerafdrukken nodig. Daarvoor hebben ze van die handige digitale apparaatjes, inkt komt er niet meer aan te pas. "Vier vingers op het toestel leggen, mevrouw." Zo gezegd, zo gedaan. Tevergeefs, het ding geeft geen sjoege. "Harder drukken, mevrouw. Nee, niet zó hard." Of ik extreem droge handen heb ? En of dit probleem zich al eerder voorgedaan heeft ? Ik schud van nee, maar meteen daarna gaat mij een licht op. Dáárom mocht ik bij mijn laatste bezoek aan Los Angeles een dik uur in een bijzonder ongastvrij zaaltje antichambreren, als enige vrouw en enige blanke tussen individuen die wel eens burger van een of andere axis of evil konden zijn. Maar de grootste alien was ik natuurlijk, de vrouw zonder vingerafdrukken. Een blob ectoplasma from outer space, een vampier wellicht, of hebben die alleen geen spiegelbeeld ? Om een lang verhaal kort te maken : uiteindelijk ben ik er onder het kritische oog van de Amerikaanse consul in geslaagd om afdrukken van mijn twee middelvingers te produceren. Het helpt als je je handen in je nek legt, waar intussen het koude zweet is uitgebroken. En net als ik denk dat ik alle hindernissen overwonnen heb en lichtjes overmoedig achteruit rijd in de parkeergarage, is er het onheilspellende geluid van kreukelend blik. Het klinkt bekend, want het is niet de eerste keer dat ik een paal raak die listig de schutkleur van de achterliggende muur aangenomen had. Klunzigheid, het is een gave als een andere, sommige mensen hoeven zich daar echt niet extra voor in te spannen. Linda Asselbergs