Ik ben chronisch nostalgisch. Ik was zeven toen mijn ouders van Zuid-Italië naar La Louvière verhuisden, en ook nadien moesten we vaak afscheid nemen van familie en vrienden. Thuis in Cairano stopte mijn grootvader enkele dagen voor ons vertrek al met spreken. Op die manier werd gemis een deel van ons leven.
...

Ik ben chronisch nostalgisch. Ik was zeven toen mijn ouders van Zuid-Italië naar La Louvière verhuisden, en ook nadien moesten we vaak afscheid nemen van familie en vrienden. Thuis in Cairano stopte mijn grootvader enkele dagen voor ons vertrek al met spreken. Op die manier werd gemis een deel van ons leven. La Louvière beïnvloedde mee mijn artistieke parcours. Als mijnwerkerszoon vond ik de stad koud, grijs en somber, maar ik was niet ongelukkig. Achter elke voordeur scheen licht, en dankzij onze Belgische buren was ik snel vertrouwd met de lokale gewoonten. Achteraf bekeken hebben het arbeidersmilieu en de fabriekssluitingen me naar het politieke theater geleid. Ook mijn latere keuze voor het circus en spektakel voor het grote publiek was geen toeval. Ik wilde zaken doen die de mensen uit mijn omgeving ook konden aanspreken. Emoties zijn universeel. Mensen lachen en huilen overal om dezelfde dingen. Dankzij die gemeenschappelijke sokkel zijn er symbolische beelden die iedereen raken. Denk aan het verlies van een kind of het vallen van de bladeren. Ik zeg niet dat je iedereen tevreden moet proberen te stellen. Maar ik zoek wel naar een universele taal die toelaat om een spektakel te waarderen, wat je referenties als toeschouwer ook zijn. Op een breed publiek mikken betekent niet dat je fastfood maakt. Integendeel, je verantwoordelijkheid om kwaliteit aan te bieden is eens zo groot. Van de 43 miljoen mensen die jaarlijks Las Vegas bezoeken, gaat ruim de helft nooit naar het theater. Maar als je ze één keer kunt prikkelen, zullen ze dat opnieuw willen meemaken. Op dat vlak was mijn ervaring in Canada en de Verenigde Staten heel leerrijk. Hier voelde men schroom om van een culturele economie of industrie te spreken, daar was dat heel gewoon. Een opera is voor mij een uitdaging. Het was het Teatro di San Carlo in Napels dat me in 2013 vroeg om Aïda te regisseren. Dat een operatempel een regisseur van circusspektakels aanspreekt, is ongewoon. Napels is bovendien de hoofdstad van Campania, de regio van mijn geboortedorp. Maar het risico was groot. Het publiek van San Carlo is enorm kritisch. Een zwakke mise-en-scène of valse noot en je wordt uitgefloten. Ik zoek altijd een band met de wereld van vandaag. Anders is een productie slechts een gebarenspel. Ik had dus een invalshoek nodig. Die vond ik in Napels, een openluchttheater met tal van straatkunstenaars, en in de vluchtelingenproblematiek, waarbij Italië het migratiekruispunt is. Voor de scenografie dacht ik aan de vernielingen in steden als Aleppo en Mosoel. Zo werd mijn Aïda ook het verhaal van de kleine man : de onzichtbare getuigen wiens standpunt zelden of nooit de grote verhalen en geschiedenisboeken haalt. Mijn adaptatie van Aïda kan moeilijk te ver gaan. Elke productie is slechts origineel op het moment dat ze voor het eerst opgevoerd wordt. Dat is exact wat theatermakers moeten doen : een origineel werk voorstellen, iets dat van hen is. Ik ben geen ondernemer, enkel ondernemend. Ik ben trots opmijn bedrijf in La Louvière omdat het werkgelegenheid creëert. Het zelfbeeld van de regio moest veranderen, weg van het pessimisme, de berusting. Tegelijkertijd wil ik iets duurzaams opbouwen, los van mijn eigen persoon en efemere producties, en een positief voorbeeld geven. De vermoedens van gesjoemel kwetsen me dus zwaar. Ik ben bezorgd over onze werknemers, hoe zij daaronder lijden. Maar dat motiveert me ook om door te gaan. Vertrekken is geen optie. Ik werk niet voor mijn collega's. Wat telt, is het publiek. Maar ik ben niet ongevoelig voor de waardering van al die theatermakers die ik zelf bewonder. Mijn stempel als showbusinessman heeft me immers afgesneden van een deel van de theaterwereld. Uiteraard bood Aïda me veel persoonlijke voldoening en meer artistieke vrijheid dan andere, duurdere producties. Maar dat zegt mijn moeder weinig. Die is vooral trots op mijn werk voor Cirque du Soleil en de show van Céline Dion in Las Vegas (lacht). Aïda, van 11 tot 14 mei in de Stadsschouwburg Antwerpen en op 23 december in Vorst-Nationaal. musichall.be Tekst Wim Denolf"Mijn stempel als showbusinessman heeft me afgesneden van een deel van de theaterwereld"