Zie mij hier nu staan in de voortuin van de overburen, met een zonnebril op en een cocktailglas met een rietje in de hand. Een en ander heeft te maken met een Knack-bijlage over geluk waarin ik beweer dat geluk iets is waarover je vooral niet te veel moet beweren. Daar hoorde volgens de artdirector een beetje een ironische foto bij. "Zoiets als Madonna of Sharon Stone met een sigaar en een glas whisky", improviseerde hij ter plekke. Wat volstond om bij mij ettelijke alarmsystemen in werking te stellen. Madonna ? Sharon Stone ? Is dat niet wat hoo...

Zie mij hier nu staan in de voortuin van de overburen, met een zonnebril op en een cocktailglas met een rietje in de hand. Een en ander heeft te maken met een Knack-bijlage over geluk waarin ik beweer dat geluk iets is waarover je vooral niet te veel moet beweren. Daar hoorde volgens de artdirector een beetje een ironische foto bij. "Zoiets als Madonna of Sharon Stone met een sigaar en een glas whisky", improviseerde hij ter plekke. Wat volstond om bij mij ettelijke alarmsystemen in werking te stellen. Madonna ? Sharon Stone ? Is dat niet wat hoog gegrepen, jongens ? Bovendien lust ik geen whisky en moet ik mijn eerste sigaret nog roken, laat staan een sigaar. De fotograaf was er één van het coole type en had alle begrip voor mijn bezwaren. Anderzijds was er van zijn hand net een weliswaar geweldig portret van Paul Koeck in de Knack verschenen, maar wel één van de meedogenloze soort, waarop elke porie, ieder pukkeltje en rimpeltje de dimensies van de Grand Canyon had. "Ja maar, Paul Koeck is zeventig", protesteerde de fotograaf, wat mij geenszins geruststelde. Bovendien suggereerde hij dat ik ter uitbeelding van het concept geluk een grote zonnehoed zou opzetten en een cocktail met zo'n wuft parapluutje zou hanteren. Sommige mensen hebben dat, een hoedenhoofd, ik dus niet. Maar goed, alles voor de kunst en aangezien ik stiekem een zwak koester voor uitdragerijen en rommelbazaars met namen als Krak, Prijzenkraker en Suprimax, sprong ik fluks op de fiets en begon aan mijn queeste naar een zonnehoed. Bleek dat in september mosselen in zijn, maar zonnehoeden out. No problemo, een vriendin was ooit met het Anti-Imperialistisch Front naar Cuba geweest en had daar een anti-imperialistische strohoed van meegebracht. Misschien niet helemaal wat de fotograaf in zijn hoofd had, maar qua ironie kon het tellen, de campesino-look, vooral in combinatie met het kinderpartyrietje met fuchsia pompon. Voor het geval de hoed ongeschikt zou blijken, ging ik toch maar naar de kapper. Geen mens immers die een grijze uitgroei met geluk associeert. Dat ze me 'veel volume' zou geven, beloofde het nieuwe meisje enthousiast, en toverde een geweldige bos krullen op mijn hoofd, die helaas al een stuk minder uitbundig oogden toen ik thuis van de fiets stapte. En daar stond ik dan midden op straat voor een lichtbak. Nu eens met, dan weer zonder hoed, maar altijd met dat onnozele rietje tussen de tanden. Ik zweer het, sinds de laatste verkiezingen niet meer zoveel buren waargenomen. Een blond kindje staarde zo hard dat ze met haar step crashte, de knappe bruine Braziliaan van een paar huizen verder installeerde zich knus op z'n terras, de gepensioneerde van schuin links leunde in z'n marcelleke uit het raam en keek nog smeriger dan anders. "Nu is ze helemaal zot geworden", las ik in zijn blik. Happiness in suburbia wat, Todd Solondz kon er een punt aan zuigen. Linda Asselbergs