In menig boekenrek zijn de City Guides en Travel Books van Louis Vuitton vaste prik geworden. Sinds het Franse lederwarenhuis zich vijftien jaar geleden aan reisliteratuur en kunstboeken waagde, rolden meer dan tachtig titels van de persen, uitgaven waarvoor het merk vaak grote namen strikt en regelmatig in de eigen archieven duikt. Na het architecturale patrimonium van het huis, zijn banden met de kunstwereld, en de geschiedenis van de Vuitton Cup, neemt het nu zijn rol in de modefotografie onder de loep in Louis Vuitton Fashion Photography. Meteen een van de weinige boeken waarin Terry Richardson, Walter Pfeiffer en Juergen Teller zij aan zij staan met Peter Lindbergh, ...

In menig boekenrek zijn de City Guides en Travel Books van Louis Vuitton vaste prik geworden. Sinds het Franse lederwarenhuis zich vijftien jaar geleden aan reisliteratuur en kunstboeken waagde, rolden meer dan tachtig titels van de persen, uitgaven waarvoor het merk vaak grote namen strikt en regelmatig in de eigen archieven duikt. Na het architecturale patrimonium van het huis, zijn banden met de kunstwereld, en de geschiedenis van de Vuitton Cup, neemt het nu zijn rol in de modefotografie onder de loep in Louis Vuitton Fashion Photography. Meteen een van de weinige boeken waarin Terry Richardson, Walter Pfeiffer en Juergen Teller zij aan zij staan met Peter Lindbergh, Bruce Weber en Annie Leibovitz. Om de waaier aan stijlen maar even te illustreren. In totaal passeren ongeveer tweehonderd beelden de revue, van advertentiecampagnes van Louis Vuitton zelf, tot modereportages uit vooraanstaande magazines. Op een terugblik naar de fifties na ligt de nadruk op de voorbije twintig jaar, want de bloei en erkenning van modefotografie als kunstvorm zijn van recente datum. Advertenties van modemerken hadden decennialang immers een louter illustratieve functie, waarbij het tonen van producten primeerde op creatieve experimenten. Nochtans wagen bladen als Vogue en Harper's Bazaar zich al langer aan een persoonlijker kijk op mode en vrouwelijkheid. Bekende voorbeelden zijn de surrealistische ondertonen in het modewerk van Man Ray in de jaren twintig, Irving Penns vertaling van de New Look van Dior in de naoorlogse periode, en David Baileys jeugdige portretten van Jean Shrimpton in de jaren zestig. Ook dan was het echter zaak om de lezer en potentiële adverteerders niet af te schrikken. In hun bijdragen situeren auteurs Martin Harrison en Charlotte Cotton het keerpunt eind jaren tachtig, toen Britse bladen als The Face en i-D de spreekbuis werden van een nieuwe generatie fotografen, stylisten en artdirectors : twintigers en dertigers die de muren tussen de luxesector, mainstreammode en jeugdcultuur wilden slopen, en ook binnen een commerciële context het recht op artistieke vrijheid en zelfexpressie opeisten. Van Londen ging het snel naar andere modesteden als New York, Milaan en Parijs. Globalisering, een postmodernistische tijdgeest en dalende verkoopcijfers stimuleerden grote Amerikaanse bladen om mensen met een frisse kijk aan te werven, en midden jaren negentig creëerde de noodzaak aan een boeiende en onderscheidende visuele identiteit ook openingen bij gevestigde modelabels. Calvin Klein mat zich met de hulp van bladenmaker Fabien Baron een jonger imago aan, elders verdrong de artistic director de ontwerper als creatieve spilfiguur. Louis Vuitton Fashion Photography is in zekere zin dan ook een eerbetoon aan Marc Jacobs, de ontwerper die van 1997 tot 2013 creatief directeur was van het merk en in die periode een beroep deed op fotografen als Inez van Lamsweerde & Vinoodh Matadin en Steven Meisel. Ook dat verhaal komt uitgebreid aan bod, net als het voortdurend veranderende gebruik van Louis Vuittonproducten door modebladen. De beelden zelf kregen jammer genoeg geen toelichting, wat de neiging om snel door te bladeren had kunnen verhelpen. Om een en ander naar waarde te schatten, is lezen de boodschap. Louis Vuitton Fashion Photography (Rizzoli, 75 euro, luxe-editie 100 euro) verschijnt midden september. Info : www.louisvuitton.com.WIM DENOLF