Het is wat, met die toegankelijkheid van alles tegenwoordig. Na de arbeid en de treurnis van de file gooi je je in wat dan de luie stoel wordt genoemd. Je zet de televisie aan, juist op tijd om een metalen 'eendenbek' te zien verschijnen waarmee je inkijk krijgt in een wildvreemde vrouw haar meest intieme delen. Onverhoeds en ongevraagd zie je een knalrode baarmoeder, waarvan de eigenares schaapachtig ligt te kijken. Spreekuur, heet het programma, en voor ik de kans krijg weg te zappen heb ik een soort überporno gezien, in die mate onthullend dat er niets opwindends meer aan is, tenzij je kickt op de graad van ontkleding die wordt bereikt in röntgenfotografie.
...

Het is wat, met die toegankelijkheid van alles tegenwoordig. Na de arbeid en de treurnis van de file gooi je je in wat dan de luie stoel wordt genoemd. Je zet de televisie aan, juist op tijd om een metalen 'eendenbek' te zien verschijnen waarmee je inkijk krijgt in een wildvreemde vrouw haar meest intieme delen. Onverhoeds en ongevraagd zie je een knalrode baarmoeder, waarvan de eigenares schaapachtig ligt te kijken. Spreekuur, heet het programma, en voor ik de kans krijg weg te zappen heb ik een soort überporno gezien, in die mate onthullend dat er niets opwindends meer aan is, tenzij je kickt op de graad van ontkleding die wordt bereikt in röntgenfotografie. De volgende bezoekster van het televisionele dokterskabinet is een jonge vrouw die kampt met schimmeltenen. Begeleid door een preekje worden die weggeknipt, ik zie ze wegspringen in al hun onappetijtelijkheid terwijl de bezitster ervan in high definition in beeld wordt gebracht. Wat bezielt zo'n meisje om dit met de wereld te willen delen ? De zucht naar schermbekendheid, een gooi naar onsterfelijkheid van twijfelachtig allooi ? De hete adem van een samenleving waarin je, liever dan een frisse anonymus in de grootstad, maar beter beroemd kan zijn om je teenkwalen ? Ik hoef niet alles in het gezicht geduwd te krijgen, ik eis het recht op dat sommige dingen onscherp mogen blijven en versluierd. Soms verlang ik naar de wazigheid van weleer, toen je nog een week kon zwijmelen van een meisje op de bus dat Mia heette, een litteken op haar neus had en rook naar het hooi van konijnen. Er was de geur van zon vermengd met smeerolie en het rode lampje linksboven de chauffeur, dat klonk als een triangel als je op de stopknop duwde. Een paar weken geleden leidde de televisie, met haar talent om alle goorheid van de wereld naar je toe te zuigen, mij gastvrij rond in de mobiele folterkamer van een seriemoordenaar. De camera zoomde in op duck tape en allerhande marteltuigen, met liefhebbende huisvlijt in elkaar geknutseld van onderdelen uit de Brico. De seriemoordenaar zelf werd in slow motion in beeld gebracht, zoals gepast voor superhelden. Buren en collega's verklaarden dat hij zo'n toeschiete-lijke kerel was, een uitmuntende werknemer, altijd klaar met een kwinkslag of een woord- speling. De afgrijslijkheden die hij in zijn vrije tijd verrichtte, hadden ze hem nooit nagegeven. Je maakt jezelf dan sterk dat jij het wél zou hebben opgemerkt, had je hem toevallig ontmoet. Maar dat klopt niet natuurlijk, je zou hem nooit doorgrond hebben in pakweg de zuivelafdeling, waar hij wekelijks drinkyoghurt kocht met de smaak van banaan of granaatappel, want ook seriemoordenaars moeten zich wapenen tegen de dreiging van dichtslibbende aders - met plantensterolen, scientifically proven. Er zit een knop aan dat toestel en toch blijf ik kijken, met de gulzigheid van een lijmsnuiver, als een veroordeelde die aan de secondewijzer van de tijd is gekluisterd, begerig naar gebeurtenissen. Je kunt je niet van de indruk ontdoen dat dergelijke programma's de gruwel banaliseren en dat we in spoedtempo gewend raken aan de seriemoordenaar en aan de wilde schutter, twintig jaar geleden nog uitheemse verschijnsels. Een bloedbad als dat in Luik zinkt alweer weg tot voetnoot in het dundrukboek van de horror. Het volk wacht op nieuw en nog straffer afgrijzen, zoals we uitkijken naar sportieve records die net iets sneller, hoger, scherper zijn dan de vorige. 's Avonds, als de voetballers uitgespeeld zijn en de omroepster is gaan slapen, wordt er een griezelfilm met Johnny Depp vertoond, waarin het bloed zo grotesk in het rond spat dat ik de aandrang moet bevechten om bij elke kop die wordt gesneld als bij een doelpunt te juichen. Voor het ter bedstee gaan, check ik nog even de nieuwssite. De zachtere sectie, waarop staat dat vijf dikhuiden veilig uit de zoo van Antwerpen verhuisd zijn. Zo beland ik op YouTube, bij filmpjes van giraffes in barensnood en van olifanten die hun jongen tot leven porren met die poot als een boomstam, als ze bij de geboorte niet onmiddellijk ademen. Geïntrigeerd, en zelfs enigszins geroerd, zit ik daarnaar te kijken. In vijf minuten tijd zie je dingen die je vroeger in geen vijfhonderd levens bijeen had kunnen begapen. Verzadigd van beeld en geluid, verzoend met de overkill aan informatie, val ik alsnog in een droomloze slaap, waarin ik helaas alweer niet word bezocht door grote vriendelijke reuzen die mij beleggingstips toefluisteren, ideeën voor uitvindingen en formules van nog onbekende medicijnen. jp.mulders@skynet.beJean-Paul MuldersEr zit een knop aan dat toestel en toch blijf ik kijken, met de gulzigheid van een lijmsnuiver