Op het Onze-Lieve-Vrouwplein in Sint-Niklaas is er altijd wat te zien. Het hele jaar door zijn hier in de etalage van Floreal, de winkel van Daniël Ost, allerlei originele en uitbundige composities te bewonderen. Boeketten zijn het niet, want elk detail telt, van het kleinste stukje schors tot de meest exotische vruchten.
...

Op het Onze-Lieve-Vrouwplein in Sint-Niklaas is er altijd wat te zien. Het hele jaar door zijn hier in de etalage van Floreal, de winkel van Daniël Ost, allerlei originele en uitbundige composities te bewonderen. Boeketten zijn het niet, want elk detail telt, van het kleinste stukje schors tot de meest exotische vruchten. Links en rechts van de etalage bevindt zich een deur. De linkerdeur biedt toegang tot de winkel. "In de negentiende eeuw kwam de andere deur uit op een smal straatje waar de heer des huizes zijn paard kon bestijgen en door kon lopen naar de stallen aan de achterzijde", vertelt Marie-Anne, de echtgenote van Daniël Ost. Het gebouw is ontworpen door de Italiaanse architect Arthur Minazio. Op de gevel staat zelfs nog de datum gegraveerd : 26 maart 1866. De opdrachtgever was een apotheker. "Toen we hier in 1984 kwamen", vervolgt Marie-Anne Ost, "zaten er nog drie trappen in het huis. De eerste twee, waaronder een prachtige wenteltrap, waren uitsluitend bestemd voor de bewoners. De derde, die we hebben laten verwijderen, bevond zich achteraan, bij de werkkamers, en werd gebruikt door het personeel." "Beneden tussen mijn camelia-collectie en boven achter mijn tekentafel op de tweede verdieping, overal eigenlijk, heb ik het gevoel dat we hier op het platteland zitten", vertelt Daniël Ost, die zich volledig thuis voelt in deze woning, zijn onmisbare thuishaven na elke lange reis. "Je merkt meteen dat het huis eigenlijk te klein is geworden voor alles wat ik hier heb verzameld", gaat hij verder. "Om in tuintermen te spreken : het heeft meer weg van een arboretum dan van een park. Een boomliefhebber wil het liefst zo veel mogelijk soorten in zijn tuin planten. Met mijn verzameling doe ik eigenlijk hetzelfde. Zo kan ik al die voorwerpen ook altijd bekijken, aanraken en bewonderen." Er is één kamer in het huis die de wereld en de smaak van de Belgische bloemist het beste weerspiegelt. Dit vertrek op de benedenverdieping zou met een eetkamer kunnen worden vergeleken. Er staat een mooie art-nouveauboekenkast, een bank uit dezelfde periode en in het midden een tafel met zes stoelen, "een art-nouveauset waarvan er slechts drie bestaan." Bij de schoorsteen staat prachtig verpakt houtskool. "Dat is Bin Chotan, een speciale soort die wordt gemaakt van bamboe en ook wel witte houtskool wordt genoemd. In Japan komt het heel veel voor en wordt het zorgvuldig bewaard, omdat het het huis beschermt." Boven de tafel hangt een schitterende Sheherazade-luster uit de vroege twintigste eeuw van de Venetiaanse ontwerper en uitvinder Mariano Fortuny, die net als Daniël Ost een fascinatie voor het Verre Oosten koesterde. Er zijn in Japan overigens talloze bewonderaars van Fortuny, zoals de modeontwerper Issey Miyake, die zich heeft laten inspireren door de plissés van Fortuny. Japan loopt als een rode draad door de carrière van Daniël Ost. Hij is er tientallen keren geweest en heeft er aan tal van bloemendemonstraties deelgenomen. Het land fascineert hem ook als verzamelaar, al beperkt hij zich wel tot voorwerpen die verband houden met zijn vak. "Ik heb de prachtigste dingen gezien. Van sommige kan ik alleen maar dromen. Niet alleen omdat ik ze nooit zou kunnen betalen, maar ook omdat ze tot het nationale erfgoed worden gerekend. Toch geven ze me inspiratie, net als de mensen die ik er ontmoet. Mijn interesse gaat vooral uit naar antiek, omdat die voorwerpen al zoveel hebben meegemaakt, maar ik heb ook al heel veel moderne spullen meegenomen waarvan ik de maker of de ontwerper zelf ken." "In Japan lopen kunst en ambacht vaak door elkaar. De beste ambachtslieden worden er soms tot levend nationaal erfgoed uitgeroepen. Die eer kan pottenbakkers of restaurateurs van oude kamer-schermen te beurt vallen, maar ook theemeesters." Naast zo'n oud kamerscherm staat een schitterende platte bamboeschaal met een handgreep van kronkelbamboe. "Die komt uit een mandenmakersschool in Kyoto. Er bestaan heel veel van zulke scholen in Japan, voor allerlei verschillende ambachten, zoals kimono- en hoedenmakerijen. Ambachtelijkheid is in dat land tot een echte kunst verheven." Kunst is ook het woord dat je te binnen schiet bij het zien van een herfsttak van de Gingko biloba en een bloeiende wintertwijg van de Hamamelis, beide in vazen van de bekende Antwerpse ontwerper l'Anverre. Net als vele andere creaties uit de verzameling van Daniël Ost bestaan ze uit zijde en zijn ze getekend door hun ontwerper. "Het fascinerende is dat zijde ook wordt gebruikt in de ikebana-scholen. Er bestaat daar zoveel respect voor de natuur dat de leerlingen niet in levend materiaal mogen snijden en eerst jarenlang met reproducties aan de slag moeten. En die reproducties zijn van een ongelofelijke kwaliteit." Hoewel de collectie van Daniël Ost grotendeels in het teken van Japan staat, zijn er ook andere juweeltjes te bewonderen. In het midden van een kleine kamer staat een creatie van Daniël Ost zelf. Het is een laag 'tafeltje' in de vorm van een halve appel dat op basis van Daniëls ontwerp is uitgesneden uit de dode stronk van een 600 jaar oude iep. Rond deze tafel staan stoelen in art-nouveaustijl van Georges Defeure, een meubelmaker uit de school van Nancy. De witte schoorsteenmantel wordt gesierd door een aantal vazen, de meeste van glas. Rechts staat een kooi die zo uit een sprookje lijkt te komen. Ook dit is een uniek exemplaar, vervaardigd door een vriend van Daniël, de vooraanstaande Deense bloemist Tage Andersen. Aan één van de muren hangt een zinken lijst met een eveneens in zink uitgevoerde bloemencompositie. Er zijn meerdere van dit soort stukken in deze kamer te vinden. Ze zijn allemaal vervaardigd uit metalen bloemen waar vroeger de grafstenen mee werden versierd. Buiten stuit je in de tuin op gloednieuw gereedschap, zoals een schop, een hark en een spade. "Die zijn van brons gemaakt door twee Nederlandse siersmeden. Ik heb ze ontdekt tijdens de Beerveldse dagen, en mijn vrouw heeft ze me cadeau gedaan voor mijn verjaardag." En met de nodige zelfspot voegt hij eraan toe : "Dat is in mei. Zoals u ziet, heb ik al hard gewerkt in de tuin..." Door Jean-Pierre Gabriël