Na de tegenvallende resultaten van de Stilo heeft Fiat in recordtempo een opvolger ontwikkeld die de naam van diens voorganger overneemt, de Bravo. De in achttien maanden ontwikkelde nieuweling gebruikt wel het platform van de Stilo als basis. Desondanks werd de Bravo toch acht centimeter langer en vier centimeter breder, maar dat leverde geen extra zitruimte op. Achterin is er nu slechts plaats voor twee in plaats van drie passagiers, en die moeten dan nog wat inleveren. Ook de verschuifbare achterbank moest plaatsmaken voor een vast exemplaar,...

Na de tegenvallende resultaten van de Stilo heeft Fiat in recordtempo een opvolger ontwikkeld die de naam van diens voorganger overneemt, de Bravo. De in achttien maanden ontwikkelde nieuweling gebruikt wel het platform van de Stilo als basis. Desondanks werd de Bravo toch acht centimeter langer en vier centimeter breder, maar dat leverde geen extra zitruimte op. Achterin is er nu slechts plaats voor twee in plaats van drie passagiers, en die moeten dan nog wat inleveren. Ook de verschuifbare achterbank moest plaatsmaken voor een vast exemplaar, zodat de modulariteit erop achteruitgaat en het gewicht met veertig kilo is toegenomen. De extra lengte ging integraal op aan de nieuwe veiligheidseisen. Zo werd onder andere een langere neus ontworpen om de impact bij het aanrijden van een voetganger te minimaliseren. Maar eerlijk is eerlijk, de nieuwe Bravo ziet er met zijn moderne styling erg Fiat uit en het design is uitermate geslaagd. Onder de kap heeft de koper de keuze uit een 1.4 liter benzine, met of zonder turbo, en de inmiddels vertrouwde 1.9 liter turbodiesel, die in drie varianten kan worden aangeleverd (90, 115 en 150 pk). Ter kennismaking namen we de krachtigste zestienklepsversie mee, waarmee we enkele dagen zoet waren. Die motor, gekoppeld aan een manuele zesbak, verrast door zijn spitse reacties vanaf 2000 toeren. Onder de 1800 toeren is hij dan weer behoorlijk futloos. Wie een beetje uitkijkt en oordeelkundig schakelt, slaagt er ook moeiteloos in om het verbruik onder de 6,5 liter / 100 km te houden met uitschieters van 6,1 liter. Iets minder opgetogen waren we over de filtering van het motorgeluid. Op de weg valt het goede rijcomfort op, gekoppeld aan een bijzonder goede stoelensteun en een uitstekende elektrisch aangedreven servobesturing bij het parkeren. Ook de wegligging is beter dan bij de Stilo, maar op slechte ondergrond speelt de comfortabele ophanging in zijn nadeel. Moeten de passagiers het met minder beenruimte stellen, dan ligt de kofferruimte met een volume van 400 liter weer boven het gemiddelde. Jammer dat een echt handvat op het kofferdeksel ontbreekt zodat ontgrendelen met de afstandsbediening of via een knop op de middenconsole gebeurt. Ronduit storend vonden we de slechte afleesbaarheid van de snelheidsmeter bij fel daglicht. Ook het aantal bergvakken bleef beperkt. De Bravo turbodiesel bleek in het dagelijkse gebruik een snedige kompaan die maar om de 30.000 kilometer voor onderhoud binnen moet, wat interieurruimte mist maar dan weer aantrekkelijk geprijsd staat. Jammer dat de koper voor een partikelfilter een extra 600 euro moet ophoesten. Of een en ander volstaat om de degens te kruisen met de Golf, de Peugeot 307 of de Renault Mégane blijft een open vraag. Door Pierre Darge