14 februari was tijdens mijn tienerjaren het moment om je kans te wagen en diegene waar je heimelijk verliefd op was een kaartje te sturen. Het ontvangen van zo'n romantisch briefje streelde je jeugdige ego.
...

14 februari was tijdens mijn tienerjaren het moment om je kans te wagen en diegene waar je heimelijk verliefd op was een kaartje te sturen. Het ontvangen van zo'n romantisch briefje streelde je jeugdige ego. "Ik zou vandaag geen veertienjarig jongetje willen zijn", zei mijn tafelgenoot toen we herinneringen aan die eerste kalverliefdes ophaalden. "Hoe raak je nu nog aan een lief? Je kan maar beter twee keer nadenken voor je een valentijnsberichtje stuurt. Voor je het weet word je beschuldigd van grensoverschrijdend gedrag." Mijn tafelgenoot is een geboren charmeur, die kwistig met complimenten strooit. Maar hij haalt het niet in zijn hoofd om vrouwen in obscene bewoordingen na te roepen, laat staan hen ongevraagd te betasten of gesprekken te voeren met hun decolleté. Dat vindt hij verachtelijk. Wat is dan het probleem? Je hoort steeds vaker suggereren dat zelfs flirten niet meer mag. Dat is ook hoe Chris Lomme, Catherine Deneuve en zelfs een feministe van het eerste uur als Germaine Geer over de hele #MeToo-heisa denken. Harvey Weinstein was volgens hen wel degelijk een zwijn, maar de golf van publieke beschuldigingen aan een lange rij bekende mannen die daarop volgde, zien ze als een aanslag op de seksuele vrijheid. Een vreemde logica, want je kunt misbruik van macht, aanranding en verkrachting toch moeilijk een vorm van seksuele vrijheid noemen? Het is opvallend hoe het #MeToo-debat een generatiekloof lijkt bloot te leggen. Vooral de babyboomers, de zogenaamde kinderen van de seksuele vrijheid, vrezen een nieuwe preutsheid. In het licht van de strijd om sociale, politieke en economische gelijkheid die zij - of sommigen van hen - gevoerd hebben, is de huidige discussie voor hen erg relatief. Maar voor de jongere generaties is ze dat niet. Voor jongeren is seksueel grensoverschrijdend gedrag net een belemmering op het pad van de gelijkheid en de zelfontwikkeling. #MeToo gaat niet zozeer over flirten of seks, maar over macht en intimidatie. We hoeven heus geen storm aan klachten te verwachten voor een verkeerd begrepen valentijnskaartje of een onhandige versierpoging. Dat hoort bij het klassieke verleidingsspel, net zoals het aanvaarden dat je daarbij een blauwtje kunt lopen. #MeToo is vooral een oproep om na te denken over machtsverhoudingen en een dwingende vraag om anders om te gaan met slachtoffers. Vrouwen en mannen moeten durven te spreken wanneer ze met seksuele intimidatie of misbruik te maken krijgen. En vervolgens ook gehoord worden. De Amerikaanse rechter Rosemarie Aquilina maakte daar alvast een punt van. Zij was keihard voor de voormalige sportarts Larry Nassar, die zich aan tal van turnsters had vergrepen, en veroordeelde hem tot 175 jaar gevangenisstraf. Nassar werd in de rechtszaal geconfronteerd met zijn slachtoffers. 156 vrouwen keken hem recht in de ogen en deden er gedetailleerd verslag van het misbruik en de gevolgen ervan. Hun persoonlijke probleem werd daardoor een maatschappelijk probleem. En dat is belangrijk. Niet alleen voor al die vrouwen, die de schuld nog al te vaak bij zichzelf zoeken, maar ook voor de samenleving, die anders met zulke feiten moet leren omgaan. De Wereldgezondheidsorganisatie schat dat 1 op de 3 vrouwen wereldwijd met fysiek en/of seksueel geweld te maken heeft. Dat is ontstellend veel. #MeToo is de vastberadenheid om daar iets aan te veranderen.