Graag wat uitleg over deze kruik. Weet u ook iets meer over het gebruikte aardewerk?

Nu noemen wij dat wel een kruik, maar deze benaming is verkeerd, want uit kruiken wordt geschonken. Met het nauwe gietgat is dit een fles, een recipiënt om vloeistoffen in te bewaren of te transporteren. Het misverstand komt gedeeltelijk door het feit dat wij tegenwoordig rechtstreeks uit de fles schenken, wat vroeger bijna ondenkbaar was. Zelfs wijn werd overgegoten in een kan, met de bedoeling deze drank te klaren, te scheiden van het bezinksel. Dat overgieten wordt ook decanteren genoemd.
...

Nu noemen wij dat wel een kruik, maar deze benaming is verkeerd, want uit kruiken wordt geschonken. Met het nauwe gietgat is dit een fles, een recipiënt om vloeistoffen in te bewaren of te transporteren. Het misverstand komt gedeeltelijk door het feit dat wij tegenwoordig rechtstreeks uit de fles schenken, wat vroeger bijna ondenkbaar was. Zelfs wijn werd overgegoten in een kan, met de bedoeling deze drank te klaren, te scheiden van het bezinksel. Dat overgieten wordt ook decanteren genoemd.Maar flessen worden al lang voor transport gebruikt. Daarvoor is deze cilindrische vorm handig en robuust. Als materiaal werd ceramiek verkozen boven breekbaar glas. Maar waarom geen gewoon rood aardewerk met een laag glazuur? Om verscheidene redenen. In de eerste plaats is aardewerk met doorschijnend loodglazuur ongezond om voedsel lang in te bewaren, want zo dreigt er immers lood in door te dringen.Bovendien is gewoon aardewerk, gebakken op ongeveer 950 °C, te zacht, breekbaar dus, en poreus: het laat veel vloeistoffen door. Daarom is deze fles van steengoed, in het Frans grès. Deze ceramiek is op een veel hogere temperatuur gebakken, tussen 1150 en 1250 °C. Bij deze temperatuur bereikt de klei het sinterpunt: het is licht verglaasd, waardoor het ondoorlaatbaar is en ideaal voor de verpakking van vloeistoffen en zuren. Dit is ook de reden waarom rioolbuizen van steengoed zijn: ze zijn bestand tegen tal van chemische processen. Steengoed is een relatief jonge ceramieksoort, want pas in de hoge Middeleeuwen slaagden pottenbakkers in het Rijnland en Maasland erin deze harde ceramiek te maken. Van daaruit werd dit goed naar ons geëxporteerd. Het meeste steengoed is lichtgrijs van kleur. Door die hoge baktemperatuur kan er bijvoorbeeld geen wit tinglazuur op worden aangebracht, waardoor de versiering beperkt is. Alleen blauw kan de hoge baktemperatuur doorstaan. Daarom ziet ook deze fles er zo primitief uit, hoewel het een vrij jong object is. De fles werd in het midden van de 19de eeuw gemaakt in het grensgebied van Frankrijk en Duitsland, waar nog steeds heel wat artisanale bedrijfjes gelijkaardige recipiënten maken van steengoed. Waarvoor de fles precies gediend heeft, weten we niet. In veel steengoedflessen werd bijvoorbeeld bronwater bewaard. Maar er kon net zo goed olie of zelfs inkt in. De initialen zullen zeker iets te maken hebben met de fabrikant die de vloeistof verkocht. Het zijn geen pottenbakkersmerken. Deze aardige fles is niet zoveel waard, hooguit 50 euro.